Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE5032

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-07-2002
Datum publicatie
10-07-2002
Zaaknummer
200106302/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200106302/1.

Datum uitspraak: 10 juli 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage van 12 november 2001 in het geding tussen:

appellant

en

de raad voor rechtsbijstand te 's-Gravenhage.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 november 2000 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te ’s-Gravenhage een verzoek van appellant om een toevoeging, als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), afgewezen.

Bij besluit van 19 februari 2001 heeft de raad voor rechtsbijstand te ’s-Gravenhage (hierna: de raad) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie bezwaar en beroep van 16 februari 2001, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 12 november 2001, verzonden op 19 november 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 17 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 21 januari 2002 heeft de raad een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juni 2001.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank is op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat de hoogte van het eigen vermogen van appellant op de peildatum 31 december 1999, gelet op artikel 23, tweede lid, van de Wrb aan een toevoeging in de weg stond. Omdat de toevoeging reeds om deze reden moest worden geweigerd, kon de beoordeling van het inkomen van appellant achterwege blijven. De door appellant in hoger beroep verstrekte informatie inzake zijn inkomen over 1999 en 2000 doet derhalve niet af aan het oordeel van de rechtbank.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Planken

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2002

299.