Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AE0406

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-03-2002
Datum publicatie
20-03-2002
Zaaknummer
200005613/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200005613/1.

Datum uitspraak: 20 maart 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

(…), wonend te (…),

en anderen,

appellanten,

en

burgemeester en wethouders van Hellendoorn,

verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 oktober 2000, kenmerk 00.3138, hebben verweerders krachtens de Wet milieubeheer aan een schietsportvereniging een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een schietbaan en kantine, gelegen aan de Dahliastraat 28, te Nijverdal. Dit aangehechte besluit is op 26 oktober 2000 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 1 december 2000, bij de Raad van State ingekomen op 5 december 2000, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 13 februari 2001 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 maart 2002, waar verweerders, vertegenwoordigd door A.J. ten Hove en A.J. Löwik-Heerdink, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door M. Nijen Twilhaar, gemachtigde, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Appellanten voeren aan dat er ten gevolge van gewijzigde openingstijden van de inrichting sprake zal zijn van een toename van verkeer over de toegangsweg die naar de inrichting leidt. Dit zal geluids-, lawaai- en stankoverlast voor appellanten met zich brengen.

2.2. De Afdeling stelt allereerst vast dat de toegangsweg geen onderdeel uitmaakt van de inrichting. Wat de toename van het verkeer betreft stelt de Afdeling vast dat in de aanvraag om de vergunning, die ingevolge het aan de vergunning verbonden voorschrift 1.1.2 deel uitmaakt van de vergunning, is vermeld dat de totale hoeveelheid aan- en afvoerbewegingen van voertuigen bestaat uit twee personenauto’s tussen 7.00 en 19.00 uur enkele malen per week in verband met aanvoer van goederen, vijf à zeven personenauto’s tussen 19.00 en 23.00 uur gedurende drie dagen per week, en twee personenauto’s tussen 23.00 en 7.00 uur enkele malen per jaar.

Verweerders hebben, mede gezien het geringe aantal verkeersbewegingen, in redelijkheid kunnen concluderen dat de gevolgen voor het milieu van die bewegingen niet zodanig zijn dat de vergunning had moeten worden geweigerd dan wel dat aan de vergunning aanvullende voorschriften moeten worden verbonden.

2.3. Appellanten vrezen ten gevolge van de in het ontwerp?bestemmingsplan “Nijverdal Centrum 8e herziening” voorziene bouw van garages een verdere toename van verkeer over de toegangsweg.

De bedoelde garages zijn geen onderdeel van de inrichting, zodat deze grond zich niet richt tegen de ter beoordeling staande vergunning en reeds om die reden niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Hetzelfde geldt voor het betoog van appellanten dat verweerders geen controle zullen uitoefenen op de naleving van de in de vergunning gestelde openingstijden.

2.4. Appellanten vrezen verder, voornamelijk ten tijde van feesten, schietavonden en schietwedstrijden in de inrichting, parkeeroverlast in de buurt.

De Afdeling overweegt dat gelet op de beperkte openingstijden van de inrichting en gelet op het feit dat de parkeerplaatsen op het terrein van de inrichting ook in de avonden door bezoekers van de inrichting gebruikt kunnen worden, verweerders zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat de parkeeroverlast dusdanig beperkt is dat geen verdergaande voorschriften hieromtrent in de vergunning hoeven te worden opgenomen.

2.5. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Van der Zijpp

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2002

262-415.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,