Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:1999:AA4535

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-12-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
H01.99.04131Y01
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad van State

H01.99.04131Y01.

Datum uitspraak: 30 december 1999

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzet van:

A te B, opposant,

vertegenwoordigd door A, gemachtigde.

1 . Procesverloop

Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 juni 1999, verzonden op 10 juni 1999, gedaan met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna te noemen: de rechtbank) van 26 augustus 1998, kenmerk Awb 9813104, niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.

Tegen de uitspraak van de Afdeling heeft opposant bij brief, ingekomen bij de Raad van State bij telefaxbericht van 13 juli 1999, verzet op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gedaan.

Dit verzetschrift is aangehecht.

Opposant is ingevolge zijn verzoek bij monde van zijn gemachtigde op 17 december 1999 gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het door opposant in verzet aangevoerde komt er op neer dat hij van mening is dat de rechtbank ten aanzien van zijn beroep een hoorzitting had moeten houden. Nu opposant hierom nadrukkelijk verzocht heeft en geen toestemming heeft gegeven om onmiddellijk uitspraak te doen op het beroep is opposant van mening dat de uitspraak van de rechtbank in strijd met artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht tot stand is gekomen.

2.2 De Afdeling heeft in de uitspraak, waarvan verzet, vastgesteld dat de uitspraak waartegen opposant hoger beroep heeft ingesteld een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht betreft. De stelling van opposant dat de uitspraak van de rechtbank (in strijd) met artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht tot stand is gekomen faalt derhalve. Voorts stelt de Afdeling vast dat de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd is het onderzoek te sluiten en daarmee af te zien van het houden van een hoorzitting, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

2.3. Met betrekking tot de stelling van opposant dat de Afdeling eveneens een hoorzitting had moeten houden merkt de Afdeling op dat zij, gelet op het ontbreken van een wettelijke mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep ten aanzien van een uitspraak van de rechtbank als de onderhavige, daarvan eveneens kon afzien, nu de uitspraak in hoger beroep niet anders kon luiden dan dat het hoger beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk was. Immers in artikel 37, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de Raad van State is bepaald dat geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen een door de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 gedane uitspraak.

2.4 Het verzet is derhalve ongegrond.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr J.J.R. Bakker, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van A.M.Th. Schuller, ambtenaar van Staat.

w.g. Bakker w.g. Schuller

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 december 1999

H01.99.0413/Y01

verzonden: 30 december 1999

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,