Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AF5962

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
13-03-2003
Datum publicatie
19-03-2003
Zaaknummer
194789 HA 03-130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E

sector kanton - locatie Zwolle

zaaknr.: 194789 HA 03-130

datum : 13 maart 2003

BESCHIKKING OP EEN VERZOEK TOT ONTBINDING VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMST

in de zaak van:

de besloten vennootschap TNT NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Houten,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. M.F.H.M. van Haastert, advocaat te Zwolle,

tegen

[verweerder],

wonende te Zwolle,

verwerende partij,

gemachtigde mr. V.C. Gall, advocaat te Zwolle.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift d.d. 19 februari 2003 van TNT Nederland B.V.;

- het verweerschrift d.d. 25 februari 2003 van [verweerder].

De mondelinge behandeling is gehouden op 27 februari 2003, tegelijk met het door [verweerder] tegen TNT aanhangig gemaakte kort geding onder zaaknr. 193673 VV 03-3. Verschenen zijn:

- [manager], manager warehouse, [adviseur], senior adviseur, [P & O adviseur], adviseur P&O, allen in dienst van TNT Nederland, bijgestaan door mr. Van Haastert voornoemd;

- [verweerder], bijgestaan door mr. Gall voornoemd.

Het geschil en de beoordeling

1.

Vaststaande feiten

(a)

[verweerder], thans 38 jaar oud, is op 1 januari 2001 bij TNT in dienst getreden als warehouse medewerker voor 10 uur per week tegen een salaris van € 405,42 bruto per maand.

(b)

Van 19 november tot 9 december 2002 had [verweerder] vakantie.

(c)

Op of voor 9 december 2002 is TNT meegedeeld dat [verweerder] wegens detentie niet op het werk kon verschijnen.

(d)

Bij brief van 13 december 2002 heeft TNT aan [verweerder] opgedragen om zich direct na zijn invrijheidstelling te melden bij zijn direct leidinggevende, [manager].

(e)

[verweerder] is op 31 december 2002 in vrijheid gesteld.

(f)

Bij brief van 10 januari 2003 heeft TNT aan [verweerder] ontslag op staande voet aangezegd op de grond dat, gezien de duur van de voorlopige hechtenis en het feit dat [verweerder] vervolgd zal gaan worden, het niet nakomen van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de met hem gesloten arbeidsovereenkomst als gevolg van zijn afwezigheid aan zijn eigen toedoen te wijten is.

(g)

Bij brief van 17 januari 2003 is namens [verweerder] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van dit ontslag.

2.

Standpunt TNT

(a)

Voor zover zou komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet is geëindigd als gevolg van het onder 1 (f) vermelde ontslag, is verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zulks op grond van een - uitgestelde - dringende reden, subsidiair op grond van verandering in de omstandigheden.

(b)

De dringende reden is gelegen in de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het ontslag op staande voet.

Nu volgens eigen opgave van [verweerder] zijn echtgenote aangifte heeft gedaan terzake van (gekwalificeerde) mishandeling dan wel poging tot moord of doodslag, kan niet worden gesteld dat [verweerder] zonder voldoende grond is gearresteerd en zonder voldoende grond geruime tijd in voorlopige hechtenis heeft gezeten. De onwettige afwezigheid van 9 tot en met 31 december 2002 valt [verweerder] derhalve aan te rekenen.

(c)

De verandering van omstandigheden houdt het volgende in:

Eerst op 9 december 2002 werd zijdens een familielid aan TNT meegedeeld dat [verweerder] in voorlopige hechtenis zat. De stelling van [verweerder] dat dit reeds op 19 november 2002 bij TNT bekend is gemaakt, is onjuist.

[verweerder] heeft zich niet direct na zijn invrijheidstelling bij zijn leidinggevende gemeld. Zijn stelling dat hij vanaf 1 januari 2003 heeft getracht telefonisch contact te krijgen met [manager] is onjuist en ook volstrekt onaannemelijk. [manager] is vanaf 1 januari 2003 op alle werkdagen aanwezig geweest, maar een eerste contact is door [verweerder] pas gelegd op 8 januari 2003.

Onjuist is de stelling van [verweerder] dat hij op 9 januari 2003 aan [manager] zou hebben meegedeeld dat hij ziek was in verband met neurologische problemen. Van enige ziekmelding is niets bekend. Over een eventueel bezoek aan de Arbo-arts is dan ook niet gesproken.

Door de gehele gang van zaken als hiervoor omschreven is er aan de zijde van TNT geen sprake meer van een noodzakelijke basis van vertrouwen in de persoon van [verweerder].

(d)

Er is geen aanleiding om [verweerder] een beëindigingsvergoeding toe te kennen, nu de aan de ontbinding ten grondslag gelegde redenen volledig aan hem zijn te wijten.

3.

Standpunt [verweerder]

(a)

De tegen [verweerder] gerezen verdenking die heeft geleid tot zijn detentie, berust op een valse aangifte. De uitkomst van de strafzaak is thans nog niet duidelijk.

(b)

[verweerder] heeft van zijn vrouw vernomen dat zij op 21 november 2002 aan TNT heeft laten weten dat [verweerder] in voorlopige hechtenis zat. Eind november heeft zij andermaal contact opgenomen met TNT om te laten weten dat [verweerder] nog in voorlopige hechtenis zat en daardoor op 9 december 2002 niet in staat zou zijn zijn werkzaamheden te hervatten.

