Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE6014

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-07-2002
Datum publicatie
31-07-2002
Zaaknummer
200200131/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200200131/1.

Datum uitspraak: 31 juli 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante] wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zutphen van 11 december 2001 in het geding tussen:

appellante

en

het bestuur van de afdeling Midden van het Waterschap Rijn en IJssel.

1. Procesverloop

Bij brief van 12 juni 1998 heeft de directeur afdeling Midden van het Waterschap Rijn en IJssel aan appellante onder meer meegedeeld dat bij vervanging van de door haar overgenomen woonboot in de Oude Loop van de Oude IJssel te Laag Keppel, de afmetingen van de nieuwe woonark maximaal 17.00 x 5.50 meter mogen bedragen.

Bij besluit van 8 juni 2000 heeft het bestuur van de afdeling Midden van het Waterschap Rijn en IJssel (hierna: het afdelingsbestuur) het daartegen door appellante gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit en het advies van de bezwarencommissie van het Waterschap Rijn en IJssel van 12 mei 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 11 december 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 8 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 14 maart 2002 heeft het afdelingsbestuur van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juli 2002, waar het afdelingsbestuur, vertegenwoordigd door ing. H. Gosselink en

mr. J. Meesters, beiden werkzaam bij het Waterschap Rijn en IJssel, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank is op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat de brief van 12 juni 1998 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht behelst, zodat het afdelingsbestuur het door appellante daartegen gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hetgeen appellante in haar hoger-beroepschrift heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor een ander standpunt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. van Wagtendonk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Wagtendonk w.g. Haverkamp

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2002

306-426.