Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2000:AD7649

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-12-2000
Datum publicatie
02-01-2002
Zaaknummer
200102801/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Raad

van State

200102801/1.

Datum uitspraak: 5 december 2001

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[apellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 26 april 2001 in het geding tussen:

appellant

en

de raad van de gemeente Asten.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2000 heeft de raad van de gemeente Asten (hierna: de raad) een verzoek van appellant om vergoeding van planschade afgewezen.

Bij besluit van 23 mei 2000 heeft de raad het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 26 april 2001, verzonden op 1 mei 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 mei 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 6 juli 2001 hebben burgemeester en wethouders van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 oktober 2001, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. J.F.C.M. Mulders, en de raad, vertegenwoordigd door G.H. Groenen, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant stelt schade te hebben geleden door het op 23 december 1988 van kracht geworden bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Asten 1982, ten gevolge waarvan de bebouwingsmogelijkheden van zijn perceel [nummer] te [plaats] (hierna: het perceel) zijn komen te vervallen.

De rechtbank heeft volgens hem ten onrechte overwogen dat hem die schade niet hoeft te worden vergoed, omdat hij het risico van een voor hem nadelige bestemmingsplanwijziging heeft aanvaard door niet tot bebouwing over te gaan, toen dit mogelijk was. De Afdeling overweegt dienaangaande als volgt.

2.2. Vaststaat dat appellant, sedert 1975 eigenaar van het perceel, aanvankelijk bestaande mogelijkheden onbenut heeft gelaten en dat de voortekenen van een voor hem nadelige planwijziging in elk geval vanaf 1980 zichtbaar waren. Appellant heeft zijn stelling dat zijdens de gemeente vertrouwen is gewekt dat de bebouwingsmogelijkheden ongewijzigd zouden blijven, niet aannemelijk gemaakt. De enkele stelling dat vertegenwoordigers van de gemeente zich informeel in die zin hebben uitgelaten, is daarvoor onvoldoende.

Het betoog van appellant dat ten onrechte is nagelaten hem te informeren over de op handen zijnde planologische wijzigingen faalt evenzeer. Naar niet in geschil is, is het voornemen om tot bestemmingsplanwijziging te komen op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Dat was voldoende. Dat appellant niet in de gemeente Asten woonachtig is en daardoor de desbetreffende publicatie niet heeft ontvangen, leidt niet tot een ander oordeel. Het was aan appellant om zich desgewenst op de hoogte te houden van mogelijke bestemmingswijzigingen van het perceel.

Gelet op het vorenstaande, is de rechtbank op goede gronden tot de juiste conclusie gekomen dat de raad de gestelde schade ten laste van appellant heeft mogen laten.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. B. van Wagtendonk en mr. H.G. Lubberdink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.L. Frenkel, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Frenkel

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2001

206-405.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,