(c)

Na zijn invrijheidstelling op 31 december 2002, heeft [verweerder] op alle werkdagen geprobeerd contact te krijgen met [manager]. Op 6 januari heeft hij telefonisch contact gehad met een werknemer die [verweerder] meedeelde dat [manager] in een vergadering zat. Op 7 januari werd hem meegedeeld dat [manager] net was vertrokken van kantoor. Op 8 januari heeft [verweerder] [X] gesproken. Op 9 januari heeft [manager] contact opgenomen met [verweerder]. [verweerder] heeft in dit gesprek aangegeven dat hij weer in vrijheid was en in principe kon gaan werken, maar dat hij op dat moment ziek was. [manager] heeft toen aangegeven dat [verweerder] zich niet meer ziek kon melden, omdat hij ([manager]) van hogere hand opdracht had gekregen [verweerder] te ontslaan.

(d)

In het algemeen kan detentie niet leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en zeker niet als de detentie geen enkel verband houdt met de arbeidsrelatie. Dit laatste doet zich voor, omdat het strafbare feit waarvan [verweerder] verdacht wordt, heeft plaatsgevonden in privé-kringen. [verweerder] is ook niet verwijtbaar afwezig geweest, aangezien hij gedetineerd is geweest wegens een valse aangifte.

(e)

[verweerder] heeft vanaf zijn vrijlating wel degelijk contact gezocht met zijn leidinggevende. Hij heeft op 9 januari ook meegedeeld dat hij op dat moment ziek was. [verweerder] heeft ten tijde van de voorlopige hechtenis een herseninfarct gehad ten gevolge waarvan hij tijdelijk eenzijdig verland is geweest. Hij heeft nog steeds verlammingsverschijnselen en zijn arm is gedeeltelijk gevoelloos. Daarnaast kampt hij met hartproblemen. [verweerder] is dan ook van mening dat er geen sprake is van verstoring van de vertrouwensbasis tussen hem en TNT, temeer nu hij altijd naar behoren heeft gefunctioneerd.

(f)

Door zijn ziekte is het voor [verweerder] niet mogelijk binnen afzienbare tijd zijn oude werkzaamheden te hervatten. Zijn kansen op de arbeidsmarkt zijn op dit moment zeer gering. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst zou hem dan ook onredelijk zwaar treffen.

4.

Oordeel van de kantonrechter

(a)

Weliswaar is [verweerder] momenteel (vermoedelijk) arbeidsongeschikt, maar de gevraagde ontbinding (voor zover vereist) houdt geen verband met deze ziekte. Ook overigens is er geen reden om aan te nemen dat het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

(b)

Van een dringende reden zoals door TNT gesteld, kan vooralsnog niet worden uitgegaan. [verweerder] heeft namelijk overgelegd een schrijven d.d. 23 december 2002 van mw. [verweerder], waarin deze onder meer verklaart dat zij op 18 en 19 november 2002, toen zij tegen haar man aangifte deed van mishandeling / poging tot doodslag, zeer overspannen en gestresst was en erg boos was op haar man, onder welke omstandigheden zij tegen de politie allerlei dingen heeft verklaard die niet kloppen. Naar zij voorts verklaart wil zij haar gehele eerdere verklaring nietig laten verklaren, heeft haar echtgenoot haar niet mishandeld en heeft hij ook niet geprobeerd haar te vermoorden. De vrouw van verweerder heeft anders verklaard omdat zij en haar man ruzie hadden en zij erg overspannen was.

(c)

Blijkens door TNT ter zitting overgelegd bericht van de officier van justitie is deze (niettemin) voornemens om [verweerder] te vervolgen inzake een geweldsdelict. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit dit voornemen van de officier van justitie evenwel nog niet dat de detentie aan [verweerder] is te verwijten.

(d)

De subsidiair gestelde wijziging van omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter niet van zodanige orde dat daarop (thans) ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan worden gegrond.

De berichtgeving over de afwezigheid van [verweerder] is - naar TNT heeft erkend - in ieder geval gedaan op de dag waarop [verweerder] na zijn vakantie weer had moeten werken.

Weliswaar heeft [verweerder] zich niet terstond na zijn invrijheidstelling gemeld bij zijn leidinggevende, maar het is alleszins aannemelijk dat hij fysiek (als gevolg van het hem tijdens zijn detentie overkomen herseninfarct) niet in staat was om zich bij de leidinggevende te vervoegen. Telefonische contacten zijn er blijkbaar wel geweest, in ieder geval op 8 januari, wat heeft geleid tot een telefoongesprek tussen [verweerder] en [manager] op 9 januari 2003. [verweerder] heeft toen (gelijk [manager] ter zitting heeft verklaard) onmiddellijk melding gemaakt van zijn medische problemen. Hij heeft ook melding gemaakt van ziekenhuisbezoek in verband met deze problemen. [manager] heeft hierin geen ziekmelding gezien, maar in redelijkheid kunnen mededelingen als voormeld toch worden gezien als een ziekmelding.

Alles bijeen genomen is het voorstelbaar dat TNT op goede grond moeite heeft met de gang van zaken rond de afwezigheid van [verweerder], maar kan in redelijkheid vooralsnog niet worden aangenomen dat bij TNT de noodzakelijke vertrouwensbasis in de persoon van [verweerder] is weggevallen.

(e)

Mitsdien dient het (voorwaardelijke) ontbindingsverzoek te worden afgewezen.

(f)

In de omstandigheden van het geval vindt de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek van TNT tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst af;

- compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. J.F. de Vries, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 13 maart 2003, in tegenwoordigheid van G.H. van der Heide, griffier.