Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AN8746

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
19-11-2003
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
77829 / KG ZA 02-345
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toelating schuldsaneringsregeling leidt tot opschorting van de ontruiming van de huurwoning van saniet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE

zaaknr/rolnr: 77829 / KG ZA 02-345

Uitspraak: 19 november 2002

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING zitting houdende te Lelystad

VONNIS

in de zaak, aanhangig tussen:

1. W.

wonende te

2. J.

wonende te Lelystad,

eisers,

procureur mr. M.PJ. Appelman,

en

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE N.V. NATIONAAL GRONDBEZIT, gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde

vertegenwoordigd door D. Snoeck en mr. R.G. Matti,

hierna te noemen V D c.s. en NaGro.

PROCESGANG

V D c.s. hebben NaGro doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, NaGro te gebieden de verdere tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter te Lelystad van 22 augustus 2001 op te schorten, voor zover het betreft de ontruiming van het perceel staande en gelegen aan de te onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- indien NaGro ondanks dit gebod de ontruiming voortzet, alsmede NaGro te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Tegen deze vordering is door NaGro verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing van de vordering en met veroordeling van V D c.s. in de kosten van dit geding.

Partijen hebben ter zitting van 5 augustus 2002 hun standpunten over en weer toegelicht. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

Vervolgens is de zaak aangehouden teneinde V D c.s. de mogelijkheid te bieden om gedurende een periode van twee maanden actief om te kijken naar een goedkopere woning. Ook heeft NaGro zich bereid verklaard mee te werken aan woningruil, indien de door V D c.s. aangebrachte kandidaat-huurder geen verleden heeft van slecht betalingsgedrag dan wel overig slecht huurdersgedrag (o.a. overlast).

Nadat NaGro bij brief van 4 oktober 2002 en V D c.s. bij brief van 7 oktober 2002 zich schriftelijk hebben uitgelaten, is NaGro in de gelegenheid gesteld te reageren op de door V D c.s. bij brief van 7 oktober 2002 overgelegde producties. NaGro heeft zich daarover bij brief van 18 oktober 2002 schriftelijk uitgelaten.

Vervolgens is op verzoek van NaGro vonnis bepaald Vonnis is bepaald op heden.

MOTIVERING

1 Vaststaande feiten

1.1 Bij vonnis van 22 augustus 2001 (154974 CV EXPL 01-5403) heeft de kantonrechter te Lelystad de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning te ontbonden. Voorts zijn V D c.s. veroordeeld tot betaling van onder meer een huurachterstand ten bedrage van f 8.315,01 (E 3.773,19) en tot ontruiming van de woning.

1.2 Voornoemd uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is aan V D c.s. betekend op 1 oktober 2001. Bij exploot van 10 oktober 2001 is de ontruiming aangezegd per 18 oktober 2001.

1.3 Op 17 oktober 2001 is ten aanzien van V D c.s. de voorlopige schuldsaneringsregeling uitgesproken.

1.4 De aangezegde ontruiming van de woning heeft geen doorgang kunnen vinden omdat de rechtbank te Zwolle naar aanleiding van een door NaGro geëntameerde renvooiprocedure ex artikel 438 lid 4 wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (oud) op 17 oktober 2001 heeft beslist dat tijdens een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 309 Faillissementswet de ontruiming diende te worden opgeschort.

1.5 Een door NaGro ingediend verzoek aan de rechter-commissarisvan deze rechtbank tot (onder meer) machtiging het ontruimingsvonnis gedurende de afkoelingsperiode ten uitvoer te leggen is op 6 november 2001 afgewezen.

1.6 Vorenbedoelde afkoelingsperiode is op 17 januari 2002 geëindigd.

1.7 NaGro heeft V D c.s. aangekondigd thans tot ontruiming van de woning over te zullen gaan.

2 Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1 V D c.s. vorderen in het onderhavige geschil schorsing van executie van het ontruimingsvonnis van 22 augustus 2001. Zij stellen daartoe dat NaGro misbruik van haar executierecht maakt door de aangezegde ontruiming alsnog te willen effectueren.

