Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE7455

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-09-2002
Datum publicatie
11-09-2002
Zaaknummer
200202243/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200202243/1.

Datum uitspraak: 11 september 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

burgemeester en wethouders van Woensdrecht,

verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2002 hebben verweerders een nadere eis gesteld ten aanzien van het equivalente geluidsniveau van Shell tankstation Ossendrecht aan de [locatie] te [plaats]. Dit aangehechte besluit is op 28 maart 2002 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 18 april 2002, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2002, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 4 juni 2002 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 augustus 2002, waar appellanten, bijgestaan door mr. R.A.C.M. van Dijk, advocaat te Bergen op Zoom, en verweerders, vertegenwoordigd door mr. D.M.A.A. Oostvogels en ing. R.G.J.C. Wilbrink, gemachtigden, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting als partij gehoord Shell tankstation Ossendrecht, vertegenwoordigd door [partij] en [partij].

2. Overwegingen

2.1. Bij het bestreden besluit is met toepassing van voorschrift 3.2 van bijlage II behorende bij het Besluit tankstations milieubeheer (hierna: het Besluit) een nadere eis gesteld. De eis houdt in dat het equivalente geluidsniveau van de inrichting ter plaatse van woningen van derden of geluidsgevoelige bestemmingen in de periode tussen 07.00 uur en 21.00 uur niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) op een beoordelingshoogte van 1,5 meter. Het besluit is voorbereid met toepassing van paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.2. Ingevolge artikel 3 van het Besluit dient degene die een tankstation voor het wegverkeer type B drijft te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlagen I en II, alsmede aan de krachtens deze voorschriften door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen.

Ingevolge voorschrift 3.1 van bijlage II behorende bij het Besluit, voorzover hier van belang, mag het equivalente geluidsniveau (LAeq) ter plaatse van woningen van derden of geluidsgevoelige bestemmingen en – voorzover binnen een afstand van 100 m geen woningen van derden of geluidsgevoelige bestemmingen aanwezig zijn – op enig punt 100 m van de inrichting, niet meer bedragen dan 50 dB(A) tussen 07.00 en 21.00 uur.

Ingevolge voorschrift 3.2 van bijlage II behorende bij het Besluit, voorzover hier van belang, mag het equivalente geluidsniveau voor inrichtingen die zijn opgericht vóór 1 januari 1992 niet meer bedragen dan 55 dB(A) tussen 07.00 en 21.00 uur. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de toelaatbare equivalente geluidsniveaus; dit niveau mag echter niet hoger zijn dan de op grond van dit voorschrift toegestane waarde, en niet lager dan het niveau, vastgelegd in voorschrift 3.1.

2.3. Appellanten hebben aangevoerd dat verweerders bij de afweging van de betrokken belangen onvoldoende rekening hebben gehouden met hun belangen, althans dat niet is gebleken dat de belangen van appellanten zijn meegewogen. Ter onderbouwing hiervan hebben zij gewezen op hetgeen zij hebben aangevoerd in hun bezwaarschrift tegen de verleende vrijstelling van het geldende bestemmingsplan ten behoeve van de uitbreiding van de inrichting met een autowasstraat. Daarin hebben zij onder meer gesteld dat de geurhinder afkomstig van de wasstraat, die op ongeveer 3 meter van hun tuin is gelegen, onaanvaardbaar is.

2.3.1. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de inrichting onder de werkingssfeer van het Besluit valt en moet worden aangemerkt als een tankstation type B. De Afdeling gaat er voorts vanuit dat de inrichting is opgericht vóór 1 januari 1992, nu appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat verweerders zich wat dit betreft op onjuiste feiten hebben gebaseerd.

In het bestreden besluit is overwogen dat, gelet op de woonomgeving van de inrichting en vanwege het feit dat de inrichting tevens geluid uitstraalt in de richting van de achtergevels van woningen, besloten is gebruik te maken van de bevoegdheid om een nadere eis te stellen. De nadere eis, die een aanscherping inhoudt ten opzichte van de reguliere norm die geldt voor inrichtingen als de onderhavige, is juist opgelegd ten behoeve van omwonenden zoals appellanten. Een verdere aanscherping is op grond van het Besluit niet mogelijk.

De door verweerders ambtshalve gestelde nadere eis heeft geen betrekking op geurhinder. Hetgeen appellanten hebben aangevoerd met betrekking tot geurhinder kan in het kader van de onderhavige procedure dan ook niet aan de orde komen. Ook de bezwaren die betrekking hebben op de verleende vrijstelling kunnen thans niet aan de orde komen.

2.4. Het beroep is ongegrond.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Visser

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2002

148.