Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2004:AO9823

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
28-04-2004
Datum publicatie
19-05-2004
Zaaknummer
91512 / HA ZA 03-1228
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 7A:1576, vijfde lid BW. Dexia-zaak. Aandelenlease-overeenkomst. Zaak wordt naar de kantonrechter verwezen, aangezien sprake is van huurkoop. Ook een overeenkomst met betrekking tot vermogensrecht valt onder huurkoopregeling door toepassing van de schakelbepaling van artikel 7A:1576, vijfde lid BW. Er is sprake van aflevering van aandelen door bijschrijving op naam van verkrijger in administratie bank. Er waren termijnbepalingen afgesproken. Partijen hebben hebben eigendomsoverdracht beoogd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 445
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE

Sector civiel

Enkelvoudige handelskamer

Zaaknr/rolnr: 91512 / HA ZA 03-1228

Uitspraak: 28 april 2004

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. F.W. Vloten,

advocaat mr. H. Post te Helmond,

en

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur onttrokken,

PROCESGANG

De zaak is bij op 6 oktober 2003 uitgebrachte dagvaarding aanhangig gemaakt.

Nadat aanvankelijk tegen [gedaagde] op 19 november 2003 verstek was verleend, heeft zich voor [gedaagde] op 10 december 2003 een procureur gesteld.

Vervolgens heeft [gedaagde] tot 28 januari 2004 de gelegenheid gekregen om een conclusie van antwoord te nemen.

Op de rol van 28 januari 2004 heeft de procureur van [gedaagde] evenwel verklaard zich aan verdere behandeling van de zaak te onttrekken.

Na een korte aanhouding om [gedaagde] gelegenheid te geven een nieuwe procureur te stellen, heeft zich voor [gedaagde] geen nieuwe procureur gesteld.

Tenslotte is op verzoek van Dexia op het griffiedossier vonnis bepaald.

CONCLUSIES VAN PARTIJEN

De vordering van Dexia strekt ertoe [gedaagde], bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan Dexia tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van

EURO 7.484,98, vermeerderd met de contractuele rente ad 0,96 % per maand, althans de wettelijke rente, over EURO 6.483,20, vanaf 22 augustus 2003 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding, waaronder de proceskosten.

[gedaagde] heeft niet van antwoord gediend.

MOTIVERING

1. De vordering van Dexia strekt tot betaling van de eindafrekening uit hoofde van de effectenlease-overeenkomst die zij met [gedaagde] heeft gesloten ten behoeve van het product WinstVerDriedubbelaar onder contractnummer 74406846.

2. De vraag die thans eerst voorligt, is of deze effectenlease-overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een overeenkomst van huurkoop. De rechtbank zal de zaak ambtshalve dienen te verwijzen naar de sector kanton als, voorlopig oordelende, wordt aangenomen dat het onderwerp van de zaak een huurovereenkomst betreft.

In dat verband is het volgende van belang.

3. Voorop staat dat uit artikel 7A:1576 lid 5 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat titel 5A van Boek 7A BW die primair betrekking heeft op de koop op afbetaling en huurkoop van zaken van overeenkomstige toepassing is op vermogensrechten, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht. Dat brengt mee dat uitgangspunt dient te zijn dat vermogensrechten zoals effecten onderwerp kunnen zijn van koop op afbetaling en daarmee ook van huurkoop in de zin van titel 5A Boek 7A BW.

4. Vervolgens ligt de vraag voor of de effectenlease-overeenkomst die Dexia met [gedaagde] heeft gesloten ook daadwerkelijk als huurkoopovereenkomst kan worden gekwalificeerd.

Daarvoor is het in de eerste plaats nodig vast te stellen dat partijen eigendomsoverdracht hebben beoogd.

In dat verband speelt artikel 5 van de door Dexia overgelegde (kopie van de) effectenlease-overeenkomst een belangrijke rol. In dat artikel wordt uitdrukkelijk bepaald dat de eigendom van de effecten automatisch en van rechtswege op lessee overgaat op het moment dat hij aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan. Dit wordt nog eens bevestigd in artikel 2 van de eveneens door Dexia overgelegde Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease. Om deze overgang te bewerkstelligen heeft Dexia, zo blijkt uit datzelfde artikel, onverwijld na aanschaf door haar de effecten geleverd overeenkomstig artikel 17 Wet Giraal Effectenverkeer (WGE). Een en ander leidt tot de conclusie dat partijen inderdaad eigendomsoverdracht hebben beoogd.

