Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AH9101

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
10-06-2003
Datum publicatie
02-07-2003
Zaaknummer
186942 CV 02-3857
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres is eigenaresse van de merrie "X", verder te noemen: "De merrie". In juni 2001 heeft Eiseres via "A" te WOONPLAATS de merrie laten stationeren bij mevrouw Y te WOONPLAATS, verder te noemen: "Y", die een dekstation exploiteert, teneinde De merrie dragend te krijgen. Teneinde een merrie dragend te krijgen, kan deze rectaal worden geëxploreerd om de eierstokken op follikels (ofwel beschikbare rijpe eicellen) te onderzoeken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2003, 6084
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E

sector kanton - locatie Zwolle

Zaaknr.: 186942 CV 02-3857

datum : 10 juni 2003

Vonnis in de zaak van:

EISERES,

wonende te WOONPLAATS,

eisende partij, nader te noemen: "Eiseres",

gemachtigde mr. J.L. Vissers, advocaat te 's-Hertogenbosch,

rolgemachtigde A. Agterhuis, gerechtsdeurwaarder te Zwolle,

tegen

GEDAAGDE,

wonende te WOONPLAATS,

gedaagde partij, nader te noemen: "Gedaagde",

gemachtigde mr. A.H. Blok, advocaat te Utrecht.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding van 8 november 2002

- het antwoord van Gedaagde

- de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

De vordering van Eiseres strekt er toe dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde zal veroordelen om aan Eiseres te betalen een bedrag van € 4.662,29, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2002 tot aan de datum der algehele voldoening, met veroordeling van Gedaagde in de kosten van de procedure.

Daartegen heeft Gedaagde verweer gevoerd met conclusie dat de kantonrechter Eiseres in haar vordering niet ontvankelijk zal verklaren althans die vordering zal afwijzen, met haar veroordeling in de kosten van de procedure.

Vaststaande feiten

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet voldoende betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre bestreden bescheiden, het volgende vast:

a. Eiseres is eigenaresse van de merrie "X", verder te noemen: "De merrie". In juni

2001 heeft Eiseres via "A" te WOONPLAATS de merrie laten stationeren bij mevrouw Y te WOONPLAATS, verder te noemen: "Y", die een dekstation exploiteert, teneinde De merrie dragend te krijgen. Teneinde een merrie dragend te krijgen, kan deze rectaal worden geëxploreerd om de eierstokken op follikels (ofwel beschikbare rijpe eicellen) te onderzoeken.

b. Eiseres heeft in de periode van 6 april tot en met 2 mei 2001 De merrie door een dierenarts van een praktijk te WOONPLAATS zevenmaal rectaal laten onderzoeken.

c. De merrie is op 16 juni 2001 in opdracht van Y door een collega van Gedaagde's dierenartspraktijk, dierenarts Z, rectaal onderzocht.

d. Gedaagde, dierenarts, heeft De merrie op 19 juni 2001 uur in opdracht van Y rectaal onderzocht. Dit onderzoek vond plaats terwijl de merrie in een zogenaamde opvoelbox was geplaatst en Gedaagde gebruik heeft gemaakt van een handschoen en glijmiddel. Dit onderzoek vond plaats in het bijzijn van Y en haar dochter. Bij of na dat onderzoek waren geen bijzonderheden.

e. Enige uren na het rectale onderzoek is Gedaagde door Y gebeld omdat De merrie leek te lijden aan koliekklachten (buikpijn). Gedaagde heeft de merrie daarop onmiddellijk onder-zocht en (opnieuw) rectaal onderzoek verricht. Gedaagde heeft daarbij een rectumbeschadiging en koliek geconstateerd.

f. Gedaagde heeft daarop een verwijzing voor een specialistische behandeling bij de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht geboden geacht. Daarvoor heeft hij van de vader van Eiseres telefonisch toestemming verkregen. De merrie is vervolgens op 19 juni 2001 bij de kliniek van voornoemde faculteit aangeboden.

g. Dr. M.M. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan, Chef de Clinique Inwendige Ziekten van het Paard voor voornoemde faculteit heeft op 1 juni 2002 onder meer het navolgende aan de gemachtigde van Eiseres bericht:

"De merrie werd aangeboden met de volgende anamnese.

Op 19 juni 2001 is de merrie om 08.00 uur rectaal gevoeld; hierbij is naar zeggen niets bijzonders gebeurd. Om 11.30 uur toonde het paard koliek en is opnieuw rectaal onderzocht en werd een rectumbeschadiging geconstateerd. In overleg is het paard direct behandeld met Buscopan, Domosedan, Finadyne en antibiotica en doorgestuurd naar onze kliniek.

