Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE2070

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-05-2002
Datum publicatie
01-05-2002
Zaaknummer
200202082/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200202082/1.

Datum uitspraak: 1 mei 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging "Stadspartij Leiden", gevestigd te Leiden,

appellante,

en

het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Leiden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2002, bekendgemaakt op 15 maart 2002, heeft verweerder de aanduiding 'Stadspartij Leiden' geschrapt uit het register, bedoeld in artikel G 3 van de Kieswet.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 20 maart 2002, bij de Raad van State ingekomen op 5 april 2002, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 11 april 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door H.J.W.P. Fase, gemachtigde, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Niet in geschil is dat appellante voor de verkiezingen van de leden van de gemeenteraad van Leiden van 6 maart 2002 geen gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede of derde lid van artikel H 3 van de Kieswet. Gelet op het bepaalde in artikel G 3, zevende lid, aanhef en onder d, van de Kieswet heeft verweerder de aanduiding 'Stadspartij Leiden', waarmee appellante voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, dan ook terecht geschrapt.

2.2. Het beroep is ongegrond.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Meer w.g. Van Loon

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2002

284.