Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AN9628

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
19-11-2003
Datum publicatie
08-12-2003
Zaaknummer
205324 CV 03-5208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, mishandeling, onrechtmatige daad, schadevergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E

sector kanton - locatie Lelystad

Zaaknr.: 205324 CV 03-5208

datum : 19 november 2003

Vonnis in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde mr. S. Roefs, advocaat te Almere,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. J.J.M.H. Stevens, advocaat te Amersfoort.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding d.d. 17 juni 2003

- het antwoord van de gedaagde partij

- de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

[eiser] heeft gevorderd [gedaagde] te veroordelen, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om aan hem te betalen € 2.195,10, te vermeerderen met de nog nader vast te stellen kosten van de gemachtigde en met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de betaling, en in de proceskosten. Aan zijn vordering heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat hij op 1 januari 2002 in zijn eigen woning door [gedaagde] is mishandeld en dat [gedaagde] deswege jegens hem schadeplichtig is geworden.

[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd bestreden.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist vast dat [gedaagde] op 1 januari 2002 [eiser] in diens woning een blauw oog heeft geslagen. Uit de stellingen van partijen valt op te maken dat het handgemeen plaatsvond nadat [eiser], naar het oordeel van [gedaagde], niet adequaat had gereageerd op de mededeling dat een van de zoons van [eiser] in de nacht van 31 december 2001 op 1 januari 2002 tijdens de afwezigheid van het gezin [gedaagde] bij [gedaagde] brandend vuurwerk door de brievenbus had gegooid en daardoor schade aan de deurmat van [gedaagde] had veroorzaakt; [eiser] had met name gevraagd of zijn zoon soms diens foto of een briefje op de deurmat had achtergelaten.

2.

[eiser] heeft gesteld als gevolg van de mishandeling door [gedaagde] zowel materiële als immateriële schade te hebben geleden. [eiser] heeft zijn schade als volgt gespecificeerd:

- aanschaf noodleesbril €- 6,81

- aanschaf nieuwe bril - 400,50

- vervanging glasplaat schilderij - 9,08

- foto aan(ge)zicht - 7,50

- eigen bijdrage ambulancevervoer - 109,21

- kosten gemachtigde p.m.

- buitengerechtelijke kosten - 162,00

- immateriële schade - 1.500,00

Totale schade €- 2.195,10 + p.m.

3.

[gedaagde] heeft de schade goeddeels betwist en heeft voorts ten verwere betoogd dat eventuele schade niet geheel en al voor zijn rekening dient te komen, omdat sprake was van provocatie van de zijde van [eiser]. Zonder die provocatie zou het volgens [gedaagde] niet tot een handgemeen zijn gekomen. [gedaagde] meent daarom dat sprake is van verminderde aansprakelijkheid zijnerzijds, waardoor het beweerdelijk door [eiser] geleden nadeel geheel of ten dele voor diens rekening moet blijven.

4.

Vooropgesteld zij dat [gedaagde], door [eiser] een blauw oog te slaan, jegens deze onrechtmatig heeft gehandeld en in beginsel voor de daaruit voortgevloeide schade aansprakelijk is. De vraag of sprake kan zijn van een verminderde aansprakelijkheid van [gedaagde] wegens eigen schuld van [eiser] beantwoordt de kantonrechter ontkennend. Naar het oordeel van de kantonrechter staat het [gedaagde] in ons rechtsbestel niet vrij eigenrichting te plegen, wat er ook zij van de gestelde provocatie. Het beroep van [gedaagde] op de eigen schuld van [eiser] kan dan ook niet worden gehonoreerd. Hieruit volgt dat [gedaagde] voor de gehele door [eiser] geleden schade aansprakelijk is. Hierna zullen achtereenvolgens de door [eiser] gestelde schadeposten worden besproken.

5.

Aanschaf noodleesbril

Volgens [eiser] is tengevolge van de mishandeling door [gedaagde] schade aan zijn bril ontstaan, met name was het linkerglas eruit en stond het linkerpootje scheef. Omdat hij voor zijn werk moet lezen en niet zonder bril kan, heeft [eiser] een noodleesbril moeten aanschaffen.

[eiser] heeft ter staving van de gestelde schade terzake de rekening van de noodleesbril overgelegd.

Met [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat van de noodzaak van het aanschaffen van een noodleesbril niet is gebleken. In de eerste plaats heeft [eiser] niet kunnen uitleggen, ook niet na daartoe strekkend verweer van [gedaagde], dat en waarom zijn bril niet kon worden gerepareerd. Zonder meer valt niet in te zien dat en waarom het glas niet kon worden teruggeplaatst en evenmin dat en waarom het linkerpootje niet weer recht kon worden gebogen. Nu [eiser] daaromtrent niets heeft gesteld moet deze schadepost als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. Daargelaten wordt dan nog dat [eiser] geen afdoende verklaring heeft voor het feit dat hij de noodleesbril eerst heeft aangeschaft nadat hij al een nieuwe bril had gekocht. De door [eiser] overgelegde rekening van de nieuwe bril is van 21 januari 2002, terwijl hij blijkens de eveneens door hem overgelegde bon de noodleesbril heeft gekocht op 2 februari 2002, althans heeft hij niet betwist dat de op de rekening, respectievelijk de bon, gestelde data die van de aankoop waren.

6.

