Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE8412

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-08-2002
Datum publicatie
07-10-2002
Zaaknummer
200203861/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenbesluit 2000
Vreemdelingenbesluit 2000 5.3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2002/342 met annotatie van PJAMB

Uitspraak

Raad

van State

200203861/1.

Datum uitspraak: 14 augustus 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling] alias [alias],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 10 juli 2002 in het geding tussen:

appellant

en

de Staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2002 is appellant in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 10 juli 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, het met een kennisgeving vanwege de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 17 juli 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 24 juli 2002 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een reactie ingediend.

Bij brief van 1 augustus 2002 heeft appellant een nader stuk ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bevat het hoger-beroepschrift in aanvulling op de in artikel 6:5, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) gestelde eisen, één of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter.

Ingevolge het tweede lid van dat artikel omschrijft een grief het onderdeel van de uitspraak waarmee de indiener zich niet kan verenigen, alsmede de gronden waarop de indiener zich daarmee niet kan verenigen.

2.2. Hetgeen als eerste is aangevoerd, betreft uitsluitend een herhaling van in beroep naar voren gebrachte standpunten, waarop de rechtbank heeft beslist. Hetgeen door appellant is aangevoerd met betrekking tot de belangenafweging en de strijdigheid met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur richt zich niet tegen een onderdeel van de aangevallen uitspraak.

Mitsdien is geen sprake van grieven in de zin van voormeld artikel 85, tweede lid, van de Vw 2000. Het aldus aangevoerde kan derhalve niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

2.3. De tweede grief klaagt dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan de omstandigheid dat, nadat appellant een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend, geen categoriewijziging heeft plaatsgevonden. Volgens appellant had de rechtbank hierin ambtshalve aanleiding moeten zien om de vreemdelingenbewaring op te heffen.

2.4. Deze grief faalt. Er is geen grond voor het oordeel dat de rechtbank in de enkele mededeling ter zitting dat op 25 juni 2002 een aanvraag, als door hem gesteld, naar de vreemdelingendienst is verzonden, ambtshalve aanleiding had moeten vinden om de bewaring op te heffen.

Overigens is daar zijdens de staatssecretaris medegedeeld dat naar aanleiding van de door appellant ingediende aanvraag een categoriewijziging zal plaatsvinden en dat tijdig op de aanvraag zal worden beslist.

2.5. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.U. Kallan, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Kallan

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2002

15-343.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift

de Secretaris van de Raad van State

voor deze,