Bij aankomst op de kliniek om 14.35 uur was het paard attent, rustig en vertoonde geen opvallende klinische afwijkingen. Wel had het paard een iets verhoogde ademhaling (20/minuut), pols (44 slagen/minuut) en temperatuur (38,7 C). De turgor was goed, de slijmvliezen roze en vochtig en de lijmfeknopen niet vergroot of pijnlijk. Bij onderzoek van het digestieapparaat had het paard een duidelijke défence musculair, terwijl de borborygmi niet te beoordelen waren in verband met het gegeven zijn van Buscopan. Bij rectaal onderzoek werd op 30-35 cm van de anus in het dorsale deel van het rectum ("op 12 uur") een niet perforerende rectumbeschadiging gevonden van ongeveer 5-6 cm lengte, waar mest in zat.

Bloedonderzoek toonde een iets verhoogde haematocriet (0.46 l/l) en een leucocytose (20 G/l). Buikpunctie leverde veel oranje, iets troebel, vocht op met te veel leucocyten (86 G/l). Enkele dagen later bleek dat er bij bacteriologisch onderzoek van dit buikvocht geen bacteriën gekweekt konden worden. In overleg met de eigenaar is besloten het paard "conservatief" te behandelen. D.w.z. in eerste instantie vasten en daarna laxerend voeren, antibiotica (..).

De merrie ging al snel goed eten en drinken en het leucocytengehalte in het bloed normaliseerde. (..) Het paard is op 3 juli naar huis gegaan, nadat was geconstateerd dat de rectumbeschadiging goed 'dicht gegranuleerd' was en het slijmvlies vrijwel gesloten. Het advies was om laxerend te blijven voeren en de antibioticakuur thuis af te maken.

Naar aanleiding van uw vragen:

Standaardprotocol voor rectaal onderzoek

Er is geen vastliggend protocol. Bij voorkeur worden merries voor fertiliteitsbehandeling rectaal gevoeld terwijl zij in een zg. noodstal (opvoelbox) staan. Sommige paarden accepteren dit echter niet en worden 'uit de vrije hand' gevoeld waarbij soms een voorbeen wordt opgenomen en soms een praam wordt gebruikt. De dierenarts beoordeelt aan de hand van het karakter van het te onderzoeken paard en de omstandigheden wat 'verstandig' is. Als het paard lastig is wordt vaak een praam opgezet of eventueel gesedeerd. Als het paard veel rectum-contracties heeft wordt Buscopan gegeven, maar dit is in de praktijk zelden nodig en wordt slecht incidenteel gedaan.

Vóorkomen rectumbeschadigingen

Hier zijn geen officiële getallen voorhanden. Toch komt deze complicatie nog wel eens voor. Op onze kliniek krijgen wij 10-20 gevallen per jaar uit de praktijk. Ook ervaren dierenartsen kan het overkomen dat zij een, al dan niet perforerende, rectumbeschadiging veroorzaken.

Oorzaak rectumbeschadigingen

Een veel voorkomende oorzaak is plotseling verzet van het paard of onverwacht sterke contracties van het rectum. Ook zou een dierenarts onvoorzichtig gehandeld kunnen hebben. Dit laatste komt echter slechts zelden voor omdat iedere dierenarts zeer beducht is voor het ontstaan van rectumbeschadigingen, wetende dat het rectum van het paard kwetsbaar is. Rectumbeschadigingen kunnen voorkomen zonder dat de dierenarts daar bij het onderzoek iets van heeft gemerkt. Doorgaans zit er dan wel vers bloed aan de handschoen, maar dit is niet in 100% van de gevallen zo c.q. het wordt niet opgemerkt.

Oorzaak beschadiging in onderhavige geval

Er is geen oorzaak aan te geven. Er is, voor zover onze informatie strekt, bij rectaal onderzoek om 08.00 uur niets bijzonders voorgevallen. Toch komen ook dan incidenteel rectumbeschadigingen voor die, als zij perforerend zijn, vrijwel altijd een infauste prognose hebben en die, als zij niet perforerend zijn, afhankelijk van de grootte en diepte, een matige tot zeer slechte prognose hebben.

Is het mogelijk om de beschadiging gelijk te constateren?

Ja, als er aanwijzingen zijn dat er een beschadiging ontstaan is, omdat er vers bloed aan de explorerende arm (handschoen) zit, dan dient het rectum direct, liefst met de blote arm, op beschadigingen gecontroleerd te worden. Ook dan is het voor iemand die een dergelijke beschadiging niet vaker heeft gevoeld (en dat zijn de meeste dierenartsen) in de eerste uren soms lastig de beschadiging te constateren c.q. de omvang en diepte correct in te schatten. Als er geen bloed aan de explorerende arm is, is er geen aanleiding om aan een rectumbeschadiging te denken. Dan wordt het paard meestal onderzocht als koliek optreedt, zoals in het onderhavige geval ook is gebeurd. (..)"

