Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AF5951

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
18-03-2003
Datum publicatie
18-03-2003
Zaaknummer
83210 / KG ZA 03-92
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE

Zaaknr/rolnr: 83210 / KG ZA 03-92

Uitspraak: 18 maart 2003

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats 1] (gemeente [gemeente 1]),

[eiser],

procureur mr. C. Borstlap,

advocaat mr. W.J.Th. Bustin te Leeuwarden,

en

de besloten vennootschap DE GEMEENTE ZWOLLE,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

procureur W.E.M. Klostermann,

verder (ook) te noemen [eiser] en de gemeente.

PROCESGANG

[eiser] heeft de gemeente doen dagvaarden in kort geding.

Tegen de vordering is door de gemeente verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing ervan.

Partijen hebben hun standpunten over en weer toegelicht, waarna op verzoek van partijen op het griffiedossier vonnis is bepaald.

MOTIVERING

1 In dit geding wordt van de navolgende feiten uitgegaan.

In verband met een ingrijpende herstructering van een deel van de wijk Holterbroek heeft de gemeente voorgenomen het zogeheten Wavin-gebouw aan de Händellaan te Zwolle (verder te noemen het Wavin-gebouw) te slopen. [eiser] is architect van het Wavin-gebouw en verzet zich tegen sloop daarvan. De gemeente heeft ermee ingestemd de aanvang van de sloopwerkzaamheden uit te stellen tot na de beslissing in dit kort geding.

Rond het Wavin-gebouw en de herstructering van de wijk zijn verschillende civielrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures aanhangig.

2 De vordering van [eiser] strekt ertoe bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair: de gemeente te verbieden om tot sloop van het Wavin-gebouw over te gaan, althans gebruik te maken van de aan haar verleende sloopvergunning voor het Wavin-gebouw, op straffe van een dwangsom van € 500.000,-- indien de gemeente in strijd met het gegeven verbod handelt;

subsidiair: de gemeente te verbieden om tot sloop van het Wavin-gebouw over te gaan, althans gebruik te maken van de aan haar verleende sloopvergunning voor het Wavin-gebouw, voordat de Hoge Raad arrest heeft gewezen in de zaak tussen [eiser] en de gemeente en / of het nieuwe bestemmingsplan Holterbroek-zuidwest definitief en onherroepelijk is goedgekeurd en / of een onherroepelijke bouwvergunning is verleend voor de beoogde gebouwen die op de plaats van het Wavin-gebouw worden gebouwd, zulks op straffe van een dwangsom van € 500.000,-- indien de gemeente in strijd met het gegeven verbod handelt;

meer subsidiair: dat de voorzieningenrechter in goede justitie een voorziening treft die er in bestaat dat de gemeente verboden wordt om tot sloop over te gaan van het Wavin-gebouw, althans gebruik te maken van de aan haar verleende sloopvergunning voor het Wavin-gebouw, al dan niet aan een tijd of een gebeurtenis gekoppeld, zulks op straffe van een door de voorzieningenrechter vast te stellen dwangsom indien de gemeente in strijd met het gegeven verbod handelt

en de gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3 [eiser] heeft ter onderbouwing van de vordering - samengevat en voor zover thans van belang - naar voren gebracht dat bij een afweging van zijn belangen (bij behoud van het Wavin-gebouw) en die van de gemeente (bij sloop daarvan), dit in zijn voordeel dient door te slaan. Door nu - zonder dat duidelijkheid bestaat over de uitkomst van bovengenoemde procedures - te slopen handelt de gemeente onrechtmatig, want in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.

De sloopvergunning is afgegeven met het oog op realisatie van het zogeheten "plan Verheijen", dat voorzag in de bebouwing van het perceel waar het Wavin-gebouw gelegen is met een bejaardencentrum van drie verdiepingen. Nadien zijn de plannen meerdere keren ingrijpend gewijzigd. Het laatste plan, dat voorziet in een woonzorgcentrum bestaande uit twee gebouwen van negen en elf verdiepingen, in de directe nabijheid van de plaats waar het Wavin-gebouw is gelegen, biedt - na een kleine wijziging - de mogelijkheid het Wavin-gebouw te laten staan. Onder die omstandigheden is het niet langer opportuun gebruik te maken van de sloopvergunning.

Voorts bestaat planologische onduidelijkheid. De noodzakelijke wijzigingen van het bestemmingsplan ter plaatse van het gebouw zijn nog niet onherroepelijk geworden. Voordat (de wijziging van) het bestemmingsplan onherroepelijk wordt is het aannemelijk dat op tal van punten daartegen nog bezwaar zal worden gemaakt. Dat het thans voorliggende bestemmingsplan de eindstreep haalt is dan ook geenszins aannemelijk.

