Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2001:AF5958

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-10-2001
Datum publicatie
18-03-2003
Zaaknummer
200104714/2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

200104714/2.

Datum uitspraak: 25 oktober 2001

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[vreemdelinge],

[verzoekster],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 20 augustus 2001 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

de Staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie een aanvraag van [verzoekster] om haar een verblijfsvergunning asiel te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 20 augustus 2001, verzonden op 27 augustus 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brieven, bij de Raad van State binnengekomen op 24 september 2001, hoger beroep ingesteld.

Tevens heeft zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. Met het verzoek beoogt [verzoekster] haar uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep te voorkomen. Ingevolge C4/18.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 zal, indien de vreemdeling om voorlopige voorziening vraagt tegen de voorgenomen uitzetting, de beslissing van de Voorzitter van de Afdeling daarop in de regel hier te lande mogen worden afgewacht, mits de aanvraag tijdig is ingediend en de aanvraag niet in een aanmeldcentrum is afgewezen. Nu de Afdeling het beroep op korte termijn zal behandelen en niet is gebleken van een zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak van de Afdeling onder die omstandigheden niet kan worden afgewacht, bestaat geen grond voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening.

2.2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Rechtdoende in naam der Koningin:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D.A.M. Zegveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Zegveld

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2001

43-358.

Verzonden: 25 oktober 2001

Voor eensluidend afschrift

de Secretaris van de Raad van State

voor deze,