Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE7726

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-09-2002
Datum publicatie
18-09-2002
Zaaknummer
200104689/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200104689/1.

Datum uitspraak: 18 september 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Den Haag van 17 augustus 2001 in het geding tussen:

appellante

en

burgemeester en wethouders van Hillegom.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2000 hebben burgemeester en wethouders van Hillegom (hierna: burgemeester en wethouders) met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO), aan de besloten vennootschap Havevast B.V. te Koudekerk aan de Rijn (hierna: vergunningshoudster) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van 7 appartementen, een winkelruimte, een woning en een parkeergarage op het perceel Henri Dunantplein 25 te Hillegom (hierna: het perceel).

Bij besluit van 23 augustus 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de Commissie voor de bezwaar- en beroepschriften van 19 juli 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 17 augustus 2001, verzonden op 22 augustus 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Den Haag (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 17 september 2001, bij de Raad van State ingekomen op 21 september 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 27 december 2001 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juli 2002, waar burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. P.J. van Dijk-Former, gemachtigde van de gemeente, zijn verschenen. Appellante is niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden tot haar oordeel is gekomen. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, hoofdzakelijk neerkomend op de wens een (schriftelijke) bevestiging te krijgen van de - ter zitting bij de rechtbank – gedane toezeggingen door burgemeester en wethouders, is niet gericht tegen een overweging van de rechtbank en kan derhalve niet leiden tot een ander oordeel.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen termen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Roelfsema

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2002

58-406.