Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2001:AB0444

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-01-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
200001730/1.
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad

van State

200001730/1.

Datum uitspraak: 25 januari 2001

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

burgemeester en wethouders van Sint Michielsgestel,

appellanten,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 15 februari 2000 in het geding tussen:

mr. [bezwaarde] en anderen, allen wonend te [woonplaats]

en

appellanten.

1 Procesverloop

Bij besluit van 22 september 1998 hebben appellanten een verzoek van mr. [bezwaarde] en anderen (hierna: [bezwaarde]) om de vereninging Geko (hierna: DKV Geko) aan te schrijven de rondom het sportveld aan de Nieuwstraat te Sint-Michielsgestel aangebrachte reclameborden te verwijderen afgewezen.

Bij besluit van 9 februari 1999 hebben zij het daartegen door [bezwaarde] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 15 februari 2000, verzonden op 28 februari 2000, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door [bezwaarde] ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 april 2000, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 28 april 2000. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brieven van 10 juli 2000 en 22 augustus 2000 hebben onderscheidenlijk DKV Geko en [bezwaarde] van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 december 2000, waar DKV Geko, vertegenwoordigd door P.W. van den Brink, en mr [bezwaarde] zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het geschil heeft betrekking op reclameborden die bijna tegen de afrastering rond het sportveld zijn geplaatst. De borden vinden steun in ijzeren palen die pal achter de afrastering in de grond zijn gezet. Aan deze palen zijn vlak boven het maaiveld horizontale pinnen bevestigd die door het gaas van de afrastering steken. Aan het einde van die pinnen is vlak boven het maaiveld een smalle horizontale kleine u-balk aangebracht, waarop de borden rusten. Aan de palen zijn ook horizontale pinnen aangebracht door het gaas, op ongeveer een meter boven het maaiveld. Aan het eind van deze pinnen zijn klemmen aangebracht, waarmee de borden aan de bovenzijde worden vastgehouden. De borden bevinden zich aldus op ongeveer vijftien centimeter van de afrastering.

2.2. Appellanten betogen tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de reclameborden niet kunnen worden aangemerkt als erf- of terreinafscheiding als bedoeld in artikel 43, eerste lid, onder k, van de Woningwet. De borden hebben naast de afrastering uit een oogpunt van de belangen die in die wet hun regeling hebben gevonden zelfstandige betekenis. Dat zij nabij de erf- of terreinafscheiding zijn geplaatst, maakt dat niet anders.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. De Afdeling ziet aanleiding om appellanten op na te melden wijze in de kosten te veroordelen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt burgemeester en wethouders van Sint Michielsgestel in de door mr. . [bezwaarde] in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van f 235,16; het dient door de gemeente Sint-Michielsgestel aan mr. [bezwaarde] te worden betaald.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Groeneweg

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2001

13-32.

Verzonden: 25 januari 2001

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,