Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE5390

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-07-2002
Datum publicatie
17-07-2002
Zaaknummer
200100396/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200100396/1.

Datum uitspraak: 17 juli 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

burgemeester en wethouders van Ridderkerk,

verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 februari 2000 hebben verweerders afwijzend beslist op een verzoek van appellanten om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen inzake een door de [vergunninghouder] gedreven inrichting op het adres [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 23 november 2000 hebben verweerders het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 3 januari 2001 beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 21 februari 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 8 mei 2001 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 juli 2002, waar appellanten, in persoon en bijgestaan door mr. A.A. Marcus, advocaat te Rotterdam, en verweerders, vertegenwoordigd door F.C. Polet en E. Blanche Koelsmid zijn verschenen. Voorts zijn daar vergunninghoudsters, vertegenwoordigd door mr. J.C. Ozinga, advocaat te Den Haag, en [gemachtigde], [gemachtigde] en [gemachtigde], gemachtigden, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Appellanten hebben verzocht om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen omdat de inrichting volgens hen in strijd met artikel 8.1, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer in werking is.

2.2. Verweerders hebben aan het bestreden besluit, zeer kort weergegeven en voorzover hier van belang, ten grondslag gelegd dat voor de inrichting een in 1982 krachtens de Hinderwet verleende vergunning gold, en dat legalisatie plaatsvindt zodra een door hen in 2000 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning in werking treedt.

2.3. Bij uitspraak van heden, nummer 200003069/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat sedert 1 december 1998 het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer op de inrichting van toepassing is. Verweerders zijn er bij het bestreden besluit ten onrechte van uitgegaan dat de inrichting ingevolge de Wet milieubeheer vergunningplichtig is. Het bestreden besluit berust, in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet op een deugdelijke motivering.

2.4. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

2.5. Verweerders dienen op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van burgemeester en wethouders van Ridderkerk van 23 november 2000, 2000/4107-MBW;

III. veroordeelt burgemeester en wethouders van Ridderkerk in de door appellanten in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Ridderkerk te worden betaald aan appellanten;

IV. gelast dat de gemeente Ridderkerk aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 102,10) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, en mr. M. Oosting en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Havik, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Havik

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2002

262.