2.2 NaGro heeft de vordering weersproken, stellende dat zij geen misbruik van haar executierecht maakt, nu geen van de door de Hoge Raad gestelde criteria voor staking van de executie (zie Hoge Raad 22 april 1983, NJ 1984,145) in deze zaak aan de orde, is, zijnde dat het te, executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, dan wel dat de tenuitvoerlegging op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand doet ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

2.3 Zoals reeds bij proces-verbaal van 5 augustus 2002 door de voorzieningenrechter is bepaald, dient bij de beoordeling van het geschil tussen partijen voorop te worden gesteld, dat NaGro gerechtigd is het vonnis van 22 augustus 2001 ten uitvoer te doen leggen, tenzij één van de hiervoor genoemde criteria aan de orde is, dan wel dat NaGro, mede gelet op de door de ontruiming te schaden belangen van V D : c.s., geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan.

2.4 Gesteld noch gebleken is dat het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.

2.5 In het onderhavige geval dient dan ook enkel te worden onderzocht of indien de ontruiming op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geéxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard, dan wel er andere feiten of omstandigheden zijn op grond waarvan de executant in redelijkheid geen gebruik mag maken van zijn exclusieve recht tot executie van het vonnis in kwestie. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt

2.6 De huurschuld waartoe V D c.s. bij vonnis van 22 augustus 2001 is veroordeeld maakt deel uit van een kort na het vonnis voor V D c.s. getroffen schuldsaneringsregeling. Formeel beschouwd kan een vóór de toepassing van de schuldsaneringsregeling verkregen ontruimingsvonnis, aangezien een ontruiming geen executie tot verhaal van de huurvordering is en derhalve het vermogen van de schuldenaar niet raakt, ook tijdens die regeling worden geëxecuteerd. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat mede gelet op het doel van de op 1 december 1998 in werking getreden Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen om schuldenaren te vrijwaren van verlies van huurwoning en na verloop van tijd met een schone financiele lei te laten beginnen, NaGro onvoldoende belang heeft om thans ontruiming van de woning te verlangen, immers betaling van de huurschuld ontstaan voor

de schuldsaneringsregeling krijgt zij toch niet en de gebruiksvergoedingen worden betaald.

Dit kan anders zijn, indien V D c.s. ophouden met betaling van die vergoedingen. Niet gesteld of gebleken is dat V D c.s. de na het uitspreken van de schuldsaneringsregeling verschenen termijnen van de gebruiksvergoedingen van de woning –inmiddels 12 in getal- niet stipt hebben betaald, noch dat zij enig van de schuldsaneringsregeling deel uitmakende voorwaarden hebben geschonden. De enkele vrees voor het mogelijk opnieuw niet betalen van vorenbedoelde gebruiksvergoedingen rechtsvaardigt in het onderhavige geval geen ontruiming, te meer niet daar een ontruiming onmiskenbaar ernstig (financiële) gevolgen voor V D c.s. met zich mee zal brengen.

2.7 V D c.s. hebben na zitting van 5 augustus 2002 bovendien pogingen ondernomen om goedkopere woonruimte te vinden. Er zijn diverse kaartjes waarop woningruil is aangeboden, opgehangen bij supermarkten, er zijn advertenties geplaatst in de krant de flevopost en V D c.s. hebben zich ingeschreven als woningzoekenden. Dat dit vooralsnog niet geleid heeft tot het gewenste resultaat, maakt het onder 2.6 genoemde oordeel van de voorzieningenrechter niet anders.

2.8 Gelet op het voorenstaande komt de vordering voor toewijzing in aanmerking

2.9 NaGro zal als de in het het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen worden.

BESLISSING

De voorzieningenrechter.

Gebiedt NaGro de verdere tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter te Lelystad van 22 augustus 2001 op te schorten, voor zover het betreft de ontruiming van het perceel staande en gelegen aan de , te onder verbeurte van een dwangsom van f 15.000,- indien NaGro de ontruiming toch voortzet.

Veroordeelt NaGro in de kosten van dit geding. Deze kosten worden, voorzover tot op heden aan de zijde van V D c.s. gevallen, bepaald op € 703,- voor salaris van de procureur en op € 270,56 voor verschotten.

Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Telenga, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.