Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2001:AB2318

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-06-2001
Datum publicatie
06-07-2001
Zaaknummer
200102675/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad

van State

200102675/1.

Datum uitspraak: 21 juni 2001

afdeling

bestuursrechtspraak

Uitspraak in het geding tussen:

de Vereniging Politieke Partij Zutphen 2000, gevestigd te Zutphen,

appellante,

en

het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Zutphen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 mei 2001, bekendgemaakt op 17 mei 2001, heeft verweerder ingewilligd het verzoek van de Vereniging Politieke Partij Zutphens Perspectief, Leefbaar Zutphen tot inschrijving van de aanduiding 'Leefbaar Zutphen' als aanduiding waarmee zij voor de gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 21 mei 2001, bij de Raad van State ingekomen op 23 mei 2001, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 1 juni 2001 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2001, waar appellante, vertegenwoordigd door G.M. Levert en H.I. Hamming, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.F. Bak en mr. A.E.W. de Rouw, gemachtigden, zijn verschenen. Voorts zijn verschenen de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.G. van Dijk, gemachtigde, en de Vereniging Politieke Partij Zutphens Perspectief, Leefbaar Zutphen, vertegenwoordigd door H. de Bruin en A.H. Verbunt, bestuursleden.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel G 3, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.

Ingevolge artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet beschikt het centraal stembureau slechts afwijzend op het verzoek, indien:

a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;

b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van dit artikel of de artikelen G 1, onderscheidenlijk G 2, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ingediend, en daardoor verwarring te duchten is;

c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;

d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;

e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen.

2.2. Bij brief van 4 april 2001 heeft de Vereniging Politieke Partij Zutphens Perspectief, Leefbaar Zutphen verzocht om registratie van de aanduiding 'Leefbaar Zutphen' als aanduiding waarmee zij voor de gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld. Bij besluit van 14 mei 2001, bekendgemaakt op 17 mei 2001, heeft verweerder dit verzoek ingewilligd.

2.3. Appellante heeft tegen dit besluit aangevoerd dat met de registratie van de aanduiding 'Leefbaar Zutphen' voor de Vereniging Politieke Partij Zutphens Perspectief, Leefbaar Zutphen verwarring is te duchten met de aanduiding 'Stadspartij/Leefbaar Zutphen' die voor haar is ingeschreven. Verder is de aanduiding misleidend voor de kiezers.

2.4. Bij besluit van 6 maart 2001 heeft verweerder het verzoek van appellante om wijziging van haar aanduiding 'Stadspartij-Zutphen 2000' in 'Stadspartij/Leefbaar Zutphen' ingewilligd. Bij uitspraak van heden inzake nr. 200102056 (aangehecht) is het tegen dit besluit door H. de Bruin en de Vereniging Politieke Partij Zutphens Perspectief, Leefbaar Zutphen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

2.5. Een politieke groepering kan niet door middel van de enkele registratie van een aanduiding, waarmee zij op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, het alleenrecht opeisen op het gebruik van min of meer algemene begrippen. Het begrip 'leefbaar' - al dan niet gevolgd door een plaatsnaam - moet hiertoe worden gerekend. Dit laat echter onverlet dat registratie van een aanduiding moet worden geweigerd indien één van de in artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet genoemde weigeringsgronden zich voordoet.

2.6. Van de aanduiding 'Leefbaar Zutphen' naast de geregistreerde aanduiding 'Stadspartij/Leefbaar Zutphen' is naar het oordeel van de Afdeling wel degelijk verwarring te duchten. Uit de overgelegde stukken die zijn verspreid in het kader van de vorige gemeenteraadsverkiezingen blijkt - hetgeen ter zitting niet is weersproken - dat appellante reeds voor het verzoek tot wijziging van haar aanduiding stond voor "een leefbaar Zutphen" en zich als zodanig presenteerde. Daarom heeft de toevoeging 'Stadspartij /' - anders dan verweerder stelt - onvoldoende onderscheidend vermogen om bij de kiezer verwarring te voorkomen. Gelet hierop stemt de aanduiding 'Leefbaar Zutphen' derhalve in hoofdzaak overeen met de reeds geregistreerde aanduiding.

2.7. Uit het vorenoverwogene volgt dat de in artikel G 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Kieswet genoemde afwijzingsgrond zich voordoet. Het verzoek van de Vereniging Politieke Partij Zutphens Perspectief, Leefbaar Zutphen tot registratie van de aanduiding 'Leefbaar Zutphen' had moeten worden afgewezen. Het beroep is dan ook gegrond en het besluit van verweerder van 14 mei 2001 moet worden vernietigd. De Afdeling ziet in het hiervoor onder 2.4. en 2.6. overwogene aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op na te melden wijze zelf in de zaak te voorzien.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Zutphen van 14 mei 2001, 3585A en 3835A;

III. wijst het verzoek van de Vereniging Politieke Partij Zutphens Perspectief, Leefbaar Zutphen om registratie van de aanduiding 'Leefbaar Zutphen' af;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. gelast dat de gemeente Zutphen aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (ƒ 450,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Meer w.g. Van Loon

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2001

284.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,