Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2000:AA9582

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
200005554/02.
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2001/14 met annotatie van EvdL

Uitspraak

Raad

van State

200005554/02.

Datum uitspraak: 12 december 2000

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om - het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de Minister van Buitenlandse Zaken,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 16 november 2000 in het geding tussen:

[bezwaarde], wonend te [woonplaats],

en

verzoeker.

1 . Procesverloop

Bij besluit van 18 augustus 1999 heeft verzoeker (hierna: de Minister) geweigerd bij de Nederlandse ambassade te Lagos, Nigeria, aangeboden documenten - een Nigeriaanse geboorteverklaring en huwelijksakte - die betrekking hebben op [bezwaarde] (hierna te noemen:[bezwaarde]), te legaliseren.

Bij besluit van 27 maart 2000 heeft de Minister het daartegen door [bezwaarde] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 november 2000, verzonden op dezelfde datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Alkmaar (hierna: de rechtbank), voorzover hier van belang, het daartegen door [bezwaarde] ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en de Minister opgedragen de ter legalisatie aangeboden stukken binnen twee weken na verzending van deze uitspraak te legaliseren.

Tegen deze uitspraak heeft de Minister bij brief van 29 november 2000, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2000, hoger beroep ingesteld. Bij brief van eveneens 29 november 2000, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2000, heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. De Voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen. Daartoe wordt overwogen dat de Minister de Voorzitter niet meer heeft verzocht dan bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij in afwachting van de uitspraak op het ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de opdracht van de rechtbank. indien het verzoek niet wordt toegewezen, dient de Minister de desbetreffende documenten te legaliseren. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 14 september 1999 inz. no. H01.98.1540, gepubliceerd in AB 1999, 443 en JV 19991256, waarnaar de Voorzitter verwijst, treden dan immers gevolgen in, die in hoger beroep niet meer kunnen worden gecorrigeerd. De Voorzitter ziet hierin aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen. Gelet op de belangen, ook en vooral van de zijde van [bezwaarde], die ermee zijn gediend om spoedig duidelijkheid te hebben over de legalisatie van de onderhavige documenten, zal de Voorzitter bevorderen dat het hoger beroep zo snel mogelijk ter zitting zal worden behandeld.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaal bij wijze van voorlopige voorziening dat de Minister geen gevolg hoeft te geven aan de opdracht van de rechtbank de door [bezwaarde] ter legalisatie aangeboden stukken te legaliseren voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Dallinga

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2000

18.

Verzonden: 12 december 2000

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,