Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2001:AE3512

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-07-2001
Datum publicatie
03-06-2002
Zaaknummer
200004942/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad

van State

200004942/1.

Datum uitspraak: 18 juli 2001.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B] wonend te [woonplaats],

appellanten,

tegen de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te Utrecht van 8 september 2000 in het geding tussen:

appellanten

en

burgemeester en wethouders van Driebergen-Rijsenburg.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2000 hebben burgemeester en wethouders van Driebergen-Rijsenburg (hierna: burgemeester en wethouders) geweigerd om over te gaan tot toepassing van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom aan de Stichting Kinderopvang Driebergen Doorn (hierna: de Stichting) in verband met het gebruik van de gebouwen en de omliggende gronden op het perceel gelegen aan de [straat, nr] te [woonplaats] ten behoeve van kinderopvang.

Bij besluit van 21 juni 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit alsmede het advies van de commissie bezwaar- en beroepschriften van 5 juni 2000, waarnaar in dat besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 8 september 2000, verzonden op die dag, heeft de president van de arrondissementsrechtbank te Utrecht (hierna: de president) het daartegen ingestelde beroep deels gegrond en deels ongegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de weigering handhavend op te treden ten aanzien van het gedeelte van het perceel waarop de bestemming “Kwekerij” rust. Deze uitspraak is aangehecht.

[redactie: url('AA9534',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=23263)]

Tegen deze uitspraak - voor zover daarbij hun beroep ongegrond is verklaard - hebben appellanten bij brief van 16 oktober 2000, bij de Raad van State ingekomen op 18 oktober 2000, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 14 november 2000. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 26 maart 2001 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend. Eveneens bij brief van 26 maart 2001 heeft de Stichting een reactie op het beroepschrift gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juni 2001, waar appellanten, bijgestaan door mr. J.W. van Donselaar, gemachtigde, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door B.J. ter Horst, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

Namens de Stichting is het woord gevoerd door J.H.M. Raaijmakers, gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Appellanten hebben betoogd dat de president ten onrechte heeft overwogen dat de exploitatie van een kinderdagverblijf op het perceel Engweg 24f past binnen de ter plaatse geldende bestemming "Bijzondere Doeleinden". Dit betoog faalt.

2.1.1. Ingevolge artikel 2.05-1 van de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Welgelegen-Rosarium" zijn de gronden, welke ingevolge het plan zijn aangewezen als Bijzondere Doeleinden bestemd voor instellingen van sociale, culturele, educatieve en religieuze aard, met de daartoe nodige gebouwen, andere bouwwerken en andere werken, benevens voor tuinen en erven. In de planvoorschriften wordt geen definitie gegeven van educatieve of sociale instellingen. Ook in de plantoelichting zijn deze begrippen niet gedefinieerd. Dit betekent dat voor de betekenis van deze begrippen aangesloten dient te worden bij hetgeen daaronder naar thans gangbare opvatting wordt verstaan. Zoals de president terecht en op goede gronden heeft overwogen vertoont de functie van een kinderdagverblijf zodanige raakvlakken met sociale en educatieve instellingen dat dit gebruik binnen de algemeen en bewust ruim omschreven bestemming Bijzondere Doeleinden mogelijk moet worden geacht.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Bastein, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-Van Bilderbeek w.g. Bastein

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2001.

13.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift

de Secretaris van de Raad van State

voor deze,