Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2001:AB3091

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-07-2001
Datum publicatie
06-08-2001
Zaaknummer
200103250/2.
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie

Verzoek om herziening onredelijk laat geacht.

Verzoek om herziening van uitspraak in hoger beroep. Het verzoek is vijf maanden na de uitspraak ingediend. Nu ter zake geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, is dat onredelijk laat. Voor dat oordeel is aansluiting gezocht bij art. 6:12, eerste en derde lid Awb.

Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

mr. J.A.E. van der Does

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:88
Algemene wet bestuursrecht 6:12
Algemene wet bestuursrecht 6:12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad

van State

200103250/2.

Datum uitspraak: 26 juli 2001

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van

A en A-B, wonend te C,

verzoekers,

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2001, in zaak no. 200001621/1.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 18 januari 2001, in zaak no. 200001621/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak bevestigd.

Bij brief van 19 juni 2001 hebben verzoekers de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2. Het verzoek is vijf maanden na de uitspraak ingediend. Nu ter zake geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, is dat onredelijk laat. Voor dit oordeel is aansluiting gezocht bij artikel 6:12, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat een bezwaar of beroep dat niet aan een termijn is gebonden, niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het onredelijk laat is ingediend.

2.3. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.E. van der Does, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Does w.g. Roelfsema

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2001

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht).

- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

-.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,