Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AF1425

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2002
Datum publicatie
04-12-2002
Zaaknummer
200200256/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200200256/2.

Datum uitspraak: 4 december 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging "Vereniging van Huiseigenaren Pontdyk-Langweer", gevestigd te Langweer,

appellante,

en

burgemeester en wethouders van Skarsterlân,

verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 december 2001, kenmerk 2001-016.ddk, hebben verweerders krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een jachthaven met 87 ligplaatsen en bijbehorende voorzieningen op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Langweer. Dit aangehechte besluit is op 5 december 2001 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 14 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 16 januari 2002, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 14 mei 2002 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 22 augustus 2002. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2002, waar verweerders, vertegenwoordigd door W. Poppe, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghouder, vertegenwoordigd door mr. H.S. de Vries, gemachtigde, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling dient te beoordelen of de bezwaren van appellante aanleiding vormen om het bestreden besluit te vernietigen. Bij uitspraak van 8 maart 2002, no. 200200256/1 (aangehecht) heeft de Voorzitter zich een oordeel gevormd over hetgeen partijen hebben aangevoerd. Gelet op de stukken, waaronder het deskundigenbericht, en het verhandelde ter zitting komt de Afdeling onder verwijzing naar de overwegingen in vorengenoemde uitspraak tot het oordeel dat de daarin behandelde bezwaren van appellante geen doel treffen. Aanvullend overweegt de Afdeling het volgende.

2.2. Appellante heeft bezwaren tegen de aan de vergunning verbonden geluidvoorschriften 3.1 en 3.2 en de zogenaamde 12-dagen regeling in de voorschriften 3.3 en 3.4. In deze voorschriften zijn voor referentiepunten 1 tot en met 7 maximale geluidgrenswaarden voorgeschreven. Blijkens het verhandelde ter zitting betreffen dit de in het akoestisch rapport bij de aanvraag gegeven referentiepunten 7 tot en met 13 die op advies van de gemeentelijke geluidmeetdienst door verweerders zijn vernummerd. Mede gelet op het deskundigenbericht is de Afdeling van oordeel dat verweerders zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat de bij de referentiepunten gegeven geluidgrenswaarden toereikend zijn om geluidhinder vanwege de inrichting te voorkomen dan wel in voldoende mate te beperken. Het beroep is in zoverre ongegrond.

2.3. Met betrekking tot de bezwaren van appellante aangaande het gevaar van het dichtslibben van de watergangen is de Afdeling gelet op het gestelde dienaangaande in het deskundigenbericht en het verhandelde ter zitting van oordeel dat verweerders zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat deze bezwaren ongegrond zijn.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en drs. H. Borstlap, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Zwinkels

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2002

309.