Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2000:AA7762

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-09-2000
Datum publicatie
19-09-2005
Zaaknummer
199900384/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verklaring van geen bezwaar had niet in (beslis)mandaat mogen worden afgegeven nu sprake is van een ingrijpende inbreuk op de bestaande planologische situatie.

Verlenen vergunning en vrijstelling (19 WRO) voor bouwen van kantoorgebouw met bedrijfsruimte.

Sprake is van een ingrijpende inbreuk op de bestaande planologische situatie. Dit brengt mee, dat strenge eisen moeten worden gesteld aan de urgentie van het bouwplan en aan de mate van inzicht in het toekomstige planologische regime. Zoals is overwogen in uitspraak ABRS van 01-05-2000 inzake no. H01.98.1848 (opgenomen in de databank onder ELROnummer url('AA5800',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=19391)), is onder zodanige omstandigheden de afgifte van de verklaring van geen bezwaar in mandaat niet aanvaardbaar.

Aangezien de onderhavige verklaring van geen bezwaar in (beslis)mandaat is afgegeven, hadden B&W daarvan derhalve geen gebruik mogen maken.

Gegrond hoger beroep, vernietigt de aangevallen uitspraak, verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond en vernietigt de bestreden beslissingen op bezwaar.

Burgemeester en wethouders van Alkmaar

Mrs. J.H. Grosheide, C. de Gooijer, C.A. Terwee-van Hilten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad van State

199900384/1.

Datum uitspraak: 18 september 2000

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

1. A te B,

2. de verenigingen "Bewonersbelangenvereniging Grote Kerk en omgeving", "Historische Vereniging Alkmaar" en 'Winkeliersvereniging Binnenstad Alkmaar te Alkmaar,

appellanten,

tegen de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 12 mei 1999 in het geding tussen:

appellanten

en

burgemeester en wethouders van Alkmaar.

1 . Procesverloop

Bij besluit van 8 januari 1999 hebben burgemeester en wethouders van Alkmaar (hierna: burgemeester en wethouders) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Mabon B.V." vrijstelling van twee bestemmingsplannen en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een kantoorgebouw met bedrijfsruimte aan het Mallegatsplein 3 te Alkmaar.

Bij besluiten van 9 april 1999 hebben burgemeester en wethouders de daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Deze besluiten zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 12 mei 1999, verzonden op 20 mei 1999, heeft de president van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar (hierna: de president) de tegen deze besluiten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellant sub 1 bij brief van 1 juni 1999, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, en appellanten sub 2 bij brief van 10 juni 1999, bij de Raad van State ingekomen op 11 juni 1999, hoger beroep ingesteld. Appellant sub 1 heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 18 juni 1999. Deze brieven zijn aangehecht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 juli 2000, waar "Bewonersbelangenvereniging Grote Kerk en omgeving", vertegenwoordigd door C.P. Bakker, gemachtigde, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door J.A.A. Rosien, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan ten behoeve waarvan vrijstelling en bouwvergunning is verleend, is in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen "Spoorbuurt" en "Grote Kerk e.o.". Ter plaatse van de gronden met de bestemmingen "Groen", Tuinen II", "Openbaar water" en "Verkeersdoeleinden (nader uit te werken)" is geen bebouwing toegestaan.

Verder is een gedeelte van de bouw voorzien op gronden met de bestemming "Bijzondere doeleinden P (nader uit te werkenY', waarbij de maximaal toegestane bouwhoogte wordt overschreden. Om verwezenlijking van het bouwplan niettemin mogelijk te maken hebben burgemeester en wethouders vrijstelling verleend met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, zoals dat tot 3 april 2000 luidde. De vrijstelling is verleend, nadat van gedeputeerde staten een verklaring van geen bezwaar was ontvangen.

2.2. Het planologisch kader op basis waarvan de vrijstelling is verleend is neergelegd in de "Structuurvisie Centrumgebied AlkmaaC en de "Nota van Uitgangspunten Helderse Poort". Kern van de structuurvisie is dat de drie deelgebieden waaruit het centrum thans bestaat, Spoorbuurt, Overstad en Binnenstad, gezamenlijk de nieuwe, vergrote, centrumdriehoek moeten vormen, waarbij niet langer elk der drie deelgebieden naar binnen is gericht. Het kruispunt Heiderseweg-Geestersingel, een gebiedsaanduiding waartoe ook de in geding zijnde vestigingsplaats moet worden gerekend, is volgens de structuurvisie en genoemde nota gelegen in het gebied waar de verbinding tussen de drie delen van het centrum tot stand moet worden gebracht. Anders dan appellant sub 1 betoogt, vormt meergenoemde nota op de hier relevante punten een nadere invulling van de structuurvisie. Het bouwplan is noch strijdig met de structuurvisie, noch strijdig met de nota.

Zoals de president terecht heeft overwogen, gaat het hier om een ingrijpende inbreuk op de bestaande planologische situatie. Dit brengt mee, dat strenge eisen moeten worden gesteld aan de urgentie van het bouwplan en aan de mate van inzicht in het toekomstige planologische regime.

2.4. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 1 mei 2000 in de zaak H01.98,1848 (aangehecht) heeft overwogen, is onder zodanige omstandigheden de afgifte van de verklaring van geen bezwaar in mandaat niet aanvaardbaar. Aangezien de verklaring van geen bezwaar van 16 december 1998 blijkens de stukken in (beslis)mandaat is afgegeven, hadden burgemeester en wethouders daarvan derhalve geen gebruik mogen maken. De president heeft dit miskend.

2.5. De hoger beroepen zijn gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De bij de rechtbank ingestelde beroepen dienen alsnog gegrond te worden verklaard. De bestreden beslissingen op bezwaar komen eveneens voor vernietiging in aanmerking.

2.6. Burgemeester en wethouders dienen op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. De Afdeling merkt daarbij op dat de door appellanten sub 2 vermelde kosten van een fotoreportage niet voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de hoger beroepen gegrond,

II. vernietigt de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 12 mei 1999, WW 99/741, WW 991742, WW 991763 en WW 991764;

III. verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond;

IV. vernietigt de besluiten van burgemeester en wethouders van Alkmaar van 9 april 1999, kenmerk BZ/433 en BZ/387,

V. bepaalt dat burgemeester en wethouders een nieuwe beslissing op de bezwaarschriften nemen met inachtneming van deze uitspraak,

VI. veroordeelt burgemeester en wethouders van Alkmaar in de door appellant sub 1 in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van f 2.130,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en in de door appellanten sub 2 in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van f 2.187,65, waarvan een bedrag groot f 2.130,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; de bedragen dienen door de gemeente Alkmaar te worden betaald aan appellanten;

VII. gelast dat de gemeente Alkmaar aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht (f 540,00 voor appellant sub 1 en f 1095,00 voor appellanten sub 2) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. Grosheide, Voorzitter, en mr. C. de Gooijer en mr. C.A. Terwee-van Hilten, Leden, in tegenwoordigheid van mr. drs. D.A. Verburg, ambtenaar van Staat.

Bij verhindering van de

ambtenaar van Staat:

w.g. Grosheide w.g. Roelfsema

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2000

236. Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,