Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2001:AA9914

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-01-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
199903411/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gebruiksvergunningvereiste ex art. 6.1.1 bouwverordening levert geen ongeoorloofde beperking op van de godsdienstvrijheid als bedoeld in art. 6.1 Grondwet.

Dwangsomaanschrijving gericht tot R.K. Parochie tot het zich, ten aanzien van een kerkgebouw, onthouden van overtreding van het in art. 6.1.1 bouwverordening neergelegde verbod.

Ingevolge art. 6.1.1.1.a van de bouwverordening is het verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van B&W een bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een een- of meergezinshuis.

De R.K. Parochie betoogt dat het in art. 6.1.1 neergelegde vergunningvereiste een ongeoorloofde beperking oplevert van haar godsdienstvrijheid als bedoeld in art. 6.1 Grondwet. Zij stelt daartoe dat niet is uitgesloten dat bij een vergunningafgifte een grens wordt gesteld aan het aantal personen dat zich in de kerk mag bevinden.

Dit betoog faalt.

Niet valt in te zien dat het enkele feit dat de aanwezigheid van meer dan 50 personen in de kerk wordt onderworpen aan het bezit van een gebruiksvergunning ex art. 6.1.1, waaraan uitsluitend eisen kunnen worden verbonden met het oog op de brandveiligheid zoals nader omschreven in het tweede lid van dit artikel, de godsdienstvrijheid beperkt. Zouden B&W bij de te verlenen vergunning eisen stellen die verder gaan dan hetgeen de veiligheid van de zich in de kerk bevindende personen eist, dan kan de R.K. Parochie daar alsnog tegen opkomen.

Ongegrond hoger beroep.

Burgemeester en wethouders van Voerendaal.

mrs. J.A.E. van der Does, J.J.R. Bakker, J.A.M. van Angeren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad

van State

199903411/1.

Datum uitspraak: 25 januari 2001

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

R.K. Parochie H. Remigius, gevestigd te Klimmen,

appellante,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Maastricht van

7 oktober 1999 in het geding tussen:

appellante

en

burgemeester en wethouders van Voerendaal.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 april 1998 hebben burgemeester en wethouders van Voerendaal (hierna: burgemeester en wethouders) appellante onder oplegging van een dwangsom gelast zich ten aanzien van het kerkgebouw aan het Vrijthof te Klimmen te onthouden van overtreding van het in artikel 6.1.1 van de gemeentelijke bouwverordening neergelegde verbod. Daarbij is bepaald dat vanaf 25 mei 1998 per keer dat van gemeentewege wordt geconstateerd dat er meer dan 50 personen in het kerkgebouw aanwezig zijn een dwangsom wordt verbeurd van f 500,00 met een maximum van f 7.500,00.

Bij besluit van 3 augustus 1998 hebben burgemeester en wethouders het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van commissie voor bezwaar- en beroepschriften van 22 juli 1998, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 7 oktober 1999, verzonden op 15 oktober 1999, heeft de arrondissementsrechtbank te Maastricht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 25 november 1999, bij de Raad van State ingekomen op 26 november 1999, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 23 februari 2000 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 december 2000, waar appellante, vertegenwoordigd door mr J.P. Rutten, verbonden aan het Bisdom Roermond, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr E.A. Weusten en H. Pasmans, ambtenaren der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8, tweede lid, van de Woningwet - voor zover hier van belang - bevat de bouwverordening voorschriften omtrent de brandveiligheid.

Ingevolge artikel 6.1.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de bouwverordening van de gemeente Voerendaal is het verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een een- of meergezinshuis.

In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat burgemeester en wethouders aan de gebruiksvergunning slechts voorwaarden kunnen verbinden in het belang van het voorkomen, beperken, en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand. Hieronder worden begrepen voorwaarden met betrekking tot

stoffering en versiering;

uitgangen en vluchtwegen;

installaties;

standbouw, podia, kramen e.d.;

verbrandingsmotoren;

verbod van open vuur en vuurwerk;

bewaking en controle;

ventilatie en werkzaamheden;

brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende stoffen;

opstellingsplannen;

afval;

doorlopend toezicht;

brandveiligheidsinstructie en ontruimingsplan uitgaande van de bestaande interne organisatie;

het maximaal toelaatbare aantal personen in een ruimte van een gebouw of in een gebouw met het oog op de brandveiligheid;

de plaats van, alsmede het aantal en het type draagbare blustoestellen.

2.2. In artikel 6, eerste lid, van de Grondwet is bepaald dat ieder het recht heeft zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2.3. Niet in geschil is dat appellante haar kerkgebouw aan het Vrijthof te Klimmen in gebruik heeft zonder te beschikken over een schriftelijke gebruiksvergunning. Hieruit volgt dat burgemeester en wethouders appellante uit hoofde van de verplichting gesteld bij artikel 6.1.1 van de gemeentelijke bouwverordening een last mogen opleggen. De Afdeling merkt hierbij op dat zij de opgelegde last aldus verstaat dat vanaf 25 mei 1998 per keer dat van gemeentewege wordt geconstateerd dat er tijdens een kerkdienst meer dan 50 personen in het kerkgebouw aanwezig zijn zonder dat wordt beschikt over een gebruiksvergunning een dwangsom wordt verbeurd van f 500,00 met een maximum van f 7.500,00.

2.4. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het in artikel 6.1.1 van de gemeentelijke bouwverordening neergelegde vergunningvereiste een ongeoorloofde beperking van haar godsdienstvrijheid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Grondwet oplevert. Zij stelt daartoe dat niet is uitgesloten dat bij een vergunningafgifte een grens wordt gesteld aan het aantal personen dat zich in de kerk mag bevinden.

2.4.1. Dit betoog faalt. Niet valt in te zien dat het enkele feit dat de aanwezigheid van meer dan 50 personen in de kerk wordt onderworpen aan het bezit van een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 van de gemeentelijke bouwverordening, waaraan uitsluitend eisen kunnen worden verbonden met het oog op de brandveiligheid zoals nader omschreven in het tweede lid van dit artikel, de godsdienstvrijheid beperkt. Zouden burgemeester en wethouders bij de te verlenen vergunning eisen stellen die verder gaan dan hetgeen de veiligheid van de zich in de kerk bevindende personen eist, dan kan appellante daar alsnog tegen opkomen.

2.5. Ook overigens heeft de rechtbank op goede gronden juist beslist.

2.6 Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep bestaan geen termen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.E. van der Does, Voorzitter, en mr. J.J.R. Bakker en mr. J. A.M. van Angeren, Leden, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Does w.g. Groeneweg

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2001

32.

Verzonden: 25 januari 2001

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van'State,

voor deze,