Niet valt in te zien waarom de gemeente tot sloop wenst over te gaan vóórdat de Hoge Raad in de civiele bodemprocedure arrest heeft gewezen.

[eiser] brengt in het geding een aantal brieven van (rechts)personen, onder andere van de Vereniging tot Bescherming van Cultuurmonumenten, de Bond Heemschut en (de nieuwe) Rijksbouwmeester, met de strekking dat de sloop van het Wavin-gebouw zo mogelijk moet worden voorkomen, gelet op de grote architectonische waarde van het Wavin-gebouw.

4 De gemeente heeft zich - samengevat en voor zover thans van belang - op het standpunt gesteld dat niet slopen maatschappelijk onaanvaardbaar is. Het Wavin-gebouw heeft al enige tijd geen functie meer. De gemeente heeft doen onderzoeken of het Wavin-gebouw - in het kader van de herstructering van de wijk - behouden kon blijven, door het een nieuwe bestemming te geven. Dat bleek zowel uit financieel als uit maatschappelijk oogpunt onwenselijk. De gemeente erkent dat het Wavin-gebouw architectonische waarde heeft, en zal met het oog daarop, voordat tot sloop wordt overgegaan, het Wavin-gebouw documenteren. Niet alleen heeft geen van de procedures die thans nog aanhangig zijn een redelijke kans dat deze als uitkomst hebben dat niet gevergd kan worden het Wavin-gebouw te slopen, doch ook een tijdelijk uitstel van de sloop kan niet aan de orde zijn. De planning van de herstructering van de wijk ligt reeds vast. De gemeente en andere participanten bij deze herstructering zullen grote financiële en maatschappelijke schade lijden indien niet overeenkomstig het bestek de bouw kan plaatsvinden, te meer aangezien uitstel tot en met september 2003 in verband met de noodzakelijke verwijdering van asbest uit het Wavin-gebouw (welke slechts bij bepaalde weersomstandigheden kan plaatsvinden), ertoe zal leiden dat waarschijnlijk de totale vertraging veel meer zal bedragen dan het door de voorzieningenrechter toegestane uitstel. Binnen deze planning is het niet mogelijk tijdelijk het Wavin-gebouw voor sloop te behoeden. Voorts heeft de gemeente naar voren gebracht dat er een aanmerkelijke kans bestaat dat bij uitstel van sloop Driezorg, de beoogde exploitant van voorzieningen voor ouderen in de nieuw op te richten gebouwen op het terrein waar het Wavin-gebouw gelegen is, geheel van exploitatie van deze gebouwen zal afzien wegens de door het uitstel ontstane verminderde rentabiliteit van de te vestigen voorzieningen. Naast de aanzienlijke maatschappelijke schade die daardoor ontstaat, zal de gemeente dan mogelijk worden aangesproken tot betaling van de door Driezorg en/of andere betrokkenen geleden financiële schade.

5 De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

Kernvraag van dit geding is of, gelet op de betrokken belangen sloop van het Wavin-gebouw op dit moment verboden dient te worden. Een verbod kan in de rede liggen indien op dit moment sloop niet aanvaardbaar kan worden geacht omdat enerzijds de (financiële en maatschappelijke) belangen van de gemeente bij sloop op korte termijn niet opwegen tegen anderzijds de belangen van [eiser] (namelijk het -als architect van het Wavin-gebouw - voorkomen van sloop daarvan terwijl dat gebouw een aanmerkelijk architectonische waarde bezit en het voorkomen van schade aan zijn eigen eer en goede naam).

Bij die afweging speelt ook een rol of (de gemeente voldoende zorgvuldig heeft onderzocht dat geen) reële alternatieven bestaan waarbij het Wavin-gebouw niet behoeft te worden gesloopt.

Voorts speelt een prognose van de uitkomst van de aanhangige procedures een rol. Bij een aanmerkelijke kans dat (een van) de procedures een voor [eiser] gunstige uitkomst zal hebben, zal eerder moeten worden geconcludeerd dat de sloop van het Wavin-gebouw (in ieder geval voor een in tijd begrensde periode) verboden zal moeten worden.

belang gemeente

6 Onvoldoende weersproken is dat aan de zijde van de gemeente zwaarwegende belangen bestaan bij sloop van het Wavin-gebouw op korte termijn. Door de gemeente is (als productie 5) een planning van de bebouwing van het terrein waarop het Wavin-gebouw staat in het geding gebracht. Uit die planning blijkt dat de uitvoering van de sloopwerkzaamheden van het Wavin-gebouw is voorzien van 3 februari 2003 tot en met 28 maart 2003.

