Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE6972

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-08-2002
Datum publicatie
28-08-2002
Zaaknummer
200106040/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200106040/1.

Datum uitspraak: 28 augustus 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Groesbeek, en anderen,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Arnhem van 25 oktober 2001 in het geding tussen:

appellanten

en

burgemeester en wethouders van Groesbeek.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2000 hebben burgemeester en wethouders van Groesbeek (hierna: burgemeester en wethouders) het bestuur van de Stichting Katholiek en Algemeen Christelijk Primair Onderwijs Groesbeek (hierna: het schoolbestuur) krachtens de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Groesbeek ten behoeve van de rooms-katholieke basisschool Gerardus Majella (hierna: de school) het leegstaande schoolgebouw aan de Ericastraat 29 te Groesbeek in gebruik gegeven.

Bij besluit van 19 september 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 25 oktober 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 5 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 6 december 2001, die is aangevuld bij brief van 11 december 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 30 januari 2002 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 augustus 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. E.M. Vos, advocaat te Heilig Landstichting, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en Th.L. Middelbeek, ambtenaar van de gemeente Groesbeek, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Terecht heeft de rechtbank overwogen - samengevat weergegeven - dat de gevolgen die appellanten, die alle als ouders en tevens in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van hun op de school onderwijs volgende kinderen zijn opgekomen, van het besluit van 5 juni 2000 ondervinden, geen rechtstreeks daarbij betrokken belangen betreffen doch dat hun belangen zijn afgeleid van die van het schoolbestuur.

Eveneens terecht heeft de rechtbank overwogen dat, nu het onderwijs in de dependance door de school zal worden gegeven, de vrijheid van schoolkeuze hier niet in het geding is. De kinderen blijven immers hetzelfde onderwijs volgen, uitsluitend op een andere locatie.

Ook met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat de stelling van appellanten dat het huisvestingsbesluit een onbevoegd genomen besluit betreft in een en ander geen verandering brengt. Dit geldt eveneens voor het betoog in hoger beroep dat nu door termijnoverschrijding een besluit van rechtswege is ontstaan en vervolgens alsnog afwijzend op de aanvraag is beslist sprake is van een situatie die uit een oogpunt van de rechtszekerheid dermate ongewenst is dat een ieder daartegen bezwaar kan maken. Hetgeen appellanten voor het overige hebben betoogd inzake de ontvankelijkheid van het door hen gemaakte bezwaar, komt neer op een herhaling van hetgeen zij in beroep naar voren hebben gebracht. Het oordeel van de rechtbank daarover is juist. De Afdeling komt, met overneming van hetgeen de rechtbank dienaangaande heeft overwogen, niet tot een ander oordeel dan dat appellanten geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij het besluit van 5 juni 2000, zodat de rechtbank de beslissing op bezwaar terecht in stand heeft gelaten.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. B.J. van Ettekoven, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schothorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Schothorst

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2002

119/229-420.