Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AI1598

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
08-07-2003
Datum publicatie
29-08-2003
Zaaknummer
199090 cv 03-1146
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, KNVB vordert contractuele boete van houder seizoenskaart wegens wangedrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2003, 50

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E

sector kanton - locatie Zwolle

Zaaknrs.: 199090 CV 03-1446 & 200229 CV 03-1603

datum : 8 juli 2003

Vonnis in de zaken van:

de vereniging met rechtspersoonlijkheid

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,

gevestigd en kantoorhoudende te Zeist,

eisende partij, verder te noemen: "de KNVB",

gemachtigde A.J. Visser, gerechtsdeurwaarder te Nieuwegein,

rolgemachtigde S.J.M. de Coo, gerechtsdeurwaarder te Emmeloord,

tegen

[gedaagde],

wonende te Zwolle,

gedaagde partij, verder te noemen: "[gedaagde]",

procederend in persoon.

De procedures

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

in de zaak 199090 CV 03-1446

- de dagvaarding van 1 april 2003

- het antwoord van [gedaagde]

- de nadere toelichting van de KNVB, waarna [gedaagde] niet meer heeft gereageerd.

in de zaak 200229 CV 03-1603

- de dagvaarding van 14 april 2003

- het antwoord van [gedaagde]

- de nadere toelichting van de KNVB, waarna [gedaagde] niet meer heeft gereageerd.

De geschillen

De vorderingen van de KNVB strekken ertoe dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betalingen van bedragen van € 520,66 (199090 CV 03-1446) respectievelijk € 540,85 (200229 CV 03-1603), beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente over € 450,-- vanaf de data van dagvaarding, alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[gedaagde] heeft in beide zaken bij antwoord verweer gevoerd en de afwijzing van de vorderingen bepleit.

De beoordeling

in de zaken 199090 CV 03-1446 & 200229 CV 03-1603

1.

De KNVB heeft aan haar vorderingen op [gedaagde] ten grondslag gelegd dat [gedaagde] op 26 april 2002 bij de wedstrijd Fc Zwolle - Excelsior respectievelijk op 3 februari 2002 bij de wedstrijd Heracles Almelo - Fc Zwolle de tussen partijen krachtens vermelding van toepasselijkheid op de toegangskaart dan wel seizoenskaart geldende standaardvoorwaarden, onder meer bevattende voorschriften waaraan bezoekers van voetbalwedstrijden zich moeten houden, heeft overtreden. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan afkeurenswaardig en opruiend gedrag en klimmen op de spelerstunnel (26 april 2002) en wederspannigheid/overtreding van artikel 181 van het Wetboek van Strafrecht (3 februari 2002), op grond waarvan [gedaagde] ingevolge de standaardvoorwaarden tweemaal een boete van € 450,-- heeft verbeurd en de KNVB tevens aan [gedaagde] stadionverboden van telkens 12 maanden heeft opgelegd. Ondanks aanmaning en sommatie is [gedaagde] nagelaten gebleven de verbeurde boetes aan de KNVB te voldoen, zodat [gedaagde], naast die boetes, tevens de wettelijke rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is verschuldigd.

Bij antwoord heeft [gedaagde] de aan hem verweten gedragingen erkend (26 april 2002) respectievelijk niet weersproken (3 februari 2002). [gedaagde] heeft wel onder meer ten verwere aangevoerd dat hij niet bekend was met de inhoud van de standaardvoorwaarden, dat naast de opgelegde stadionverboden geen plaats is voor het opleggen van boetes, dat zulks ook in strijd is met de wet en tenslotte dat de standaardvoorwaarden van de KNVB inmiddels met ingang van het seizoen 2002/2003 ook in die zin zijn aangepast en dat wat betreft in de tweede helft van het seizoen 2001/2002 opgelegde stadionverboden van 12 maanden en langer alvast dienovereenkomstig zou worden gehandeld.

Bij haar nadere toelichting heeft de KNVB de door [gedaagde] opgeworpen verweren bestreden en daartoe in het bijzonder aangevoerd dat de toepasselijke standaardvoorwaarden bij iedere ingang van alle stadions hangen, dat de genoemde beleidswijziging enkel betrekking heeft gehad op stadionverboden korter dan 12 maanden, dat die beleidswijziging niet met terugwerkende kracht is toegepast en dat het opleggen van boetes naast stadionverboden niet in strijd is met de wet.

[gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid om op de nadere toelichting van de KNVB in te gaan.

