Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE7428

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-09-2002
Datum publicatie
11-09-2002
Zaaknummer
200105282/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200105282/1.

Datum uitspraak: 11 september 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], gevestigd te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zwolle van 19 september 2001 in het geding tussen:

1. Vereniging Landelijke Organisatie Dibevo, gevestigd te Amersfoort

2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats]

en

burgemeester en wethouders van Kampen.

1. Procesverloop

Bij brief van 1 juni 1999 heeft de Vereniging Landelijke Organisatie Dibevo (hierna: Dibevo) een verzoek gedaan tot handhavend optreden. Bij besluit van 9 februari 2000 hebben burgemeester en wethouders van Kampen (hierna: burgemeester en wethouders) appellante, onder oplegging van een last onder dwangsom, gelast de verkoop aan particulieren vanuit het pand [locatie] te beëindigen.

Bij besluit van 1 augustus 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen door appellante gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 9 februari 2000 ingetrokken. Dit besluit en het advies van de Commissie bezwaar- en beroepschriften, algemene kamer van 31 mei 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 19 september 2001, verzonden op dezelfde datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Zwolle (hierna: de rechtbank) het daartegen door Dibevo en haar lid [verzoeker sub 2] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en aan burgemeester en wethouders opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 24 oktober 2001, bij de Raad van State ingekomen op 25 oktober 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 3 januari 2002 is namens Dibevo en [verzoeker sub 2] een reactie ingediend naar aanleiding van het beroepschrift.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 juni 2002, waar burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door E.R. van der Poll, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord Dibevo en A. [verzoeker sub 2], vertegenwoordigd en bijgestaan door mr. M. Goeyers, advocaat te Leusden. Appellante is met kennisgeving niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk vastgesteld dat burgemeester en wethouders bevoegd waren om tegen de omstreden detailhandelsactiviteiten handhavend op te treden. De beslissing op bezwaar ging ook van deze bevoegdheid uit. Appellante heeft geen beroep ingesteld tegen dit besluit.

De rechtbank heeft naar aanleiding van het beroep van Dibevo en [verzoeker sub 2] de beslissing op bezwaar vernietigd – voor zover van belang – op grond van de in hoger beroep door appellante bestreden overwegingen dat niet duidelijk is of een concreet zicht op legalisatie bestaat en dat ook overigens niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving moest worden afgezien.

2.2. Vast staat dat bij besluit van 11 januari 2002 burgemeester en wethouders opnieuw hebben besloten het besluit van 9 februari 2000 in te trekken. Daarnaast hebben zij bij dit besluit aangegeven dat een vrijstellingsbesluit als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt voorbereid.

Bij uitspraak van 19 maart 2002 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle het daartegen door Dibevo ingestelde schorsingsverzoek afgewezen. De rechtbank heeft nog niet beslist op het door Dibevo ingestelde beroep.

2.3. De Afdeling is van oordeel dat appellante geen procesbelang meer heeft bij beoordeling van de aangevallen uitspraak, nu de hernieuwde beslissing op bezwaar inhoudelijk gelijk is aan het besluit op bezwaar van 1 augustus 2000. Dat appellante – in haar schrijven waarmee zij meedeelt niet ter zitting te zullen verschijnen - heeft aangegeven dat haar belang nog is gelegen in een uitspraak van de Afdeling over de vraag of er eigenlijk wel sprake is van strijdig gebruik maakt dit niet anders, nog daargelaten dat appellant de vaststelling daarvan door de rechtbank in hoger beroep niet heeft betwist.

2.4. Het vorenstaande leidt derhalve tot de conclusie dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen termen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Roelfsema

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2002

58-406.