Aanschaf nieuwe bril

Hetgeen hiervoor reeds ten aanzien van de schade aan de bril van [eiser] is overwogen, heeft ook hier te gelden. Reden waarom ook deze schadepost niet voor toewijzing in aanmerking komt.

7.

Vervanging glasplaat schilderij

[eiser] heeft gesteld dat tijdens het handgemeen een van een glasplaat voorzien schilderij van de muur is gevallen en dat de glasplaat is gebroken. [gedaagde] heeft deze schadepost erkend; in zoverre is de vordering dan ook toewijsbaar.

8.

Foto aangezicht

Op advies van de politie heeft [eiser] een foto van zijn gezicht laten maken. Hij is, aldus [eiser], terecht ervan uitgegaan dat hij het advies van de politie ter harte moest nemen en daar gevolg aan diende te geven. De daarmee gemoeide kosten moeten volgens [eiser] dan ook door [gedaagde] worden gedragen. Alhoewel [eiser] deze schadepost wel zeer summierlijk en overigens ook ondeugdelijk heeft onderbouwd, ziet de kantonrechter aanleiding voor toewijzing ervan; de kantonrechter is van oordeel dat de kosten die gemoeid zijn geweest met het maken van de foto kunnen worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, zoals bedoeld in artikel 6:96, tweede lid, onder b, BW. Deze schadepost zal mitsdien ook worden toegewezen.

9.

Eigen bijdrage ambulancevervoer

Nu geen medische verklaring voorhanden is, waaruit blijkt van de noodzaak van het ambulancevervoer, of waaruit kan worden opgemaakt dat [eiser] heeft mogen menen gebruik te moeten maken van het ambulancevervoer, moet deze schadepost voor rekening van [eiser] blijven. Het moge wellicht zo zijn dat [eiser] vanwege de opgelopen verwondingen niet zelf naar het ziekenhuis heeft kunnen rijden, maar daarmee is nog niet gezegd dat [eiser] zich niet op andere -goedkopere- wijze naar het ziekenhuis heeft kunnen laten vervoeren. Aan dit oordeel kan niet afdoen dat de politie [eiser] had verboden om met eigen vervoer naar het ziekenhuis te gaan, wat er van deze stelling van [eiser] ook zij. Dat het ambulancepersoneel het nodig vond dat [eiser] zich naar het ziekenhuis begaf en per ambulance vervoerd werd, is in deze procedure niet komen vast te staan en [eiser] heeft terzake onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die, indien bewezen, zouden moeten leiden tot het oordeel dat hetzij vervoer per ambulance noodzakelijk was, hetzij -indien niet noodzakelijk- niettemin de kosten voor rekening van [gedaagde] moeten komen.

10.

Kosten gemachtigde

[eiser] heeft deze schadepost niet onderbouwd. Zulks nog daargelaten komt naar het oordeel van de kantonrechter aan de winnende procespartij terzake niet meer toe dan hetgeen overeenkomstig het gebruikelijke tarief aan proceskosten kan worden toegewezen, zulks ongeacht het bedrag dat die partij aan zijn gemachtigde zal dienen te betalen. Ook deze schadepost komt dus niet voor toewijzing in aanmerking.

11.

Buitengerechtelijke incassokosten

Hetgeen hieromtrent is gesteld of gebleken rechtvaardigt niet het oordeel dat andere werkzaamheden zijn verricht of kosten zijn gemaakt dan die waarvoor de proceskosten een vergoeding plegen in te sluiten. De vergoeding van de kosten die gemoeid zijn met het opstellen en verzenden van een enkele sommatiebrief moeten, nu een procedure is gevolgd, geacht worden in de proceskosten te zijn begrepen. Dat de gemachtigde van [eiser] voorafgaande aan de procedure ter verkrijging van voldoening buiten rechte meer heeft gedaan dan het opstellen en verzenden van een enkele sommatiebrief is gesteld noch gebleken.

12.

Immateriële schadevergoeding

[gedaagde] heeft [eiser] een of meerdere vuistslagen in het gezicht toegediend, zoveel staat te dezen vast. Dat zulks pijnlijk is geweest behoeft geen betoog. Vaststaat ook dat [eiser] daarbij een gezwollen gezicht en een blauw oog heeft opgelopen, hetgeen noodzakelijkerwijs heeft geleid tot ongemak. Hiermee is gegeven dat [eiser] immateriële schade heeft geleden, die voor toewijzing in aanmerking komt, nu deze schade het gevolg is geweest van het onrechtmatig handelen van [gedaagde]. De kantonrechter acht terzake naar billijkheid toewijsbaar een bedrag van € 250,--. De kantonrechter ziet geen grond voor toekenning van een hoger bedrag aan immateriële schadevergoeding, als door [eiser] bepleit, doordat het handgemeen in de hal van de woning van [eiser] heeft plaatsgevonden. Het volgens [eiser] als gevolg daarvan geleden nadeel -inbreuk op zijn privacy- is niet een nadeel dat op grond van de wet (artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek) voor vergoeding in aanmerking komt, nu gesteld noch gebleken is dat het oogmerk van [gedaagde] op dat nadeel was gericht.

13.

Nu ieder der partijen op punten in het ongelijk zal worden gesteld ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in dier voege dat ieder der partijen met de eigen kosten belast zal blijven.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 266,58, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 17 juni 2003 tot de dag van algehele voldoening;

- compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder der partijen met de eigen kosten belast blijft;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.M.M. Hoogland-Kelkboom, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 19 november 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.