2.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

2.1

[gedaagde] heeft niet weersproken dat bij aanschaf van iedere toegangskaart dan wel seizoenskaart de standaardvoorwaarden van de KNVB van toepassing zijn verklaard. Gelet daarop en gezien het feit dat [gedaagde] de betreffende voetbalwedstrijden zal hebben bezocht via een daartoe aangeschafte toegangskaart dan wel seizoenskaart, gelden deze standaardvoorwaarden ook in de rechtsverhouding tussen de KNVB en [gedaagde]. Het feit dat [gedaagde] geen kennis droeg van de inhoud van die voorwaarden, zoals hij betoogt, doet daaraan niet af, nu artikel 6:232 BW bepaalt dat ook in een dergelijk geval gebondenheid bestaat. Daaraan kan nog worden toegevoegd dat [gedaagde] niet heeft bestreden dat bij iedere ingang van een stadion deze voorwaarden zijn opgehangen, zodat van de juistheid van deze stelling dient te worden uitgegaan, hetgeen betekent dat dit verweer van [gedaagde] te minder hout snijdt.

2.2

Bij haar nadere toelichting heeft de KNVB de standaardvoorwaarden overgelegd zoals zij golden op het moment van de gelaakte gedragingen van [gedaagde]. In die voorwaarden is onder artikel 10.4 opgenomen dat ingeval van overtreding van de onder artikel 7 respectievelijk 8 verwoorde verboden van onder meer het beklimmen van bouwwerken binnen een stadion en strafrechtelijk laakbaar gedrag een boete van fl. 1.000,-- per overtreding wordt verbeurd. Een dergelijk beding moet worden aangemerkt als een boeteding in de zin van artikel 6:91 e.v. BW en is in algemene zin geoorloofd, ook ingeval dat beding wordt opgevat als een strafbeding in de zin van een boete als aansporing tot nakoming. Het betoog van [gedaagde] dat een dergelijke boete wegens strijd met de wet niet toewijsbaar is, faalt derhalve.

2.3

Ook het betoog van [gedaagde] dat de KNVB inmiddels de standaardvoorwaarden heeft aangepast in die zin dat thans geen boetes meer naast stadionverboden worden opgelegd, kan niet tot afwijzing van de vorderingen leiden, nu de KNVB die aanpassing heeft bestreden, waarop [gedaagde] vervolgens niet meer is teruggekomen.

2.4

Voor zover in het betoog van [gedaagde] een beroep op matiging van de boetes is vervat, geldt dat een dergelijk beroep evenmin kan worden gehonoreerd. Feit van algemene bekendheid is immers dat zowel het professionele als het amateurvoetbal op onacceptabele wijze te lijden heeft van misdragingen omtrent het voetbal en dat die misdragingen met zekere regelmaat leiden tot (grote) maatschappelijke onrust. Het belang dat de KNVB heeft om mede via het door haar gehanteerde boetesysteem die misdragingen tegen te gaan, dient dan ook te prevaleren boven het door [gedaagde] overigens niet nadere onderbouwde beroep op zijn financiële omstandigheden.

2.5

Nu aldus geen der opgeworpen verweren aan toewijzing van de respectieve boetes van € 450,-- in de weg staat, zullen deze boetes worden toegewezen.

3.

Door de KNVB gevorderde vergoedingen voor buitengerechtelijke kosten van telkens € 68,07 zijn, hoewel door [gedaagde] bestreden, ook voor toewijzing vatbaar. Uit het betoog van [gedaagde] blijkt immers dat hij niet bereid was om de opgelegde boete te voldoen, zodat voorzienbaar was dat KNVB nadere werkzaamheden moest laten verrichten ter verkrijging van betaling van de boete. De daarmee samenhangende kosten, die op grond van de door kantonrechters gehanteerde staffel als redelijk moeten worden aangemerkt, komen aldus voor vergoeding in aanmerking.

4.

Tenslotte, de door de KNVB over de toewijsbaar gebleken boetes gevorderde wettelijke rente is als niet afzonderlijk weersproken eveneens toewijsbaar.

5.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedures worden verwezen, met dien verstande dat de kosten in de zaak 200229 CV 03-1603 zullen worden berekend als had de KNVB beide vorderingen in één procedure verwoord, nu niet valt in te zien dat de KNVB de vorderingen via twee procedures diende te incasseren. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met het feit dat de nadere toelichting in die zaak identiek is aan de nadere toelichting in de zaak 199090 CV 03-1446.

De beslissing

De kantonrechter:

in de zaak 199090 CV 03-1446

- veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan de KNVB te betalen een bedrag van

€ 520,66, vermeerderd met de wettelijke rente over € 450,-- vanaf 1 april 2003 tot de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de KNVB begroot op:

* € 180,-- voor salaris gemachtigde

* € 68,20 voor explootkosten

* € 123,-- voor vastrecht;

in de zaak 200229 CV 03-1603

- veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan de KNVB te betalen een bedrag van

€ 540,85, vermeerderd met de wettelijke rente over € 450,-- vanaf 14 april 2003 tot de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de KNVB begroot op nihil;

in beide zaken

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 8 juli 2003, in tegenwoordigheid van de griffier,