Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AM7945

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
30-10-2003
Datum publicatie
30-10-2003
Zaaknummer
90021 KG ZA 03-426
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Merkenrecht, artikel 13A lid 1 sub a, sub b en sub c BMW, arikel 5a Handelsnaamwet (Hnw); onrechtmatige daad. Gedaagde heeft bij OPTA twee telefoonnummers gereserveerd, waarvan de alfanumerieke weergave is 0800-MICROSO en 0900-MICROSO. Voorshands oordeel dat het reserveren en gereserveerd houden van deze nummers jegens eiseressen niet onrechtmatig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2003, 244
IER 2004, 26
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE

k.g. nr.: 90021 KG ZA 03-426

uitspraak : 30 oktober 2003

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

1 de besloten vennootschap MICROSOFT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer,

2 de vennootschap naar vreemd recht MICROSOFT CORPORATION,

gevestigd en kantoorhoudende te Redmond, Washington, Verenigde Staten,

eiseressen,

procureur mr. J.A. van Wijmen,

advocaat mrs. S.C. Huisjes en A.P. Meijboom te Amsterdam,

en

[voornaam gedaagde] [gedaagde], tevens h.o.d.n. Omega,

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

procureur mr. W.A. van Overbeek de Meyer.

PROCESGANG

Microsoft c.s. hebben [gedaagde] doen dagvaarden in kort geding.

De ter zitting toegelichte vorderingen van Microsoft c.s. strekken er toe:

1 [gedaagde] te bevelen al datgene te doen wat nodig is om te bewerkstelligen dat de reserveringen bij OPTA van de telefoonnummers 0800-6427676 en 0900-6427676 op naam worden gezet van Microsoft B.V.;

2 [gedaagde] te bevelen om iedere inbreuk op de merken van Microsoft Corporation; waaronder de Microsoft merken, en op de handelsnaam "Microsoft" van Microsoft B.V. te staken en gestaakt te houden;

3 een en ander onder verbeurte van een dwangsom voor iedere overtreding van deze geboden;

4 de termijn als bedoeld in artikel 260 lid 1 Rv. te stellen op drie maanden nadat tussen Microsoft c.s. en [gedaagde] ter zake dit geschil een niet meer voor beroep vatbare rechterlijke uitspraak in kort geding is gewezen;

5 [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

[gedaagde] heeft tegen de vorderingen verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing van de vorderingen.

Ten slotte hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

MOTIVERING

Het geschil en de beoordeling daarvan

1 Voorop staat, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 37 Eenvormige Beneluxwet op de merken (BMW), dat de voorzieningenrechter bevoegd is tot kennisneming van de vordering voor zover die op het merkenrecht is gebaseerd, nu het gestelde dreigende gebruik van het merk "Microsoft" in het arrondissement van deze rechtbank plaatsvindt.

2 Voor de beoordeling van de vorderingen is van belang dat [gedaagde] een eenmanszaak drijft onder de handelsnaam Omega waarvan de ondernemingsactiviteiten bestaan uit ICT dienstverlening en het verrichten van klussen in de automatisering. Op 14 april 2003 heeft de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (de OPTA) de twee in het petitum genoemde telefoonnummers, waarvan de alfanumerieke weergave 0800-MICROSO en 0900-MICROSO luidt, voor [gedaagde] gereserveerd. Bij brieven van 1 en 16 september 2003 hebben Microsoft c.s. [gedaagde] gesommeerd mee te werken aan de overdracht van de reserveringen van de twee zogenaamde naamnummers aan Microsoft B.V. en om het merk en de handelsnaam "Microsoft" of daarmee overeenstemmende tekens niet langer te gebruiken.

3 Ter onderbouwing van de vorderingen is ten eerste gesteld, kort weergegeven, dat Microsoft B.V. vanwege het belang om voor klanten telefonisch gemakkelijk bereikbaar te zijn, wil beschikken over genoemde naamnummers, die voor het publiek duidelijk herkenbaar zijn omdat zij geen andere zinvolle betekenis kunnen opleveren dan de naam "Microsoft". Deze door [gedaagde] gereserveerde naamnummers zijn volgens Microsoft c.s. derhalve gelijk aan enerzijds de handelsnaam van Microsoft B.V. en anderzijds aan "Microsoft" merken voor diensten van [gedaagde] die identiek zijn aan die waarvoor Microsoft Corporation merkrechten heeft. Dit betekent volgens hen dat door de huidige reservering en het gereserveerd houden alsmede bij toekomstig gebruik van de naamnummers door [gedaagde] ingevolge artikel 5a van de Handelsnaamwet (Hnw) en artikel 13A lid 1 sub a BMW inbreuk op hun handelsnaam respectievelijk merken is te duchten. Indien moet worden aangenomen dat met de cijfercombinatie alleen de naamnummer "microso" is gereserveerd, dan is er een dreigende inbreuk ex artikel 13A lid 1 sub b BMW door gebruik van een overeenstemmend teken voor soortgelijke waren, terwijl verwarring met het merk "Microsoft" bij het publiek is te duchten. Ook zal [gedaagde] ongerechtvaardigd voordeel trekken uit de associatie door het publiek van de lettercombinatie "microso" met het "Microsoft" merk, hetgeen inbreuk ingevolge artikel 13A lid 1 sub c BMW oplevert. Volgens Microsoft c.s. komt hen, indien moet worden aangenomen dat nog geen sprake is van dreigend gebruik van de naamnummers, een beroep toe op artikel 13A lid 1 sub d BMW, omdat door de reservering van [gedaagde] van de naamnummers hen de mogelijkheid wordt ontnomen om "0800- en 0900MICROSOFT" zelf in gebruik te kunnen nemen. Een en ander klemt volgens Microsoft c.s. te meer, omdat [gedaagde] zelf geen aantoonbaar belang heeft bij (de reservering en het gereserveerd houden van) de naamnummers, nu die op geen enkele wijze zijn gerelateerd aan de door hem gevoerde handelsnaam.

