Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-01-2002
Datum publicatie
05-08-2015
Zaaknummer
200106314/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2001 heeft verweerder het verzoek van de vereniging "Vereniging Versterking Ontwikkeling Centrumfunctie Hoorn" om registratie van de aanduiding ‘V.O.C. Hoorn’ als aanduiding waarmee zij voor de gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijstwenst te worden vermeld, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200106314/1.

Datum uitspraak:17 januari 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging "Vereniging Versterking Ontwikkeling Centrumfunctie Hoorn", gevestigd te Hoorn,

appellante,

en

het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Hoorn,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2001 heeft verweerder het verzoek van de vereniging "Vereniging Versterking Ontwikkeling Centrumfunctie Hoorn" om registratie van de aanduiding ‘V.O.C. Hoorn’ als aanduiding waarmee zij voor de gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijstwenst te worden vermeld, afgewezen.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 21 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2001, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 7 januari 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 januari 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. L. Bijl, advocaat te Zaandam, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. L.A.A. van Wakeren, gemachtigde, zijn verschenen. Voorts is verschenen de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. C.A.R. de Beus, gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel G 3, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.

Ingevolge artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet beschikt het centraal stembureau slechts afwijzend op het verzoek, indien:

a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;

b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van dit artikel of de artikelen G 1, onderscheidenlijk G 2, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ingediend, en daardoor verwarring te duchten is;

c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;

d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;

e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen.

2.2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op de in artikel G 3, vierde lid, aanhef en onder c, neergelegde weigeringsgrond. Daarbij heeft hij onder meer overwogen dat de door de appellante gekozen aanduiding, V.O.C. Hoorn, voor de kiezers verwarrend en misleidend is.

2.3. Appellante staat op het standpunt dat van misleiding van de kiezers niet te duchten valt. Naar haar mening is het evident dat de lokale partij V.O.C. Hoorn niets te maken heeft met de Verenigde Oostindische Compagnie. De vereniging houdt zich uitsluitend bezig met het bedrijven van politiek, terwijl de Verenigde Oostindische Compagnie zich in een ver verleden heeft bezig gehouden met het drijven van handel met Oost-Azië. Appellante voert voorts aan dat de Verenigde Oostindische Compagnie, die in 1799 reeds failliet is gegaan, geen bestaand instituut meer is. Ook het gegeven dat in maart 2002 in Hoorn festiviteiten gehouden worden in verband met de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie 400 jaar geleden kunnen bij de kiezers geen misleiding doen ontstaan, aldus appellante.

2.4. Ingevolge artikel G 3, vierde lid, onder b, van de Kieswet beschikt het Centraal stembureau afwijzend op een verzoek, indien de naamsaanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van dit artikel of de artikelen G 1, onderscheidenlijk G 2, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ingediend, en daardoor verwarring te duchten is. Daarvan is hier geen sprake.

2.5. Verweerder heeft het verzoek van appellante om registratie van de aanduiding ‘V.O.C. Hoorn’ afgewezen, omdat de aanduiding anderszins misleidend zou zijn, als bedoeld in artikel G 3, vierde lid, onder c, van de Kieswet. Verweerder betoogt dat de aanduiding ‘V.O.C. Hoorn’ door veel kiezers in verband zal worden gebracht met de oorspronkelijke betekenis van de afkorting V.O.C. te weten de Verenigde Oostindische Compagnie dan wel met de activiteiten die in de gemeente georganiseerd worden in verband met het V.O.C.-jubileum.

2.5.1. Dit betoog faalt. Dat een aanduiding waarvan de registratie wordt verzocht mogelijk geheel of gedeeltelijk overeenstemt met een reeds gevestigde naam of aanduiding, levert slechts dan misleiding als bedoeld in artikel G 3, vierde lid, onder c, van de Kieswet op, indien de gevestigde naam of aanduiding betrekking heeft op een politieke of maatschappelijke groepering of een instelling verbonden met of verwant aan het staats- dan wel het gemeentebestel. De Verenigde Oostindische Compagnie is geen groepering als hiervoor bedoeld. Van misleiding als bedoeld in artikel G 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Kieswet is dan ook geen sprake. Dat door de gemeente in het V.O.C.-jubileumjaar activiteiten worden georganiseerd maakt dit niet anders.

2.6. Het beroep is dan ook gegrond en het besluit van verweerder van 14 december 2001 moet worden vernietigd. Nu geen van de andere in artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet genoemde weigeringsgronden zich voordoet, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op na te melden wijze zelf in de zaak te voorzien.

2.7. Het Centraal stembureau dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het Centraal Stembureau gemeente Hoorn van 14 december 2001, BZ/Verk/FvB;

III. willigt het verzoek om inschrijving van de aanduiding ‘V.O.C. Hoorn’ als aanduiding waarmee de vereniging "Versterking Ontwikkeling Centrumfunctie Hoorn", gevestigd te Hoorn, vermeld wil worden op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen in;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. veroordeelt het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Hoorn in de door appellant in verband met het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Hoorn te worden betaald aan appellante;

VI. gelast dat de gemeente Hoorn aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (ƒ 481,00/€ 218,27) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Meer w.g. Van Loon

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2002

284-408.