Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2001:AF6182

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-05-2001
Datum publicatie
24-03-2003
Zaaknummer
200102536/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad

van State

200102536/1.

Datum uitspraak: 23 mei 2001

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 10 mei 2001 in het geding tussen:

appellant,

en

de Staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 april 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 10 mei 2001, verzonden op die dag, heeft de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 16 mei 2001, bij de Raad van State binnengekomen op 21 mei 2001, hoger beroep ingesteld.

2. Overwegingen

2.1. De aangevallen uitspraak is verzonden op 10 mei 2001, zodat de termijn voor het indienen van een hoger beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is begonnen op 11 mei 2001 en gelet op artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geëindigd op 17 mei 2001.

2.2. Appellant heeft het beroepschrift niet binnen de termijn ingediend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het poststempel onleesbaar is, welke omstandigheid, nu appellant het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, voor zijn risico dient te komen.

2.3. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer,

in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Groeneweg

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2001

32-362.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift

de Secretaris van de Raad van State

voor deze,