Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AI1386

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
24-07-2003
Datum publicatie
25-08-2003
Zaaknummer
187260 CV 02-2153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak klantonvriendelijk factureren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2004, 6220

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E

sector kanton - locatie Deventer

zaaknr.: 187260 CV 02-2153

datum : 24 juli 2003

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap ESSENT ENERGIE NOORD N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

eisende partij,

gemachtigde A. Rouw, gerechtsdeurwaarder te Zuidbroek,

rolgemachtigde J. Smit, gerechtsdeurwaarder te Ommen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats], [adres],

gedaagde partij,

procederend in persoon.

De procedure en het geschil

Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 12 juni 2003. Daarin werd de zaak naar de rol verwezen teneinde gedaagde de gelegenheid te bieden om zich uit te laten over de door eiseres genomen akte na het tussenvonnis van 3 april 2003. Aldus is geschied, doch gedaagde heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1.

In het tussenvonnis van 3 april 2003 werden aan eiseres een viertal vragen ter beantwoording voorgelegd ter verduidelijking van haar vordering.

2.

In haar akte na tussenvonnis heeft eiseres die vragen beantwoord. Haar antwoorden leiden, in de volgorde van de vragen volgens voormeld tussenvonnis tot de volgende conclusies:

a. In geval een gebruiker verhuist volgt een eindafrekening. Tot het moment waarop die wordt opgemaakt blijft eiseres voorschotbedragen in rekening brengen, die dan met de eindafrekening worden verrekend. Het factureersysteem van eiseres is niet gekoppeld aan haar administratie van haar betalingsverkeer, en kan dus niet controleren of op de datum van facturering de in rekening gebrachte voorschotten daadwerkelijk zijn voldaan. Door dit - opmerkelijke - gebrek gaat de computer van eiseres die de eindfactuur berekent er in alle gevallen vanuit dat de in rekening gebrachte voorschotten door de gebruiker zijn voldaan. Het administratieve systeem van eiseres is voorts dermate gebrekkig, dat het uitbetaling van

een overschot volgens de eindafrekening toelaat, ook als niet alle voorschotten zijn voldaan. Aldus kan de situatie ontstaan dat de gebruiker, die niet alle voorschotten betaalde, eerst geld van eiseres terug krijgt, om vervolgens een aanvullende rekening te krijgen voor het bedrag van het onbetaalde, doch wel in zijn voordeel verrekende voorschot. Het behoeft geen betoog dat een zo omslachtige, en bepaald klantonvriendelijke wijze van factureren en administreren bij de gebruikers in kwestie, die veelal bepaald niet ervaren zijn in geldzaken en al helemaal niet op het gebied van dit soort hoogst merkwaardige verrekeningen, tot grote verwarring aanleiding geeft, met het risico van vele (deels onnodige) procedures als de onderhavige van dien. Niet valt in te zien, overigens, waarom de computer van eiseres in de huidige opzet niet reeds zodanig zou kunnen worden geprogrammeerd, dat de facturering van voorschotten dadelijk stopt nadat blijkens een verhuisbericht duidelijk is geworden dat de gebruiker niet meer in het pand woont. Waarom moet de gebruiker substantiële bedragen per maand blijven doorbetalen voor een adres waar hij niet meer woont? Deze gebruiker zal immers voor zijn nieuwe woning in veel gevallen ook een voorschot (soms zelfs weer aan eiseres!) moeten betalen en dus op dubbele energielasten zitten, enkel en alleen omdat eiseres ervoor heeft gekozen haar computer niet op een meer klantvriendelijke wijze te programmeren, althans niet in staat is de eindafrekening binnen enkele dagen na de verhuizing van de gebruiker aan te bieden.

b. De administratiekosten die aan gedaagde in rekening zijn gebracht over de periode na haar verhuizing vloeien volgens eiseres voort uit de volgens haar contractsvoorwaarden doorlopende verplichting van gedaagde om ook na verhuizing tot aan het moment van de eindafrekening de voorschotten te blijven betalen. Het behoeft, gelet op hetgeen hiervoor onder a werd overwogen, geen betoog dat de kantonrechter een zodanige verplichting strikt onredelijk acht en dus de desbetreffende vordering zal afwijzen.

c. Eiseres heeft bij akte na tussenvonnis haar vordering inzake de afsluitkosten laten vallen, zodat die verder geen bespreking behoeft.

d. De vraag omtrent een op het eerste gezicht onevenredige verdeling van het energieverbruik is door eiseres beantwoord met een verwijzing naar de door haar geregistreerde gegevens. Nu gedaagde hierop niet heeft gereageerd, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, moet inderdaad, zoals eiseres heeft aangevoerd, worden aangenomen dat het werkelijke verbruik door gedaagde hiervan de oorzaak is en dat die geregistreerde gegevens dus juist zijn.

3.

Uit het voorgaande volgt, dat de verminderde vordering van eiseres gezien de erop gegeven toelichting en het ontbreken van een reactie van gedaagde op die toelichting, toewijsbaar is met uitzondering van de gevorderde administratiekosten ad € 63,54.

4.

In de omstandigheid dat de wijze van factureren van eiseres nodeloos gecompliceerd is en terecht vragen heeft opgeroepen bij een gebruiker als gedaagde, zal het bedrag van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden beperkt tot 50%, en dus tot een bedrag groot € 68,- inclusief BTW. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar.

5.

Gedaagde wordt als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt gedaagde tegen bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van

€ 680,28, vermeerderd met de wettelijke rente over € 575,07 vanaf de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op:

* € 225,00 voor salaris gemachtigde

* € 67,45 voor explootkosten

* € 116,00 voor vastrecht;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 24 juli 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.