Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE7748

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-09-2002
Datum publicatie
18-09-2002
Zaaknummer
200200243/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200200243/1.

Datum uitspraak: 18 september 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de stichting “Stichting Milieufederatie Groningen”, gevestigd te Groningen,

2. Inspecteur van de Ruimtelijke Ordening Regio Noord van de Rijksplanologische Dienst van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, gevestigd te Groningen,

appellanten,

en

gedeputeerde staten van Groningen,

verweerders.

1. Procesverloop

Burgemeester en wethouders van Vlagtwedde hebben bij besluit van 19 juni 2001 het wijzigingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied, plan van wijziging Oude Veendijk 3 te Vlagtwedde” vastgesteld.

Het besluit van burgemeester en wethouders van Vlagtwedde is aan deze uitspraak gehecht.

Aangezien verweerders niet binnen de ingevolge artikel 11, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening gestelde termijn een besluit omtrent de goedkeuring van het wijzigingsplan aan de gemeenteraad schriftelijk bekend hebben gemaakt, wordt, nu de situatie als bedoeld in artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zich hier voordoet, het wijzigingsplan geacht te zijn goedgekeurd.

Tegen deze goedkeuring van rechtswege hebben appellante sub 1 bij brief van 14 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 15 januari 2002, en appellant sub 2 bij brief van 22 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 24 januari 2002, beroep ingesteld. Deze brieven zijn aangehecht.

Verweerders hebben geen verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 september 2002, waar appellante sub 1, vertegenwoordigd door [gemachtigde], appellant sub 2, vertegenwoordigd door mr. M. Piras, en verweerders, vertegenwoordigd door mr. G. Folmer, zijn verschenen. Voorts is K. Gringhuis daar gehoord namens burgemeester en wethouders van Vlagtwedde.

2. Overwegingen

2.1. Met het wijzigingsplan wordt beoogd de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf aan de [locatie] mogelijk te maken. Hiertoe voorziet het plan in de wijziging van de bestemming “Woondoeleinden kategorie EO” in de bestemming “Agrarische doeleinden, categorie I, agrarisch gebied (agrarisch gebied)” met de aanduiding “agrarische bouwkavel”.

2.2. Beide appellanten kunnen zich niet verenigen met de goedkeuring van het wijzigingsplan. Zij stellen onder meer dat het plan strijdig is met het Provinciaal Omgevingsplan Groningen, waarin de nieuwvestiging van agrarische bedrijven in beginsel is uitgesloten.

2.3. Op grond van het Provinciaal Omgevingsplan Groningen worden om een verdere versnippering en verstening van het landelijk gebied tegen te gaan in principe geen nieuwe bouwlocaties voor nieuwvestiging van agrarische bedrijven toegestaan. Dit principe lijdt slechts uitzondering in geval van uitplaatsing uit de ecologische hoofdstructuur dan wel het gebied van de Blauwe Stad of bij het oplossen van bestaande knelpunten zoals uitplaatsing uit linten in verband met ruimtegebrek of milieuhinder.

De Afdeling acht dit beleid niet onredelijk. Niet is gebleken dat zich in dit geval een situatie als zojuist omschreven voordoet die een uitzondering op het eerdergenoemde beleidsprincipe rechtvaardigt.

Het standpunt van appellanten dat het plan in strijd is met dit beleid is dan ook juist. In dit geval is voorts niet gebleken van bijzondere feiten en/of omstandigheden die nopen tot een afwijking van het vorengenoemde provinciale beleid.

2.4. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening had moeten worden geacht. De goedkeuring van het plan is derhalve niet rechtmatig.

De beroepen van appellanten zijn gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

Hieruit volgt dat rechtens maar één te nemen besluit mogelijk is, zodat de Afdeling aanleiding ziet om goedkeuring te onthouden aan het plan.

In verband hiermee behoeven de overige bezwaren van appellanten geen verdere bespreking.

2.5. Ten aanzien van het beroep van appellante sub 1 dienen verweerders op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van het beroep van appellant sub 2 is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de beroepen van appellanten sub 1 en 2 gegrond;

II. vernietigt de goedkeuring van rechtswege van het door burgemeester en wethouders van Vlagtwedde op 19 juni 2001 vastgestelde wijzigingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied, plan van wijziging [locatie]”;

III. onthoudt goedkeuring aan het plan;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. veroordeelt gedeputeerde staten van Groningen in de door appellante sub 1 in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende bijstand; het bedrag dient door de provincie Groningen te worden betaald aan appellante sub 1;

VI. gelast dat de provincie Groningen aan appellanten sub 1 en 2 het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht (€ 218,00 voor appellanten sub 1 en 2 ieder) vergoedt.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Soede

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2002

270-418.