Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE5089

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-07-2002
Datum publicatie
10-07-2002
Zaaknummer
200105056/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200105056/1.

Datum uitspraak: 10 juli 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zutphen van 21 augustus 2001 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van Gorssel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 december 1999 hebben burgemeester en wethouders van Gorssel (hierna: burgemeester en wethouders) aan Sportvereniging Epse vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het plaatsen van twee lichtmasten op het sportterrein op het perceel, kadastraal bekend gemeente Gorssel, sectie A, nr. 3159, en plaatselijk bekend Hassinklaan 3 te Epse.

Bij besluit van 9 augustus 2000 hebben zij het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 21 augustus 2001, verzonden op 28 augustus 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 6 oktober 2001, bij de Raad van State ingekomen op 10 oktober 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 26 februari 2002 hebben burgemeester en wethouders van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 mei 2002, waar appellant in persoon, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. G. Raaben, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In het hoger-beroepschrift noch ter zitting heeft appellant betoogd dat het besluit van 9 augustus 2000 moet worden vernietigd. Zelfs indien, zoals hij stelt, één van de lichtmasten op een andere locatie is opgericht dan in het vooroverleg tussen hem en de vergunninghoudster is afgesproken en op de bij de verleende bouwvergunning behorende tekening is aangegeven, kan dat niet leiden tot het oordeel dat appellant belang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep, nu daarin die plaatsing niet ter beoordeling staat.

2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.U. Kallan, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Kallan

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2002

15-397.