Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AF9424

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
03-06-2003
Datum publicatie
03-06-2003
Zaaknummer
86065 / KG ZA 03-233
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2003, 64

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE

Zaaknr/rolnr: 86065 / KG ZA 03-233

Uitspraak: 3 juni 2003

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

de stichting WONINGSTICHTING BETER WONEN VECHTDAL,

gevestigd te Hardenberg,

eiseres,

procureur mr. O.C.A. Millaard,

en

1. [gedaagde sub 1],

thans verblijvende te Zwolle,

2. [gedaagde sub 2],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagden,

niet verschenen,

PROCESGANG

Beter Wonen heeft [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te verbieden om onmiddellijk na het uitspreken van dit vonnis zich, gedurende een jaar, te bevinden binnen de grenzen van het dorp Kloosterhaar, gemeente Hardenberg, althans in de straat [straat X] in het dorp Kloosterhaar, gemeente Hardenberg, zulks op straffe van gijzeling en van verbeurte van een dwangsom van

€ 1.000,- voor iedere overtreding en vervolgens voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;

2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Beter Wonen heeft haar standpunt nader toegelicht, waarna vonnis is bepaald op heden.

MOTIVERING

1. Ambtshalve dient beoordeeld te worden of de dagvaarding op een zodanige wijze is betekend dat verstek kan worden verleend nu [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet zijn verschenen.

De dagvaarding is aan [gedaagde sub 1] in persoon betekend. Zij heeft de voorzieningenrechter laten weten niet te willen verschijnen.

Omdat van [gedaagde sub 2] de woonplaats en zijn werkelijk verblijf onbekend zijn, heeft betekening overeenkomstig art. 54 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering plaatsgevonden aan het parket van de Officier van Justitie van deze rechtbank. Voorts is conform voormeld artikel het uittreksel van het exploot bekend gemaakt in de Zwolse Courant van 20 mei 2003. Nu hiervoor een redelijke termijn in acht is genomen, is aan de vereisten voor de betekening voldaan.

Tegen de niet verschenen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is verstek verleend.

2. In dit geding is in voldoende mate gebleken van het spoedeisend belang van Beter Wonen bij haar vorderingen. Beter Wonen heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde sub 1] op dit moment nog in een penitentiaire inrichting verblijft maar dat de detentie begin juni zal eindigen. [gedaagde sub 1] heeft dan geen eigen woonruimte meer.

3. Het draait in deze zaak om de vraag of Beter Wonen met gunstig gevolg een rechtsvordering als de onderhavige kan instellen jegens haar voormalige huurder [gedaagde sub 1] en jegens [gedaagde sub 2].

Als niet weersproken staat vast dat Beter Wonen in de rij woningen waarin [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben gewoond nog negen andere woningen verhuurt en dat Beter Wonen ook woningen verhuurt gelegen aan de achterzijde van de (voormalige) woning van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. Aangezien Beter Wonen van al haar huurders in het betreffende gebied klachten heeft ontvangen omtrent de overlast die [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (en/of hun bezoek) hebben veroorzaakt en haar bovendien met zoveel woorden dringend is verzocht om het verlangde woongenot te verschaffen, is de conclusie gerechtvaardigd dat Beter Wonen een eigen belang heeft bij het gevorderde straatverbod. Daaraan doet niet af dat de huurovereenkomst met [gedaagde sub 1] als huurder inmiddels is ontbonden. Beslissend is dat Beter Wonen zich de belangen van de huurders om gevrijwaard te blijven van overlast, heeft aangetrokken.

4. Een straatverbod zoals thans door Beter Wonen gevorderd maakt een ingrijpende inbreuk op het recht van bewegingsvrijheid en het recht om in vrijheid de woon- en verblijfplaats te bepalen. De aan de vorderingen ten grondslag gelegde -en niet betwiste- feiten rechtvaardigen evenwel een dergelijke ingrijpende inbreuk op deze rechten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2].

Op 2 mei 2003 hebben zich gebeurtenissen voorgedaan van buitengewoon ernstige aard. Daarmee is de aandacht gevestigd op het langdurig ongewenst en overlast bezorgend gedrag van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (en/of hun bezoek). Gebleken is dat van de kant van Beter Wonen veel activiteiten zijn ontplooid teneinde de overlast te doen beëindigen. Beter Wonen heeft in februari 2003 nog getracht afspraken te maken met [gedaagde sub 1] en heeft die afspraken ook schriftelijk bevestigd. In maart 2003 heeft Beter Wonen opnieuw een brief gestuurd naar [gedaagde sub 1] waarin wordt geconstateerd dat [gedaagde sub 1] zich weinig aantrekt van eerdere gesprekken en waarschuwingen. Tegelijkertijd is [gedaagde sub 1] uitgenodigd voor een gesprek bij de politie op 31 maart 2003. Ook dit heeft echter niet tot het gewenste resultaat geleid. Er is aldus door Beter Wonen veelvuldig getracht te komen tot verbetering.

Ook nadat de huurovereenkomst door [gedaagde sub 1] is ontbonden, heeft Beter Wonen aan haar sociale verplichtingen voldaan door vervangende woonruimte voor [gedaagde sub 1] te zoeken. Zij heeft zich daartoe verstaan met de betrokken reclasseringsambtenaar. Zij heeft met de reclasseringsambtenaar gezocht naar een vorm van begeleid wonen. Uiteindelijk heeft zij [gedaagde sub 1] twee mogelijke woonruimtes kunnen aanbieden maar [gedaagde sub 1] heeft het aanbod niet aanvaard. Beter Wonen heeft aldus blijk gegeven in meer dan ruime mate aan haar doelstellingsverplichting te voldoen.

5. Nu Beter Wonen voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het risico bestaat dat [gedaagde sub 1] (en met haar [gedaagde sub 2]) na het einde van de detentie zal (zullen) terugkeren naar de voormalige woning waardoor een confrontatie dreigt met de huurders van Beter Wonen, bestaat, mede gelet op hetgeen zich in het verleden heeft voorgedaan alsmede gezien de hoog opgelopen emoties in Kloosterhaar, voldoende grond voor toewijzing van het gevorderde straatverbod.

6. De vordering zal worden toegewezen op straffe van lijfsdwang. Het belang van Beter Wonen bij toepassing van de gijzeling weegt in het onderhavige geval zwaarder dan het belang van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij niet-toepassing daarvan. Ter terechtzitting heeft Beter Wonen ook voldoende aannemelijk gemaakt dat toepassing van een ander dwangmiddel, zoals een dwangsom, onvoldoende uitkomst zal bieden. De termijn gedurende welke de lijfsdwang kan worden ten uitvoer gelegd, wordt bepaald op acht dagen per overtreding met een maximum van 1 jaar.

7. [gedaagde sub 1] en[gedaagde sub 2] worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van dit geding.

BESLISSING

De president als voorzieningenrechter:

1. Verbiedt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om onmiddellijk na het uitspreken van dit vonnis, zich gedurende een jaar, te bevinden binnen de grenzen van het dorp Kloosterhaar, gemeente Hardenberg, zulks op straffe van acht dagen lijfsdwang per overtreding, tot een maximum van een jaar;

2. Veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de kosten van dit geding. Deze kosten worden, voor zover tot op heden aan de zijde van Beter Wonen gevallen, begroot op € 286,16 voor verschotten en € 454,00 voor salaris procureur;

3. Wijst hetgeen meer of anders is gevorderd, af;

4. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. E.A. Maan, president, en in het openbaar uitgesproken door mr. H.C.A. Walda op 3 juni 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.