Standpunten van partijen

2.1

Eiseres voert aan dat Gedaagde tekort is geschoten in de op hem rustende verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst van opdracht strekkende tot het verrichten medisch onderzoek, waarop krachtens artikel 7:464 BW de bepalingen betreffende geneeskundige behandelingsovereenkomst van toepassing zijn. Gedaagde heeft zijn informatieplicht geschonden aangezien hij Eiseres nimmer heeft ingelicht over eventuele risico's van een rectaal onderzoek bij De merrie. Gedaagde heeft verder het onderzoek niet naar behoren uitgevoerd aangezien dit tot een rectumbeschadiging heeft geleid. Gedaagde's aansprakelijkheid kan tevens worden gegrond op zijn onrechtmatig handelen.

2.2

Gedaagde bestrijdt de vordering en hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd en voert daartoe aan dat hij de zorg van een goed opdrachtnemer c.q. redelijk handelend en redelijk bekwaam dieren-arts/practicus heeft betracht en dat hem ter zake van het ontstaan van de rectumbeschadiging geen verwijt valt te maken. Op de overeenkomst is niet toepasselijk de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Gedaagde heeft verder voldaan aan zijn verplichting om de opdrachtgever te informeren als bedoeld in artikel 7:403 BW. Onjuist is dat hij tevoren toestemming of "informed consent" diende te verkrijgen. Gedaagde bestrijdt tenslotte de verschillende door Eiseres gestelde schadeposten.

De beoordeling

3.

Eiseres grondt haar vordering op de omstandigheid dat na rectaal onderzoek door Gedaagde bij haar merrie De merrie een rectumbeschadiging is gebleken. Zij voert daartoe aan dat Gedaagde voor de gevolgen daarvan aansprakelijk is omdat aangenomen moet worden dat hij bij dat rectaal onderzoek van 19 juni 2001 niet voldoende zorgvuldig heeft gehandeld en voorts omdat hij Eiseres niet omtrent de mogelijk optredende risico's voldoende heeft geïnformeerd. Zij beroept zich daarbij in het bijzonder op de onder r.o. 1 sub g. weergegeven brief.

4.

De kantonrechter stelt voorop dat Gedaagde uitsluitend voor de gestelde schade aansprakelijk is indien deze schade het gevolg is van een door hem gemaakte beroepsfout. Er is slechts sprake van een beroepsfout indien Gedaagde onder de gegeven omstandigheden niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend dierenarts behoort te handelen.

5.

Anders dan Eiseres veronderstelt, zijn bij de beoordeling of al dan niet sprake is van voormelde beroepsfout de regels omtrent de geneeskundige behandelingsovereenkomst zoals neergelegd in de artikelen 7:446 BW e.v. niet (mede) toepasselijk, aangezien de door Gedaagde verrichte (geneeskundige) handelingen betrekking hadden op een dier en niet op een natuurlijk persoon.

6.

Dat Gedaagde voor of bij de rectale exploratie van de merrie fouten heeft gemaakt en/of onzorgvuldig heeft gehandeld, acht de kantonrechter niet aannemelijk geworden, zulks in het licht van de door Eiseres overgelegde brief van dr. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan. Weliswaar kan als vaststaand worden aangenomen dat de rectumbeschadiging bij het (eerste) rectale onderzoek van 19 juni 2001 is ontstaan doch dat die beschadiging niet anders kan worden verklaard dan dat zij het gevolg is van een onzorgvuldige voorbereiding dan wel uitvoering van het onderzoek, kan blijkens die brief niet worden geconcludeerd. Volgens voormelde beantwoording komt het incidenteel voor dat ook bij een zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van het onderzoek door een ervaren dierenarts een rectumbeschadiging optreedt, mede vanwege - zo begrijpt de kantonrechter de beantwoording - de kwetsbaarheid van het rectum van een paard.

7.

In die brief wordt geen verband gelegd met de voorbereiding van Gedaagde, te weten het plaatsen van de merrie in de opvoelbox en gebruik van een handschoen en glijmiddel, in de gegeven omstandigheden als onvoldoende en/of onzorgvuldig moet worden geschetst.

