Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE5034

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-07-2002
Datum publicatie
10-07-2002
Zaaknummer
200102003/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200102003/1.

Datum uitspraak: 10 juli 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 6 maart 2001 in het geding tussen:

appellant

en

de raad voor rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 mei 1999 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te ‘s-Hertogenbosch een verzoek van appellant om toevoeging, als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), afgewezen.

Bij besluit van 25 oktober 1999 heeft de raad voor rechtsbijstand te ‘s Hertogenbosch (hierna:de raad) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie voor bezwaar en beroep van 21 september 1999, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 6 maart 2001, verzonden op 8 maart 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 19 april 2001, bij de Raad van State ingekomen op gelijke datum, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 28 december 2001. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 1 februari 2002 heeft de raad een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juni 2002, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. A.E.M. van den Hoff, werkzaam bij de raad, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wrb kan het bureau de toevoeging weigeren, indien het verzoek betrekking heeft op een rechtsbelang, ter zake waarvan de verzoeker aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging.

Ingevolge artikel 32 van de Wrb geldt de toevoeging uitsluitend voor het rechtsbelang, ter zake waarvan zij is afgegeven en, in het geval van een procedure, voor de behandeling daarvan in één instantie, de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak daaronder begrepen.

2.2. Zoals de Afdeling reeds eerder heeft beslist, zie de uitspraak van 15 oktober 1999, H01.99.0159 t/m H01.99.0163 (AB 2000/2), volgt uit deze artikelen van de Wrb, in onderlinge samenhang bezien, dat, indien sprake is van verschillende rechtsbelangen ter zake waarvan rechtsbijstand wordt gevraagd, in beginsel meerdere toevoegingen moeten worden verstrekt, terwijl als sprake is van één rechtsbelang met één toevoeging kan worden volstaan, tenzij sprake is van verschillende procedures.

2.3. Aan appellant is de toevoeging met nummer 1B19773 verstrekt voor het maken van bezwaar tegen de besluiten van 6 november en 7 december 1998 van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) houdende de terugvordering van teveel betaalde AOW en vakantieuitkering. De in geding zijnde toevoegingsaanvraag is gericht op het indienen van een bezwaarschrift tegen het besluit van 21 december 1998, waarbij de SVB heeft besloten het bedrag in één keer terug te vorderen. Nu het besluit tot invordering dermate verweven is met de besluiten tot terugvordering van teveel betaalde AOW en vakantieuitkering, is sprake van hetzelfde rechtsbelang als in de zaak waarvoor reeds een toevoeging is afgegeven.

2.4. Volgens appellant geeft het Handboek Toevoegen aan dat per procedure recht bestaat op een aparte toevoeging ook al hebben de procedures betrekking op hetzelfde rechtsbelang.

2.5. De Afdeling deelt die opvatting niet. Blijkens paragraaf 5.32.1 van het Handboek Toevoegen over de toepassing van artikel 32 van de Wrb, kan afgifte van een tweede toevoeging ter zake van hetzelfde rechtsbelang pas aan de orde komen, indien sprake is van diversiteit van procedures. Dit doet zich hier niet voor. Nu de behandeling van het bezwaar tegen de terugvordering van te veel betaalde AOW en vakantieuitkering en tegen de invordering van dit bedrag in één hoorzitting tezamen als één geheel heeft plaatsgevonden en is uitgemond in één besluit, namelijk het besluit van 6 mei 1999, is sprake van één procedure. Voor de verlening van een tweede toevoeging bestond dan ook geen aanleiding.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Planken

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2002

299.