Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2000:AA7395

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-09-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
199901773/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2000, 263K

Uitspraak

Raad van State

199901773/1

Datum uitspraak: 12 september 20

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

het Gemeenschappelijk Orgaan voor de milieuhygiëne regio Arnhem te Arnhem, appellant,

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder.

1 . Procesverloop

Bij besluit van 27 augustus 1998 heeft verweerder aan appellant op grond van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer een subsidie ten bedrage van f 1.281.000 verleend voor het kalenderjaar 2001.

Bij besluit van 30 juni 1999 heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 10 augustus 1999, bij de Raad van State ingekomen op 13 augustus 1999, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 16 september 1999. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 9 februari 2000 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 mei 2000, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. M.C.J. Kasteel en H.J.C.M. Ubbink, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. C.l. Wong, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het tegen het besluit van 27 augustus 1998 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, aangezien appellant terzake niet bevoegd is tot het instellen van bezwaar en beroep.

De Afdeling stelt vast dat het bezwaar mede namens de Secretaris op naam van appellant door de Voorzitter is gemaakt.

2.2.1. Appellant is een gemeenschappelijk orgaan dat zijn grondslag vindt in de Gemeenschappelijke regeling milieusamenwerking regio Arnhem. De regeling bevat geen bepalingen waarin aan de Voorzitter en Secretaris, afzonderlijk of in vereniging, de bevoegdheid tot het namens het gemeenschappelijk orgaan instellen van rechtsmiddelen wordt overgedragen, dan wel op grond waarvan deze bevoegd waren tot het spoedshalve maken van bezwaar of het instellen van beroep.

2.2.2. Vast staat dat het gemeenschappelijk orgaan de Voorzitter en Secretaris niet voorafgaand aan het indienen van het bezwaarschrift heeft gemachtigd tot het namens hem maken van bezwaar. Dit laat onverlet dat kan worden aangenomen dat het gemeenschappelijk orgaan tijdig heeft besloten tot het maken van bezwaar, indien een vóór ommekomst van de bezwaartermijn gedateerde schriftelijke machtiging aan de Voorzitter en Secretaris tot het namens het gemeenschappelijk orgaan maken van bezwaar wordt overgelegd. Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. Uit het vorenstaande volgt, dat het bezwaarschrift onbevoegdelijk door de Voorzitter - mede namens de Secretaris - is ondertekend en ingediend. De omstandigheid dat het gemaakte bezwaar in zijn vergadering van 23 september 1999 door het gemeenschappelijk orgaan is bekrachtigd, kan reeds daarom niet tot een ander oordeel leiden omdat deze bekrachtiging eerst na afloop van de bezwaartermijn heeft plaatsgevonden. Gelet op het vorenstaande heeft verweerder het bij brief van 9 oktober 1998 gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.S. Beekman, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Beekman

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2000

66-284.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,