Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE0453

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-01-2002
Datum publicatie
21-03-2002
Zaaknummer
200105570/1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5457
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenbesluit 2000
Vreemdelingenbesluit 2000 3.111
Vreemdelingenbesluit 2000 3.117
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2002/98

Uitspraak

Raad

van State

200105570/1.

Datum uitspraak: 21 januari 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de Staatssecretaris van Justitie,

appellant,

tegen de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te 's?Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, van 2 november 2001 in het geding tussen:

[verweerder]

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2001 heeft appellant (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van [verweerder] (hierna: de vreemdeling) om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 2 november 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de president van de arrondissementsrechtbank te ’s?Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem (hierna: de president), voorzover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van zijn uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 9 november 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 19 november 2001 heeft de vreemdeling een reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 januari 2002, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. A. Venekamp, ambtenaar in dienst van het ministerie, en de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.Th.A. Bos, advocaat te Utrecht, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In de eerste grief wordt betoogd dat de president ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris in strijd met het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000) heeft gehandeld door in de AC-procedure eerst het gereedkomen van het voornemen af te wachten, alvorens tot uitreiking van het verslag van nader gehoor over te gaan. In hoofdstuk C3/12.9 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc 2000) is niet afgeweken van hetgeen in het Vb 2000 is gesteld omtrent het zo spoedig mogelijk afgeven van het verslag van nader gehoor, aldus de staatssecretaris.

2.2. Ingevolge artikel 3.111, tweede lid, tweede volzin, van het Vb 2000 wordt een afschrift van het verslag van nader gehoor zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling ter kennis gebracht.

Ingevolge artikel 3.117, eerste lid, van het Vb 2000, wordt, indien Onze Minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, af te wijzen binnen 48 proces-uren, het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling uitgereikt. Artikel 3.115 is niet van toepassing.

Ingevolge het tweede lid brengt de vreemdeling zijn zienswijze binnen drie proces-uren schriftelijk naar voren.

2.3. Paragraaf C3/12.9 van de Vc 2000 luidt, voorzover thans van belang:

“Een exemplaar van het rapport van nader gehoor wordt tegelijk met het voornemen uitgereikt aan de asielzoeker en de rechtsbijstandverlener, tenzij de asielzoeker er bezwaar tegen heeft dat de rechtsbijstandverlener een exemplaar ontvangt.”

Paragraaf C3/12.11 van de Vc 2000 luidt, voorzover thans van belang:

“De asielzoeker krijgt op grond van artikel 3.117, tweede lid, Vreemdelingenbesluit maximaal drie proces-uren de gelegenheid om zijn zienswijze schriftelijk naar voren te brengen. In die periode kan hij zich met een gemachtigde of rechtsbijstandverlener beraden over het voornemen en het rapport van nader gehoor nabespreken.”

2.4. Het bepaalde in artikel 3.111, tweede lid, van het Vb 2000 komt overeen met het bepaalde in artikel 52d, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit (oud). Wat onder de woorden ‘zo spoedig mogelijk’ moet worden verstaan, is in het Vb 2000 noch in het Vreemdelingenbesluit (oud) nader omschreven. De uitleg die aan deze woorden moet worden gegeven, wordt mede bepaald door de aard van de doorlopen procedure. De AC-procedure kenmerkt zich door zeer korte termijnen, ook voor het uitbrengen van het voornemen. In het kader van die verkorte procedure blijft een gedragslijn waarbij een verslag van het nader gehoor gelijktijdig met het voornemen wordt uitgereikt en voor het nabespreken van het verslag daarom ook niet apart tijd is gereserveerd, binnen de grenzen van een redelijke uitleg van de woorden ‘zo spoedig mogelijk’. Dat dit de besluitgever ook voor ogen heeft gestaan wordt bevestigd in de Nota van Toelichting (Stb. 2000, 497, p. 181) bij artikel 3.117 van het Vb 2000, waarin is gesteld dat ter bepaling van de termijn, waarbinnen de vreemdeling, wiens aanvraag in het AC zal worden afgewezen, zijn zienswijze naar voren kan brengen, is aangesloten bij de termijn, binnen welke de vreemdeling voorheen op grond van hoofdstuk B7 van de Vreemdelingencirculaire 1994 kon reageren op het rapport van nader gehoor en een zwaarwegend advies kon uitbrengen. Tevens is vermeld dat het verslag van nader gehoor en het voornemen gelijktijdig zullen worden uitgereikt.

2.5. De president heeft het vorenstaande miskend. De grief treft doel. Hetgeen de staatssecretaris subsidiair tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, behoeft derhalve geen bespreking.

2.6. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak in verband hiermee met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de Raad van State, terugwijzen naar de rechtbank, aangezien het geschil nog niet ten gronde door haar is beoordeeld.

2.7. Voor proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te 's?Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, van 2 november 2001, Awb 01/53612 en 01/53614;

III. wijst de zaak naar de rechtbank terug.

Aldus vastgesteld door mr. B. van Wagtendonk, Voorzitter, en mr. E.A. Alkema en mr. M. Vlasblom, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M.P. Glerum, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Wagtendonk w.g. Glerum

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2002

273-343.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,