Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2004:AO9060

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
19-02-2004
Datum publicatie
10-05-2004
Zaaknummer
222216 CV 04-73
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, ontbinding huurovereenkomst, afwijking rolreglement om billijkheidsredenen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E

sector kanton – locatie Deventer

Zaaknr.: 222216 CV 04-73

datum : 19 februari 2004

Vonnis in de zaak van:

{EISERES],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij,

gemachtigde A.M.C. van den Bos, gerechtsdeurwaarder te Deventer,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

procederend in persoon.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding d.d. 19 december 2003

- het antwoord van de gedaagde partij

Het geschil

Eiseres vordert ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen, ontruiming van het gehuurde, betaling van achterstallige huur en schadevergoeding met rente en kosten. Gedaagde heeft de vordering bij antwoord ten dele betwist, en voor het resterende deel verzocht om een nadere termijn voor aanvullend antwoord. Die nadere termijn is haar gegund, doch op de desbetreffende rolzitting van 22 januari 2004 is zij niet verschenen en heeft zij evenmin om uitstel verzocht. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

De beoordeling

1.

Eiseres baseert haar vordering op een huurovereenkomst tussen partijen betreffende de woning te [woonplaats] (hiervoor en hierna: het gehuurde). Zij heeft aangevoerd dat gedaagde in gebreke is met de tijdige betaling van de huur en dat per 1 januari 2004 een huurachterstand van € 747,39, corresponderende met de over de maanden augustus, november en december 2003 verschuldigde huur, is ontstaan.

2.

Gedaagde heeft bij antwoord erkend dat zij de huur over de maanden november en december 2003 onbetaald heeft gelaten, doch betwist dat de huur over augustus 2003 niet betaald zou zijn. Op haar verzoek is haar vervolgens een termijn van twee weken gegund om in haar administratie de bewijsstukken voor die betaling boven tafel te brengen. Op de rolzitting van 22 januari 2004, voor het dienen van nader antwoord bepaald, is gedaagde echter niet verschenen en heeft zij ook geen uitstel verzocht.

3.

Na de onder 2 bedoelde rolzitting heeft gedaagde via een gemachtigde telefonisch laten weten dat zij het betalingsbewijs van de huur over augustus 2003 had gevonden, en dat zij als gevolg van privé-problemen had verzuimd zich op de rolzitting van 22 januari 2004 te melden.

4.

Indien de mededeling zijdens de gemachtigde van gedaagde omtrent het beschikbaar zijn van een bewijs van betaling van de huur over de maand augustus 2003 juist blijkt te zijn, is in deze zaak sprake van een huurschuld van minder dan drie maanden, en dus van een volgens een in deze sector kanton gebruikelijke beoordeling wanprestatie die onvoldoende is om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde toe te wijzen.

5.

De rolbeschikking van de kantonrechter naar aanleiding van het niet verschijnen van gedaagde ter rolzitting van 22 januari 2004 was aldus een gevolg van een ongelukkige vergissing van gedaagde, die zich eenvoudig laat herstellen en die, als de kantonrechter haar niet sauveert, de onder 4 toegelichte ernstige gevolgen voor gedaagde heeft, terwijl objectief bezien noch het algemeen belang noch het individuele belang van eiseres vergt dat aan die gevolgen wordt vastgehouden.

6.

De zaak zal worden verwezen naar de rol van 4 maart 2004, echter peremptoir, voor nader antwoord zijdens gedaagde, meer in het bijzonder voor het overleggen van het bewijs van betaling van de huur over de maand augustus 2003. Aan eiseres zal, als vanzelfsprekend, vervolgens de gelegenheid worden geboden om te repliceren.

De beslissing

De kantonrechter:

- Verwijst de zaak naar de rol van 4 maart 2004, peremptoir, voor nadere conclusie van antwoord zijdens gedaagde;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 19 februari 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.