[eiser] heeft naar voren gebracht dat tijdelijk van sloop kan worden afgezien, aangezien een groot aantal overige werkzaamheden ook zonder sloop doorgang kunnen vinden. Uit de door de gemeente als productie 4 in het geding gebrachte situatieschets blijkt dat het terrein waarop het Wavin-gebouw staat noodzakelijk is voor (de voorbereiding van) de bouwwerkzaamheden die op en rond het terrein van het Wavin-gebouw na sloop van het Wavin-gebouw plaatsvinden. Door de gemeente is desgevraagd opgemerkt dat binnen deze planning geen ruimte bestaat de sloop uit te stellen zonder dat een groot deel van de werkzaamheden op en rond het terrein waar het Wavin-gebouw gelegen is, vertraging tenminste voor de duur van het uitstel oploopt. Daarbij is van belang dat de gemeente naar voren heeft gebracht dat bij uitstel van sloop ernstige financiële schade zal worden geleden. De directe schade van uitstel van sloop tot en met september 2003 is door haar c.q. de bij de bouw betrokken projectontwikkelaar begroot op € 787.183,--. Ook afgezet tegen de totale kosten van het project (zonder deze schade begroot op € 25.415.975.--) is dat een aanmerkelijk bedrag. Hoewel de voorzieningenrechter deze begroting niet tot in detail kan overzien of toetsen merkt zij op dat de juistheid van de begroting slechts in zeer algemene bewoordingen is weersproken, zodat de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat voldoende aannemelijk is geworden dat de gemeente door uitstel aanzienlijke - eerder in de orde van enkele honderdduizenden euro's dan van enkele tienduizenden euro's, maar thans niet exact te becijferen - financiële schade zal lijden. Daarbij komt dat ook de maatschappelijk schade bij uitstel aanzienlijk zal zijn, ten eerste aangezien onweersproken is dat uitstel tot en met september 2003 mogelijk zal leiden tot een veel grotere vertraging in verband met de juist in het najaar en winter ongunstige weersomstandigheden voor de verwijdering van het in het Wavin-gebouw aanwezige asbest en ten tweede aangezien bij (een dergelijk) uitstel de stichting Driezorg mogelijk geen reële exploitatiemogelijkheden voor de in de nieuwbouw te vestigen voorzieningen voor ouderen ziet, zodat dit gehele project op losse schroeven zal komen te staan.

alternatieven

7 Toewijzing van de vordering zou in de rede kunnen liggen indien aannemelijk zou zijn geworden dat reële alternatieven (zonder tot sloop van het Wavin-gebouw over te gaan) voorhanden zijn, dan wel aannemelijk zou zijn geworden dat de gemeente niet of op onzorgvuldige wijze voorhanden zijnde alternatieven heeft onderzocht. Daarvan is echter niet gebleken. Het gerechtshof Arnhem heeft in zijn arrest van 2 juli 2002 (bij de beantwoording van de vraag of bij sloop sprake is van reputatieschade aan de zijde van [eiser]) voor zover van belang het volgende overwogen:

"Voorts is van belang dat de gemeente zelf ... heeft onderzocht of het Wavin-gebouw kon worden ingepast in haar plannen. Zij is tot de conclusie gekomen dat dit om functionele en financiële redenen geen reële optie was. De gemeente heeft [eiser] hierover geïnformeerd ...

In de onderhavige procedure heeft de gemeente bij de conclusie van antwoord in eerste aanleg gemotiveerd aangegeven, onderbouwd door overlegging van het rapport "Herstructurering voorzieningen/Mogelijkheden integratie Wavin-gebouw in Ouderenvoorziening" dat zij om functionele en financiële redenen geen reële mogelijkheden ziet om het Wavin-gebouw te integreren in haar plannen, zodat voor haar sloop de enige optie is. Hiertegenover heeft [eiser], ook in hoger beroep, volstaan met de algemene stelling dat het Wavin-gebouw heel goed aangepast kan worden voor wijkvoorzieningen die aansluit bij het programma van eisen zodat het Wavin-gebouw behouden kan blijven."

Ook in dit geding heeft [eiser] nagelaten in meer dan algemene zin reële alternatieven naar voren te brengen. [eiser] heeft erop gewezen dat door de twee gebouwen, welke voorzien zijn in de nabijheid van het terrein, respectievelijk enige meters noord- en zuidwaarts zouden kunnen worden geplaatst, en zo (ruimte voor) het Wavin-gebouw behouden kan blijven. De gemeente heeft harerzijds gesteld dat dit alternatief niet reëel is aangezien bij uitvoering daarvan ernstig afbreuk wordt gedaan aan het architectonisch beeld dat deze twee gebouwen oproept. Deze stelling komt de voorzieningenrechter niet onaannemelijk voor. Daarbij komt dat [eiser] heeft nagelaten aan te duiden welke (in de plannen van de gemeente passende) zinvolle bestemming het Wavin-gebouw in dit alternatief zou kunnen krijgen.

prognose andere procedures

8 Rond het Wavin-gebouw en de herstructurering van de wijk Holterbroek zijn - voor zover van belang - de volgende procedures aanhangig.

