Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2000:AA8431

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-11-2000
Datum publicatie
12-12-2001
Zaaknummer
200002946/1, 200004252/1, 200004254/1, 200004255/
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer
Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 23
Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2000, 242
M en R 2001, 6K
JM 2001/15 met annotatie van Sampiemon
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad van State

200002946/1, 200004252/1,

200004254/1, 200004255/1,

200004256/1, 200004258/1

en 200004259/1.

Datum uitspraak: 16 november 2000

afdeling

bestuursrechtspraak

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoeker 1] en wijlen [verzoeker 2],

2. [verzoeker 3],

3. de stichting "Stichting Greenpeace Nederland",

alle wonend dan wel gevestigd te Amsterdam,

verzoekers,

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2000, kenmerk DGM/SVS nr. BGGO 99/05, heeft verweerder aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Advanta Seeds B.V. (hierna: vergunninghoudster) tot 31 december 2008 een vergunning verleend als bedoeld in artikel 23 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1993, 435; hierna: het Besluit) voor het verrichten van veldproeven met niet-bloeiende genetisch gemodificeerde glufosinaat-ammoniumresistente suikerbieten.

De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland.

Dit besluit is op 11 mei 2000 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekers sub 1 bij brief van 18 juni 2000, bij de Raad van State ingekomen op 20 juni 2000, en verzoeker sub 2 bij brief van 20 juni 2000, bij de Raad van State ingekomen op 21 juni 2000, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld, hebben verzoekers sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 27 juli 2000, bij de Raad van State ingekomen op 28 juli 2000, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 20 juli 2000, kenmerk DGM/SVS nr. BGGO 98/15, heeft verweerder aan vergunninghoudster tot 31 december 2008 vergunning verleend als bedoeld in artikel 23 van het Besluit voor het verrichten van werkzaamheden in bedrijfsruimten, kassen en in het veld met genetisch gemodificeerde Brassica napus planten, waaronder koolzaadplanten, met een resistentie voor bepaalde vormen van biotische stress. De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de gemeente Reimerswaal.

Bij besluit van 20 juli 2000, kenmerk DGM/SVS nr. BGGO 99/01, heeft verweerder aan vergunninghoudster tot 31 december 2008 vergunning verleend als bedoeld in artikel 23 van het Besluit voor het verrichten van werkzaamheden met bloeiende en niet-bloeiende glufosinaat-ammoniumresistente genetisch gemodificeerde suikerbieten in bedrijfsruimten, kassen en in het veld. De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de gemeenten Bergen op Zoom, Dronten, Heusden, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Roosendaal, Steenbergen, Tholen en Woensdrecht.

Bij besluit van 20 juli 2000, kenmerk DGM/SVS nr. BGGO 99/02, heeft verweerder aan vergunninghoudster tot 31 december 2008 vergunning verleend als bedoeld in artikel 23 van het Besluit voor het verrichten van werkzaamheden in bedrijfsruimten, kassen en in het veld met genetisch gemodificeerde koolzaadplanten (Brassica napus L.) met een additionele herbicideresistentie. De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de gemeente Reimerswaal.

Bij besluit van 20 juli 2000, kenmerk DGM/SVS nr. BGGO 99/03, heeft verweerder aan vergunninghoudster tot 31 december 2008 vergunning verleend als bedoeld in artikel 23 van het Besluit voor het verrichten van werkzaamheden in bedrijfsruimten, kassen en in het veld met genetisch gemodificeerde, in de groeivorm gewijzigd koolzaad. De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de gemeente Reimerswaal.

Bij besluit van 20 juli 2000, kenmerk DGM/SVS nr. BGGO 99/04, heeft verweerder aan vergunninghoudster tot 31 december 2008 vergunning verleend als bedoeld in artikel 23 van het Besluit voor het verrichten van werkzaamheden in bedrijfsruimten, kassen en in het veld met genetisch gemodificeerd koolzaad met een gewijzigd koolhydraatmetabolisme. De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de gemeente Reimerswaal.

Bij besluit van 20 juli 2000, kenmerk DGM/RVS nr. BGGO 99/07, heeft verweerder aan vergunninghoudster tot 31 december 2008 vergunning verleend als bedoeld in artikel 23 van het Besluit voor het verrichten van werkzaamheden met bloeiende en niet-bloeiende glyfosaat resistente suikerbieten in bedrijfsruimten, kassen en in het veld. De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de gemeenten Bergen op Zoom, Dronten, Heusden, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Roosendaal, Steenbergen, Tholen en Woensdrecht.

De voormelde besluiten van 20 juli 2000 zijn op 27 juli 2000 ter inzage gelegd.

Tegen deze besluiten heeft verzoekster sub 3 bij brieven van 5 september 2000, bij de Raad van State ingekomen op 7 september 2000, beroep ingesteld.

Bij brieven van 5 september 2000, bij de Raad van State ingekomen op 7 september 2000, heeft verzoekster sub 3 de Voorzitter verzocht ter zake van de besluiten waartegen zij beroep heeft ingesteld, een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 26 oktober 2000, waar verzoekers sub 1, waarvan [verzoeker 1] in persoon en bijgestaan door drs. J. Visser, gemachtigde, verzoeker sub 2, in persoon en bijgestaan door mr. M.C. Hollander, advocaat te Amsterdam, verzoekster sub 3, vertegenwoordigd door mr. A.H.J. van den Biesen, advocaat te Amsterdam, en ir. P. Schenkelaars, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. C.J. Kleijs en ir. R.M. van der Graaf, ambtenaren bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, en dr. ir. W. Brandenburg, gemachtigde, zijn verschenen.

Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door drs. T.A.W.M. Saat, als partij, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekers sub 1, verzoeker sub 2 en verzoekster sub 3 vrezen voor de mogelijk nadelige gevolgen van de introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu. Verzoekster sub 3 heeft daarbij gewezen op de mogelijke schade die aan de ecologie en aan gewassen van boeren in de omgeving van proefvelden kan worden toegebracht. Verzoeker sub 2 en verzoekster sub 3 betogen dat niet kan worden volstaan met de enkele aanduiding van de gemeente of de provincie waar de veldproeven worden verricht. In dat verband hebben deze verzoekers aangevoerd dat de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in bijlage 3, onder 2, van het Besluit, waarin volgens hen is bepaald dat de voorgenomen plaats waar de veldproeven worden verricht nauwkeurig moet worden beschreven.

2.3. Ingevolge artikel 24, tweede lid, van het Besluit, moet bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 23 een risico-analyse met betrekking tot de voorgenomen handelingen worden overgelegd, in ieder geval inhoudende de gegevens, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit.

Ingevolge bijlage 3, onder twee, bij het Besluit, moet een risico-analyse als bedoeld in artikel 24, van het Besluit, met betrekking tot de voorgenomen handeling, in ieder geval de volgende gegevens in houden:

a. een beschrijving van de plaats waar de handeling wordt uitgevoerd met gegevens betreffende de situering en de toegankelijkheid voor mens en dier:

b. een beschrijving van relevante veranderingen die in de nabije toekomst in de omgeving van de plaats van handeling kunnen worden verwacht;

c. een beschrijving van de verspreidingsroute van het organisme of de organismen;

d. een beschrijving van het ecosysteem waarin de handeling wordt uitgevoerd, en de te verwachten effecten op dat ecosysteem;

e. de methode en de duur van de handeling;

f. de wijze waarop de groei en overleving van het organisme en de onder 1d en 2d bedoelde gegevens kunnen worden gevolgd in de tijd;

g. de wijze waarop noodmaatregelen kunnen worden getroffen indien zich nadelige effecten van de handelingen in het milieu voordoen.

2.3.1. Uit hetgeen in artikel 24, tweede lid, van het Besluit, in samenhang met bijlage 3, onder twee, van het Besluit is bepaald, leidt de Voorzitter af dat bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van het Besluit, de plaats en de omgeving waar de veldproeven worden uitgevoerd, nauwkeurig moeten zijn beschreven.

In de aanvragen van vergunninghoudster die hebben geleid tot de door verzoekers bestreden besluiten, zijn de provincies onderscheidenlijk de gemeenten aangeduid waar de veldproeven zullen worden uitgevoerd. Verder bevatten deze aanvragen een globale omschrijving van de eisen waaraan de proefvelden moeten voldoen. Een nauwkeurige beschrijving van de proefvelden ontbreekt. Derhalve betwijfelt de Voorzitter of de onderhavige aanvragen voldoen aan het bepaalde in artikel 24, tweede lid, van het Besluit in samenhang met bijlage 3, onder twee, bij het Besluit. Nu niet gebleken is dat verweerder ook anderszins niet de beschikking had over een nauwkeurige beschrijving van de plaats van de proefvelden, betwijfelt de Voorzitter of verweerder de onderhavige aanvragen in behandeling mocht nemen.

2.4. Het vorenstaande in aanmerking genomen en gelet op de mededeling van vergunninghoudster ter zitting dat zij bij een mogelijke schorsing nog mogelijkheden ziet tot het elders verrichten van de onderhavige veldproeven alsmede gelet op het mogelijk onomkeerbare karakter van de mogelijk nadelige gevolgen tengevolge van de introductie van de genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.5. Verweerders dienen op na te melden wijze in de proceskosten van verzoeker sub 2 en verzoekster sub 3 te worden veroordeeld. Wat verzoekers sub 1 betreft, is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, van 9 mei 2000, kenmerk DGM/SVS nr. BGGO 99/05, en van 20 juli 2000, met kenmerken DGM/SVS nr. BGGO 98/15, DGM/SVS nr. BGGO 99/01, DGM/SVS nr. BGGO 99/02, DGM/SVS nr. BGGO 99/03, DGM/SVS nr. BGGO 99/04, DGM/SVS nr. BGGO 99/07;

II. veroordeelt de Minister Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu in de door verzoeker sub 2 en verzoekster sub 3 in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag voor ieder van deze verzoekers van ƒ 1.420,00, welke bedragen geheel zijn toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; de bedragen dienen door de Staat der Nederlanden te worden betaald aan verzoekers;

III. gelast dat de Staat der Nederlanden aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (voor verzoekers sub 1 en verzoeker sub 2 ieder ƒ 225,00 en voor verzoekster sub 3 ƒ 2700,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door drs. E.L. Berg, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Havik, ambtenaar van Staat.

w.g. Berg w.g. Havik

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2000

213-313.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,