4 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dienen deze stellingen van Microsoft c.s. te worden verworpen. De reservering en het gereserveerd houden van de naamnummers in kwestie impliceert niet zonder meer een dreigende inbreuk op de merken en handelsnaam van Microsoft c.s., tenzij blijkt van feiten en omstandigheden die dit anders maken. Echter, in dit kort geding zijn voorshands onvoldoende feiten en omstandigheden gebleken waaruit kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] de specifieke naamnummers "microso" als zodanig of aangevuld tot "Microsoft" zal gebruiken en aldus jegens Microsoft c.s. de gestelde inbreuken ook werkelijk zal maken. Daarentegen heeft [gedaagde] expliciet verklaard dat hij geenszins van plan is om zich op enigerlei wijze te afficheren als "Microsoft" of om zich in het economisch verkeer te profileren met een merk of naam die daarop lijkt of daarbij aanhaakt. In dat verband heeft hij gemotiveerd én onweersproken aangevoerd dat hij een reclamebureau in de armen heeft genomen met het doel om op korte termijn een reclamecampagne voor zijn onderneming te beginnen, waarbij de lettercombinatie "microso", op zichzelf beschouwd een niet bestaand woord en dus zonder (lexicale) betekenis, van belang zal kunnen zijn voor het vormen van woorden die wel betekenis hebben zoals microsores, microsoof, microsolutions en microsmile voor gebruik in slagzinnen als "voor al uw microsores bel de microsoof" of "de microsoof voor microsolutions". Daarmee hoopt hij meer naamsbekendheid aan zijn bedrijf te geven dan met alleen de formele handelsnaam Omega te verwachten is, aldus [gedaagde]. Onweersproken is dat met zulke woorden geen inbreuk op het merk en/of de handelsnaam van Microsoft c.s. in de zin van de BMW en Hnw wordt gemaakt en dat dergelijke woorden daarmee niet overeenstemmen. Significant in dat opzicht is ook dat Microsoft c.s. ter zitting uitdrukkelijk afstand hebben genomen van hun stelling dat [gedaagde] heeft erkend dat hij de naamnummers alleen heeft gereserveerd omdat zij de aanduiding "microso(ft)" representeren. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedaagde] met de naam of het merk "Microsoft" of "Microso" thans in het economisch verkeer optreedt. Gelet op het voorgaande, vermag de voorzieningenrechter ten slotte niet in te zien dat het enkel gereserveerd houden van de naamnummers leidt tot het ontoelaatbaar blokkeren van de mogelijkheid van Microsoft c.s. om de naamnummers zelf te gebruiken en aldus tot een inbreuk op het merkrecht van Microsoft Corporation.

5 Voorts hebben Microsoft c.s. gesteld, voor het geval geen sprake is van een dreigende inbreuk op hun handelsnaam en merk, dat [gedaagde] door de reservering van de naamnummers onrechtmatig handelt. Volgens hen maakt hij misbruik van bevoegdheid door de naamnummers te reserveren en te weigeren die aan Microsoft B.V. over te dragen, enkel met het doel om haar zonder geldige reden te beletten om het merk en de handelsnaam van Microsoft c.s. als naamnummer te kunnen gebruiken. Zij hebben gesteld dat [gedaagde] de naamnummers zelf niet kan gebruiken, omdat hij dan inbreuk op hun intellectuele eigendomsrechten zou maken.

6 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient ook deze stelling te worden verworpen. Mede gelet op het onder 4 overwogene, is voorshands voldoende aannemelijk dat [gedaagde] een rechtens te respecteren belang heeft bij (reservering en het gereserveerd houden van) de naamnummers in kwestie ten behoeve van zijn onderneming en dat voorlopig geen inbreuk op intellectuele eigendomsrechten van Microsoft c.s. is te duchten. Dit impliceert tevens dat het gestelde misbruik van bevoegdheid aan de zijde van [gedaagde] onvoldoende gebleken is. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat [gedaagde]s belang bij reservering en (later) gebruik van de naamnummers voldoende opweegt tegen het onweersproken evidente belang van Microsoft B.V. daarbij. Dat Microsoft B.V. een grote en bekende onderneming is maakt dat niet anders. De omstandigheid dat [gedaagde] de naamnummers op dit moment nog niet gebruikt, kan daar evenmin aan afdoen of aan hem worden tegengeworpen, nu ingevolge de relevante bepalingen van de Telecommunicatiewet de naamnummers in beginsel voor een maximale periode van drie jaar zijn gereserveerd en het hem aldus vrijstaat om die gedurende deze periode gereserveerd te houden.

7 Uit het vorenoverwogene volgt dat de vorderingen van Microsoft c.s. moeten worden afgewezen.

8 Microsoft c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter in kort geding:

I wijst de vorderingen af;

II veroordeelt Microsoft c.s. in de kosten van deze procedure, welke kosten, voor zover tot op heden aan de zijde van [gedaagde] gevallen, worden bepaald op € 205,- voor griffierechten en€€ 703,- voor salaris procureur.

Gewezen door mr. W.J.B. Cornelissen, voorzieningenrechter in kort geding, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.