Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE7725

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-09-2002
Datum publicatie
18-09-2002
Zaaknummer
200202126/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200202126/1.

Datum uitspraak: 18 september 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de rechtbank te Utrecht van 11 maart 2002 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van Eemnes.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 maart 2000 hebben burgemeester en wethouders van Eemnes (hierna: burgemeester en wethouders) appellant aangeschreven, onder oplegging van een dwangsom, om uiterlijk 1 april 2001 over te gaan tot verwijdering van het tuinhuisje op het perceel aan de [locatie], kadastraal bekend gemeente […], sectie […], nr. […] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 13 november 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de Commissie bezwaar- en beroepschriften van 2 oktober 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 11 maart 2002, verzonden op 14 maart 2002, heeft de rechtbank te Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 14 april 2002, bij de Raad van State ingekomen op 16 april 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 14 juni 2002 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 augustus 2002, waar burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. I.M. van Gompel, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Appellant is afwezig met bericht van verhindering.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank is op goede gronden tot een juiste beslissing gekomen. Appellant heeft in hoger beroep geen argumenten aangevoerd die een ander licht op de zaak werpen. Ter zitting is komen vast te staan dat ook het nieuwe bestemmingsplan “Heidehoek 2000” geen mogelijkheid tot legalisatie van het bouwwerk biedt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Roelfsema

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2002

58-406.