Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE7454

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-09-2002
Datum publicatie
11-09-2002
Zaaknummer
200203183/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2002/323
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200203183/1.

Datum uitspraak: 11 september 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Assen van 14 mei 2002 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van De Wolden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2001 hebben burgemeester en wethouders van De Wolden (hierna: burgemeester en wethouders) geweigerd aan appellant vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te verlenen voor de bouw van een woning op het perceel kadastraal bekend gemeente Zuidwolde, sectie […], nummer […], gelegen naast het perceel [locatie].

Bij besluit van 3 juli 2001 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften van 30 mei 2001, in afwijking waarvan burgemeester en wethouders hebben beslist en waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 14 mei 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Assen (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 7 juni 2002, bij de Raad van State ingekomen op 11 juni 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 18 juli 2002 hebben burgemeester en wethouders van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 augustus 2002, waar appellant, vertegenwoordigd door gemachtigde, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door G.A. Ebels, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat burgemeester en wethouders niet bevoegd waren de gevraagde vrijstelling te weigeren, aangezien de raad van de gemeente De Wolden deze bevoegdheid niet aan burgemeester en wethouders heeft gedelegeerd.

2.2. Ingevolge artikel 19, eerste lid, eerste volzin, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, voorzover hier van belang, kan de gemeenteraad ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan. Ingevolge de laatste volzin van dit artikellid kan de gemeenteraad deze vrijstellingbevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders.

2.3. Bij besluit van 30 maart 2000 heeft de raad van de gemeente De Wolden besloten de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling van het geldende bestemmingsplan ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te delegeren aan burgemeester en wethouders. Dit besluit is in werking getreden op 3 april 2000.

2.4. Ingevolge de eerste volzin van artikel 19, eerste lid, is de gemeenteraad gelet op de formulering van deze bepaling bevoegd verzoeken om vrijstelling zowel in te willigen als af te wijzen. Aangezien de raad van de gemeente De Wolden in zijn besluit van 30 maart 2000 heeft aangesloten bij de bewoordingen van deze bepaling, is de Afdeling van oordeel dat in dit besluit niet alleen de bevoegdheid tot verlening van een vrijstelling, maar ook de bevoegdheid tot weigering van vrijstelling is gedelegeerd. De rechtbank is eveneens tot dit oordeel gekomen. Het betoog van appellant faalt derhalve.

2.5. Appellant betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat burgemeester en wethouders zijn verzoek om medewerking tevens hadden moeten aanmerken als een verzoek een voorbereidingsbesluit te nemen en de gemeenteraad een voorstel daaromtrent hadden moeten doen.

2.6. Ingevolge artikel 19, vierde lid, wordt vrijstelling krachtens het eerste lid niet verleend voor een project dat wordt uitgevoerd in een gebied waarvoor het bestemmingsplan niet tijdig overeenkomstig artikel 33, eerste lid, is herzien of geen vrijstelling overeenkomstig artikel 33, tweede lid, is verleend, tenzij voor het gebied een voorbereidingsbesluit geldt of een ontwerp voor een herziening ter inzage is gelegd.

2.7. Vast staat dat aan de in artikel 19, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vervatte voorwaarde voor het kunnen verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, in dit geval niet is voldaan, zodat deze niet anders dan kon worden geweigerd. De Afdeling is voorts met de rechtbank van oordeel dat het aan de raad van de gemeente De Wolden gerichte verzoek van appellant van 10 oktober 2000 om medewerking te verlenen aan zijn bouwplan, gelet op de bewoordingen ervan, niet tevens kan worden aangemerkt als een verzoek een voorbereidingsbesluit vast te stellen.

2.8. Aangezien vrijstelling reeds om formele gronden moest worden geweigerd, behoeft hetgeen appellant in hoger beroep overigens heeft aangevoerd geen bespreking.

2.9. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Groenendijk

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2002

164.