Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE4564

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-06-2002
Datum publicatie
01-07-2002
Zaaknummer
200102792/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie

Opstellen voorontwerp bestemmingsplan geen tegemoetkomen als bedoeld in art. 8:75a Awb.

Verzoekster heeft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ingetrokken, nu B&W inmiddels een voorontwerp bestemmingsplan hebben opgesteld. De Afdeling overweegt naar aanleiding van het verzoek om B&W te veroordelen tot vergoeding van door verzoekster gemaakte proceskosten dat ten aanzien van het opstellen van een voorontwerp-bestemmingsplan, reeds vanwege de wijzigingen die daarin kunnen worden aangebracht, niet kan worden gesproken van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a.1 Awb.

mr. P van Dijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Raad

van State

200102792/2

Datum uitspraak: 6 juni 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van:

de vennootschap onder firma Smederij A, gevestigd te B,

verzoekster,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep.

1. Procesverloop

Bij brief van 31 mei 2001 , bij de Raad van State ingekomen op 1 juni 2001, heeft verzoekster hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) van 24 april 2001.

Bij brief van 1 mei 2002, bij de Raad van State ingekomen op 3 mei 2002, heeft verzoekster het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel (verder: burgemeester en wethouders) te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten alsook het betaalde griffierecht terug te betalen,

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan, in geval van intrekking van het hoger beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.

2.2. Het door verzoekster ingestelde hoger beroep betrof de uitspraak van de rechtbank van 24 april 2001 in het geding tussen X en anderen (hierna: X e.a.) en burgemeester en wethouders, aan welk geding verzoekster als derde belanghebbende partij ingevolge artikel 8:26 van de Awb heeft deelgenomen. Bij die uitspraak is het beroep van X e.a. tegen het besluit van burgemeester en wethouders van 28 december 1999 gegrond verklaard, is dat besluit vernietigd en is burgemeester en wethouders opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in die uitspraak. is overwogen. Bij hun besluit van 28 december 1999 hadden burgemeester en wethouders onder gegrond verklaring van de bezwaren van verzoekster hun besluit van 13 juli 1999, waarbij aan verzoekster een last onder dwangsom was opgelegd vanwege het gebruik van het perceel […] te B in strijd met de bestemming "maatschappelijke doeleinden" ingevolge het bestemmingsplan "Venkant-Beekkant", herroepen en het verzoek van X e.a. om handhaving alsnog afgewezen.

2.3. Verzoekster stelt het hoger beroep te hebben ingetrokken omdat burgemeester en wethouders inmiddels een voorontwerp van een nieuw bestemmingsplan aan de Provinciale Planologische Commissie Noord-Brabant hebben voorgelegd en verzoekster is gebleken dat deze commissie geen bezwaren ziet in de wijze waarop de activiteiten van verzoekster daarin zijn geregeld. Volgens verzoekster zijn burgemeester en wethouders aldus tegemoet gekomen aan de grieven die aan het hoger beroepschrift ten grondslag lagen.

2.4. De Afdeling overweegt allereerst dat zij noch bij een bevestiging van de aangevallen uitspraak noch bij een gegrondverklaring van het hoger beroep aanleiding zou hebben gezien voor een proceskostenveroordeling ten laste van burgemeester en wethouders. In dat laatste geval zou immers zijn gebleken dat het besluit op bezwaar niet onrechtmatig was. Overigens overweegt de Afdeling dat, anders dan verzoekster veronderstelt, ten aanzien van het opstellen van een voorontwerpbestemmingsplan, reeds vanwege de wijzigingen die daarin kunnen worden aangebracht, niet kan worden gesproken van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de,Awb.

2.5. Wat betreft de mogelijkheden van restitutie van het betaalde griffierecht, verwijst de Afdeling naar artikel 8:41, vierde lid, van de Awb.

2.6. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen,

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

wijst het verzoek af

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2002

Tegen deze uitspraak kan verzet worden, gedaan (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht).

- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden, gedaan.

- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

117-217.

Verzonden: 6 juni 2002

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,