Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AF1456

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2002
Datum publicatie
04-12-2002
Zaaknummer
200200104/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200200104/1.

Datum uitspraak: 4 december 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het comité "Bewonerscomité De Noolen e.o", gevestigd te Laren, en

[appellanten]

tegen de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 28 november 2001 in het geding tussen:

appellanten

en

burgemeester en wethouders van Laren.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2001 hebben burgemeester en wethouders van Laren (hierna: burgemeester en wethouders) aan het pand op het perceel kadastraal bekend […], sectie […], nummer […], het [adres en nummer] toegekend.

Bij besluit van 8 oktober 2001 hebben burgemeester en wethouders het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 28 november 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam (hierna: de president) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 7 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 8 januari 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 20 maart 2002 hebben burgemeester en wethouders van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 augustus 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. A.F. Leeman, advocaat te Hilversum, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door

Ch.M. Savelkouls-Wijermans en C.C.W. van Rooijen, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.2. Appellanten betogen dat de president ten onrechte heeft geoordeeld dat burgemeester en wethouders het door hen ingediende bezwaar terecht niet-ontvankelijk hebben verklaard, aangezien appellanten in de hoedanigheid van het comité "Bewonerscomité De Noolen e.o" (hierna: het comité) niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb kunnen worden aangemerkt.

2.3. Dit betoog treft geen doel. Op grond van de stukken moet worden vastgesteld dat het comité ten tijde van de beslissing op bezwaar niet over (enige vorm van) statuten beschikte, waaruit een interne bevoegheidsverdeling en reikwijdte van de doeleindenomschrijving bleek. Dit betekent dat de president er van uit mocht gaan dat het comité ten tijde van die beslissing niet kon worden aangemerkt als een rechtspersoon (“vereniging”) met beperkte rechtsbevoegdheid. In de stukken die appellanten eerst na het instellen van het hoger beroep nog in geding hebben gebracht, te weten – onder meer - het “reglement” van het comité, kan geen aanleiding gevonden worden voor een ander oordeel, nu burgemeester en wethouders hier ten tijde van de beslissing op bezwaar geen rekening mee hebben kunnen houden. Het betoog van appellanten dat het comité zich in het rechtsverkeer als een zelfstandige eenheid heeft gedragen, valt niet uit de door hen overgelegde stukken af te leiden. Derhalve kan het comité naar het oordeel van de Afdeling evenmin aangemerkt worden als een “entiteit”, die anders dan op grond van de hoedanigheid van rechtspersoon te beschouwen zou zijn als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

2.4. Anders dan appellanten betogen, heeft de president voorts terecht aanleiding gezien het beroep van appellanten niet op te vatten als ware het ingediend door de natuurlijke personen, zijnde de leden van het comité, nu het beroepschrift van 22 oktober 2001 slechts namens dit comité was ingediend.

2.5. Gelet op het vorenstaande heeft de president met juistheid geoordeeld dat burgemeester en wethouders het door appellanten gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk hebben verklaard.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E. Korthals Altes, Voorzitter, en mr. E.A. Alkema en mr. T. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Korthals Altes w.g. Zwemstra

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2002

91-391.