5. Een tweede vraag is dan of de effecten reeds voorafgaand aan deze mogelijke eigendomsoverdracht als afgeleverd in de zin van artikel 7A:1576 lid 1 BW kunnen worden aangemerkt.

Die vraag wordt bevestigend beantwoord. In het onderhavige geval kan er vanuit worden gegaan dat reeds voorafgaand aan deze voorwaardelijke eigendomsoverdracht een aflevering van de effecten heeft plaatsgevonden en wel door de bijschrijving ten name van lessee in de administratie van de bank overeenkomstig het hiervoor genoemde artikel 17 WGE. Hiermee is de (af)levering voltooid.

In dit verband is ook van belang dat lessee bij het sluiten van de overeenkomst het voor koop op afbetaling en huurkoop kenmerkende gebruiksrecht heeft verkregen. Volgens artikel 3 van de Bijzondere Voorwaarden draagt lessee immers het economisch risico met betrekking tot de koersverschillen van de effecten. Alle baten en waardeveranderingen van de waarden komen lessee toe. Bovendien zal, in geval van een keuze-dividend, de keuze worden bepaald door lessee. Dit kan redelijkerwijs niet anders worden geïnterpreteerd dan als een gebruiksrecht van de aandelen voor lessee.

6. Nu er, gelet op het voorgaande, vanuit kan worden gegaan dat de effecten aan [gedaagde] zijn afgeleverd door het plaatsen van een aantekening in de boekhouding van Dexia, dient vervolgens te worden vastgesteld of er sprake is geweest van betaling van twee of meer termijnen na die aflevering.

Uit het betalingsschema behorende bij de als productie 2 door Dexia overgelegde kopie van de overeenkomst blijkt dat inderdaad sprake was van dergelijke termijnbetalingen. Hierbij is de totale leasesom als koopprijs in de zin van artikel 7A:1576 lid 1 BW aan te merken, waarbij niet van belang is dat genoemde som is opgebouwd uit een bedrag waarvoor Dexia de effecten heeft aangekocht en een bedrag aan te betalen rente. Het is immers het totale bedrag dat door [gedaagde] aan Dexia diende te worden voldaan ter verkrijging van de effecten.

Klaarblijkelijk stond Dexia bij de totstandkoming van de lease-overeenkomst zelf ook een huurkoopconstructie voor ogen stond. Een andere verklaring voor de betaling in de voorlaatste maand van een bedrag van (nog slechts) EURO 45,38 wordt door Dexia niet gegeven. In haar als productie 4 overgelegde eindafrekening heeft Dexia bovendien in een voetnoot zelf aangegeven dat de splitsing in een restant hoofdsom en een eerste aflossingstermijn van EURO 45,38 is geschied juist 'in verband met artikel 1576 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek'.

7. Het vorengaande leidt tot de conclusie dat effectenlease-overeenkomst tussen Dexia en [gedaagde] kan worden aangemerkt als een huurkoopovereenkomst in de zin van artikel 7A:1576h BW. Dit heeft tot gevolg dat de onderhavige zaak op grond van artikel 93 onder c Rv door de kantonrechter dient te worden behandeld en beslist. De zaak zal dan ook op voet van artikel 71 lid 2 Rv ter verdere behandeling en beslissing worden verwezen naar de sector kanton van deze rechtbank.

Ingevolge artikel 71 lid 4 Rv wordt vermeld dat de rolzittingen van de kantonrechter te Lelystad elke woensdag om 10.00 uur plaatsvinden en dat partijen aldaar in persoon kunnen verschijnen dan wel zich kunnen laten bijstaan of zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.

BESLISSING

De rechtbank:

Verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton, locatie Lelystad, op woensdag 26 mei 2004 om 10 uur;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op woensdag 28 april 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.