Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE7215

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-09-2002
Datum publicatie
04-09-2002
Zaaknummer
200105783/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2002/304
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200105783/1.

Datum uitspraak: 4 september 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

3. burgemeester en wethouders van Texel,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 18 oktober 2001 in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats]

en

appellanten sub 3.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 1999 hebben appellanten sub 3 (hierna: burgemeester en wethouders) een verzoek van [verzoekers] om tegen met het bestemmingsplan "De Koog" strijdig gebruik van het perceel [locatie], gemeente Texel, op te treden afgewezen.

Bij besluit van 29 maart 2000 hebben burgemeester en wethouders, voorzover thans van belang, het daartegen door [verzoekers] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 18 oktober 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Alkmaar (hierna: de rechtbank), voorzover thans van belang, het daartegen door [verzoekers] ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellant sub 1 bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2001, appellant sub 2 bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 november 2001, en burgemeester en wethouders bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 november 2001, hoger beroep ingesteld. Appellanten sub 2 en 3 hebben de gronden van het beroep aangevuld bij onderscheiden brieven van 20 december 2001. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 8 maart 2002 hebben [verzoekers] een memorie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 juli 2002, waar appellanten sub 1 en 2 in persoon en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door O.W.M. Storms, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn daar [verzoekers], vertegenwoordigd door mr. M.L.M. Frantzen, advocaat te Ouderkerk aan de Amstel, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Aan het in bezwaar gehandhaafde besluit van 21 mei 1999 hebben burgemeester en wethouders de overweging ten grondslag gelegd dat het gebruik van het perceel [locatie], hoewel in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan De Koog, onder de werking van de van dit plan deel uitmakende overgangsbepalingen valt.

In beroep hebben zij onder meer op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank overgelegd, ten aanzien waarvan zij op de voet van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht hebben meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank hiervan kennis zal mogen nemen. De rechtbank heeft op de voet van het derde lid van dit artikel beslist dat de beperking van de kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd is. Vervolgens hebben [verzoekers] de rechtbank geen toestemming verleend om mede op de grondslag van die stukken uitspraak te doen. Om die reden heeft de rechtbank deze buiten beschouwing gelaten.

2.2. Door hun weigering de rechtbank toestemming te geven om mede op de grondslag van de hiervoor bedoelde stukken uitspraak te doen hebben [verzoekers] de rechtbank de mogelijkheid ontnomen te onderzoeken of de weigering om tegen het op het perceel [locatie] gevestigde [eetcafé] op te treden gerechtvaardigd was op de door burgemeester en wethouders daartoe gebezigde overwegingen. De gevolgen daarvan heeft de rechtbank ten onrechte niet voor hun rekening gelaten door het er onder die omstandigheden bij gebrek aan wetenschap voor te houden dat burgemeester en wethouders op basis van de hun ter beschikking staande gegevens terecht hebben geweigerd tot de gevraagde bestuursdwang te besluiten. De Afdeling komt te gereder tot deze conclusie, nu [verzoekers] berust hebben in de uitspraak van de rechtbank van 18 juli 2001, waarbij deze hun beroep tegen de beslissing van burgemeester en wethouders hun geen inzage te verschaffen in bedoelde stukken ongegrond heeft verklaard en zij ook overigens niet langer de gerechtvaardigdheid van de beperking van de kennisname van die stukken hebben bestreden.

2.3. De hoger beroepen zijn gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [verzoekers] alsnog ongegrond verklaren.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 18 oktober 2001 in zaak nummer 00/770 GEMWT;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. H.G. Lubberdink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Groenendijk

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2002

164.