Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE5355

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-07-2002
Datum publicatie
17-07-2002
Zaaknummer
200200401/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200200401/1.

Datum uitspraak: 17 juli 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel,

appellanten,

en

de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 december 2001 heeft verweerder goedkeuring onthouden aan het op 10 juli 2001 door de raad van de gemeente Capelle aan den IJssel vastgestelde plan van nieuwe scholen voor de schooljaren 2002-2005 ten behoeve van het basisonderwijs (hierna: het plan), waarin - voorzover thans van belang - een openbare basisschool is opgenomen voor het gebied Fascinatio/West/’s-Gravenland met als aanvang het schooljaar 2002-2003.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 18 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 21 januari 2002, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 februari 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 20 maart 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door L.K.T. Schrantee en R. van Veen, ambtenaren van de gemeente, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.Y. van Hattum, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: de WPO) - voorzover thans van belang - kan de bekostiging van een openbare school slechts een aanvang nemen, indien zij voorkomt op een voor de gemeente van vestiging vastgesteld plan van nieuwe scholen.

Ingevolge artikel 74, tweede lid, - voorzover thans van belang - behoeft het plan de goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de minister) bedoeld in artikel 79.

Ingevolge artikel 75, eerste lid, gaat een voorstel van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad dat de opneming in het plan van een of meer openbare scholen bevat, vergezeld van onder meer:

a. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen en

b. de beschrijving van het voedingsgebied.

Ingevolge artikel 75, tweede lid, - voorzover thans van belang - neemt de gemeenteraad een openbare school in het plan op, indien op grond van de bij het voorstel overgelegde gegevens aannemelijk is, dat zij voldoet aan de normen van artikel 77, eerste lid.

In artikel 75, derde lid, - voorzover thans van belang - bevat de prognose, indien het betreft openbaar onderwijs waarvoor reeds een school binnen de gemeente aanwezig is, gegevens omtrent het belangstellingspercentage voor de openbare school of scholen binnen de gemeente.

Ingevolge artikel 77, eerste lid, neemt de gemeenteraad een bijzondere school in elk geval in het plan op, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat zij binnen 5 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende stichtingsnorm.

Ingevolge artikel 78 - voorzover thans van belang - worden bij de berekening van het aantal leerlingen dat een openbare school zal bezoeken niet meegeteld leerlingen die wonen binnen redelijke afstand van een openbare school, voor wie op die school plaatsruimte aanwezig is.

Ingevolge artikel 79, vierde lid, onder b, - voorzover thans van belang - onthoudt de minister zijn goedkeuring voorzover op grond van de bij het verzoek om goedkeuring overgelegde gegevens niet aannemelijk is dat een school overeenkomstig de artikelen 77 en 78 zal worden bezocht door het ingevolge artikel 77 vereiste aantal leerlingen.

2.2. Appellanten hebben aangevoerd dat verweerder ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 79, vierde lid, onder b, van de WPO, aangezien hij onvoldoende rekening heeft gehouden met de specifieke omstandigheden van het geval, in het bijzonder de leerlingenaantallen en accommodatie van de, zich reeds in het voedingsgebied bevindende, openbare basisschool “West”, alsmede de geografische en planologische ligging van de wijk Fascinatio. Met het oog op die omstandigheden had verweerder volgens hen niet van het gemeentelijk, maar van een wijkgebonden belangstellingspercentage moeten uitgaan.

2.3. Het betoog faalt. Door appellanten wordt niet bestreden dat van de op het plan opgenomen openbare school, op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens, niet aannemelijk is dat zij binnen 5 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de hier van toepassing zijnde, voor de gemeente Capelle aan den IJssel geldende, stichtingsnorm van 327. Hieruit volgt dat verweerder op basis van artikel 79 van de WPO was gehouden om, zoals hij bij het bestreden besluit heeft gedaan, aan het door de raad vastgestelde plan goedkeuring te onthouden. De stelling van appellanten dat verweerder daarbij niet van het gemeentelijk, maar van een wijkgebonden belangstellingspercentage had moeten uitgaan, kan niet worden gevolgd, reeds omdat artikel 75, derde lid, van de WPO daaraan in de weg staat. Voorzover appellanten hebben beoogd te betogen dat verweerder - door aan het plan goedkeuring te onthouden - het vertrouwensbeginsel heeft geschonden, kan het betoog evenmin worden gevolgd. Niet is immers gebleken van toezeggingen vanwege verweerder waaraan zij het gerechtvaardigd vertrouwen konden ontlenen dat het plan in strijd met de WPO zou worden goedgekeurd.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. B.J. van Ettekoven, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Meer w.g. Schuurman

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2002

-282.