9 [eiser] heeft zich in een civielrechtelijke bodemprocedure op grond van artikel 25, eerste lid aanhef en onder d Auteurswet verzet tegen sloop door de gemeente. De rechtbank heeft de vordering van [eiser] afgewezen - samengevat - op de grond dat de bescherming tegen "aantasting" op grond van voornoemd artikel niet (ook) betrekking heeft op de totale vernietiging (sloop) van een werk. Het gerechtshof heeft dit vonnis - op andere gronden - bekrachtigd. Samengevat is het gerechtshof van oordeel dat voornoemd artikel tevens bescherming beoogt te bieden tegen totale vernietiging van een werk in de zin van de auteurswet, maar dat van nadeel aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in die hoedanigheid ("reputatieschade") niet is gebleken. Tegen dit arrest heeft [eiser] cassatie ingesteld. De gemeente heeft incidenteel cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal mogelijk in of omstreeks september 2003 arrest wijzen.

Door [eiser] is niet aannemelijk gemaakt, noch is anderszins aannemelijk geworden, dat de bodemprocedure met een voor hem gunstig resultaat zal eindigen. [eiser] heeft nagelaten te stellen en te onderbouwen (bijvoorbeeld door het in geding brengen van de cassatiemiddelen) op welke gronden aannemelijk moet worden geacht dat de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof zal casseren. Daarbij komt dat door het instellen van incidentele cassatie de Hoge Raad - indien het door [eiser] ingestelde cassatiemiddel slaagt - zich vervolgens zal buigen over de vraag of artikel 25, eerste lid aanhef en onder d Auteurswet ook auteursrechtelijke bescherming tegen algehele vernietiging van een werk beoogt te bieden, hetgeen dan alsnog tot de conclusie zal kunnen leiden dat geen auteursrechtelijke belemmering bestaat tegen sloop van het Wavin-gebouw.

10 Bij besluit van 26 november 2002 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente een vergunning verleend aan de gemeente om het Wavin-gebouw te slopen. Tegen deze vergunning zijn door [eiser] en door het "Comité Sloop Wavin Nee" bezwaarschriften ingediend. De voorzieningenrechter van deze rechtbank (sector bestuursrecht) heeft schorsende werking aan het bezwaar van [eiser] onthouden, op de grond dat - samengevat - niet gebleken is dat [eiser] wordt getroffen in belangen die door het sloopbesluit worden beschermd. Op de bezwaarschriften is nog niet beslist.

Dat, hoewel voornoemde voorzieningenrechter aan de bezwaarschriften tegen de sloopvergunning schorsende werking heeft onthouden, de bezwaren tegen de sloopvergunning een redelijke kans van slagen hebben, is niet gesteld, laat staan aannemelijk geworden.

11 Voor de uitvoering van de herstructurering dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. De vaststelling van het hernieuwde bestemmingsplan door de gemeenteraad is voorzien op 17 maart 2003. Vooruitlopend op het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zal een artikel 19 WRO-vrijstelling worden verzocht. Op een deel van de bezwaarschriften tegen de wijziging van het bestemmingplan is nog niet beslist.

Voorts dienen voor de op te richten bouwwerken op de percelen waar de herstructurering plaatsvindt bouwvergunningen te worden verleend.

Ook hier heeft te gelden dat in het geheel niet aannemelijk is geworden dat de uitkomst van deze procedures zal meebrengen dat niet tot sloop van het Wavin-gebouw mag of behoeft te worden overgegaan. [eiser] heeft nagelaten stukken van deze procedures in het geding te brengen die zulks wél aannemelijk maken, terwijl dat voorts evenmin op andere wijze is gebleken.

12 Samengevat dient te worden vastgesteld dat geen der procedures meebrengt dat aannemelijk is dat een situatie zal ontstaan waarin niet tot sloop van het Wavin-gebouw zal mogen worden overgegaan.

conclusie

13 Alles betrokken belangen tegen elkaar afwegende dient te worden geconcludeerd dat aan het belang van de gemeente bij sloop op korte termijn meer gewicht moet worden toegekend dan aan de belangen van [eiser] bij uitstel van sloop. Een verbod tot sloop (op welke wijze dan ook) ligt dan ook niet in de rede, zodat de vorderingen van [eiser] dienen te worden afgewezen.

14 [eiser] zal, nu hij in het ongelijk is gesteld, in de kosten van deze procedure worden verwezen.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

I wijst de vorderingen af;

II veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding voor zover tot op heden aan de zijde van de gemeente gevallen, bepaald op € 703,-- voor salaris van de procureur en op € 193,-- voor vastrecht.

Gewezen door mr. W.N. Everts, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.