Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AD8976

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-01-2002
Datum publicatie
08-02-2002
Zaaknummer
200103901/2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALM:2001:AB2668
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie

Alleen belang van aanvrager is rechtstreeks betrokken bij weigering bouwvergunning.

Hoger beroep van rechtbank Almelo d.d. 27 juni 2001,

ECLI:NL:RBALM:2001:AB2668

Weigering bouwvergunning voor tijdelijke woonunit. Aanvraag bouwvergunning is niet door appellant ingediend.

Bij een besluit om een bouwvergunning te weigeren is slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken. Nu appellant de bouwvergunning niet heeft aangevraagd, kan hij niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 1:2.1 Awb.

Ongegrond hoger beroep.

Het college van burgemeester en wethouders van Enschede.

mr. P. van Dijk

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 1:2, geldigheid: 2002-01-10
Woningwet 44, geldigheid: 2002-01-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2002/67

Uitspraak

Raad

van State 200103901/2.

Datum uitspraak: 10 januari 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

A, wonend te B,

appellant,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 27 juni 2001 in het geding tussen:

appellant,

en

burgemeester en wethouders van Enschede.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 april 2000 hebben burgemeester en wethouders geweigerd aan X en Y bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit aan de […...]weg 225 te B.

Bij besluit van 19 december 2000 hebben burgemeester en wethouders het het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 juni 2001, verzonden op die dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Almelo (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [redactie: url('AB2668',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=26420)]

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 6 augustus 2001, bij de Raad van State ingekomen op 7 augustus 2001, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. Bij een besluit om een bouwvergunning te weigeren is slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken. Nu appellant de bouwvergunning niet heeft aangevraagd, kan hij derhalve niet worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het betoog van appellant leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat appellant niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.

2.2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2002

17-412.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,