Dat Gedaagde bij de exploratie zelf anders heeft gehandeld dan een redelijk bekwaam en redelijk handelend dierenarts in de gegeven omstandigheden zou hebben gedaan, blijkt evenmin uit die brief. Eiseres heeft - behoudens het feit dat na het onderzoek een rectumbeschadiging is geconstateerd - verder geen andere feiten gesteld en te bewijzen aangeboden waaruit onjuist handelen in voormelde zin kan worden afgeleid. Daarbij kan niet onvermeld worden gelaten dat Eiseres, die niet bij het rectale onderzoek van 19 juni 2001 aanwezig was, heeft nagelaten haar stelling kracht bij te zetten met de visie - voor zover van belang - van Y omtrent het onderzoek, die daar wel bij aanwezig was.

8.

Dat Gedaagde in een telefoongesprek met de vader van Eiseres jegens hem een relatie tussen de geconstateerde rectumbeschadiging en het door hem verrichte rectale onderzoek heeft gelegd, hetgeen Gedaagde heeft bestreden, is, ook indien het doen van die uitspraak zou komen vast te staan, in het licht van meergenoemde beantwoording, op zichzelf onvoldoende grond om dat verband aan te nemen. Het door Eiseres ter zake gedane bewijsaanbod dient dan ook als niet ter zake dienend te worden gepasseerd.

9.

Door Eiseres zijn aldus niet voldoende omstandigheden gesteld die een grondslag kunnen vormen voor de aanname van een beroepsfout van Gedaagde. De op haar verzoek beantwoorde vragen van dr. Sloet geven daarvoor immers geen grond. Aldus bestaat er geen aanleiding voor het omkeren van een bewijslast, evenmin voor het geven van een bewijsopdracht.

10.

Tenslotte kan de gestelde gebrekkige informatievoorziening - het onthouden van de informatie over eventuele risico's van een rectaal onderzoek, waardoor Eiseres geen reële mogelijkheid heeft gehad om eventueel van het onderzoek af te zien of een andere dierenarts in te schakelen - evenmin tot aansprakelijkheid leiden.

11.

In de eerste plaats is daarvoor redengevend het vaststaande feit dat niet Eiseres doch Y, de eigenaresse van het dekstation waar Eiseres merrie was gestald, aan Gedaagde de onderzoeksopdracht heeft verstrekt. Nu Eiseres zelf stelt (zie punt 1 - en herhaald onder punt 14 - van haar nadere toelichting) dat Y zonder enig overleg met haar Gedaagde heeft ingeschakeld en dat Y wat betreft die opdracht niet als haar vertegenwoordiger kan worden aangemerkt, valt niet in te zien dat Gedaagde als Y's opdrachtnemer gehouden was om Eiseres - als derde - over een en ander te informeren.

12.

Dat Eiseres van het onderzoek zou hebben afgezien indien zij geweten had dat haar merrie het risico liep op een rectumbeschadiging, kan in het licht van de eerdere verrichte rectale exploraties niet aannemelijk worden geacht. Het ging er Eiseres immers om om haar merrie, net als in de voorgaande jaren, zoals zij zelf stelt, dragend te krijgen, waarvoor, zo begrijpt de kantonrechter, de merrie meerdere malen rectaal op mogelijke rijpe eicellen wordt onderzocht. Gelet daarop moet de stelling dat Eiseres niet op de hoogte was van de kans op een complicatie als gevolg van een rectaal onderzoek, dan ook als gezocht worden aangemerkt evenals de stelling dat zij van het door Gedaagde op 19 juni 2001 te verrichten rectaal onderzoek zou hebben afgezien indien hij haar van de geringe kans op een rectumbeschadiging had verteld. Hieruit volgt dat, ook indien Gedaagde een informatieverplichting zou hebben geschonden, Eiseres daardoor niet is benadeeld.

13.

Verder is uit niets gebleken dat Eiseres van het onderzoek zou hebben afgezien of door een andere dierenarts zou hebben laten verrichten indien zij vooraf geïnformeerd was door welke dierenarts het onderzoek verricht zou worden nu gesteld noch gebleken is dat de persoon van de dierenarts in enigerlei vorm voor haar belang was of een rol heeft gespeeld bij het dragend krijgen van haar merrie. Haar stelling ter zake wordt verder ontkracht door het vaststaande feit dat de merrie kort voordien meerdere malen door (een) dierenarts(en) van een andere praktijk rectaal is onderzocht en ook Y kennelijk van Eiseres toestemming had verkregen om zonder nader overleg met haar dergelijke onderzoeken te laten verrichten.

14.

Het voorgaande leidt ertoe dat niet gezegd kan worden dat Gedaagde anders heeft gehandeld dan een redelijk bekwaam beroepsgenoot behoorde te handelen, zodat de vordering dient te worden afgewezen.

15.

Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden verwezen.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering van Eiseres af;

- veroordeelt Eiseres in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Gedaagde begroot op € 540,-- voor salaris gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 10 juni 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.