Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2003:AF4891

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
19-02-2003
Datum publicatie
24-02-2003
Zaaknummer
76377 / HA ZA 02-528
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE

Sector civiel

Enkelvoudige handelskamer

Zaaknr/rolnr: 76377 / HA ZA 02-528

Uitspraak: 19 februari 2003

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

de besloten vennootschap

CARTRON HOLDING BV,

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres,

procureur mr. J.A. van Wijmen,

advocaat mr. W.T.J.G. Osse te Houten,

en

1. [X],

wonende te Marknesse,

gedaagde sub 1,

procureur mr. T.A.M. Drubbel,

2. de besloten vennootschap

FENNEK BEHEER BV,

gevestigd te Marknesse,

gedaagde sub 2,

niet verschenen.

PROCESGANG

De zaak is bij op 27 mei 2002 uitgebrachte dagvaarding aanhangig gemaakt. [X] is verschenen, tegen Fennek Beheer is verstek verleend. Vervolgens is tussen Cartron Holding en [X] voortgeprocedeerd waarbij de volgende processtukken zijn gewisseld:

- een conclusie van antwoord van de zijde van [X];

- een conclusie van repliek van de zijde van Cartron Holding.

Tenslotte is, nadat de procureur van [X] zich heeft onttrokken en zich geen nieuwe procureur heeft gesteld, op grond van het griffiedossier vonnis bepaald.

CONCLUSIES VAN PARTIJEN

De vordering van Cartron Holding strekt ertoe dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

primair

[X] zal veroordelen om aan Cartron Holding tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen, uit hoofde van regres, € 17.487,76 en uit hoofde van geldlening € 907,56 te vermeerderen met € 600,-- aan incassokosten (voor beide vorderingen gezamenlijk) en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2002 tot aan de dag der algehele voldoening en daarbij te bepalen dat indien [X] geen verhaal mocht blijken te bieden diens schuld wordt omgeslagen over Fennek Beheer, met veroordeling van [X] en Fennek Beheer in de kosten van deze procedure;

subsidiair

indien de rechtbank het primair gevorderde niet toewijst, voor wat betreft de vordering uit hoofde van regres, [X] en Fennek Beheer zal veroordelen bij te dragen aan de door Cartron Holding betaalde schuld van Cartron Dronten aan de SNS Bank Flevoland Bank, groot € 17.487,76, in evenredigheid met de mate waarin deze schuld naar het oordeel van de rechtbank elk van hen aangaat, te vermeerderen met de incassokosten en de wettelijke rente als onder het primaire gedeelte van de vordering vermeld en dat de rechtbank daarbij zal bepalen dat indien één der gedaagden geen verhaal mocht blijken te bieden diens deel van de schuld over de andere gedaagde wordt omgeslagen, met veroordeling van [X] en Fennek Beheer in de kosten van deze procedure.

Daartegen is door [X] verweer gevoerd met conclusie dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Cartron Holding in alle vorderingen niet ontvankelijk zal verklaren, althans deze af zal wijzen, als zijnde ongegrond en geheel onbewezen, althans deze sterk te matigen en zonodig zelf in goede justitie vast te stellen. Met veroordeling van Cartron Holding, als niet, althans niet geheel in het gelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding.

MOTIVERING

1. Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist -mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden- het volgende vast.

1.1. De besloten vennootschap Cartron Dronten B.V. (hierna: Cartron Dronten) is opgericht op 9 juli 1999. Cartron Holding hield 51% van de aandelen in Cartron Dronten. De overige 49% van de aandelen was in handen van Fennek Beheer. [X] was belast met de feitelijke dagelijkse leiding van de onderneming van Cartron Dronten. De formele bestuurders van Cartron Dronten zijn Cartron Holding en Fennek Beheer.

1.2. Vos is de enig aandeelhouder en bestuurder van Fennek Beheer. P.W. [Y] en T.A. [Z] waren, ieder middels een eigen vennootschap, bestuurders in Cartron Holding.

1.3. Bij overeenkomst d.d. 18 juli 2000 verleende de SNS Bank Flevoland (hierna: de Bank) aan Cartron Dronten een kredietfaciliteit van fl. 50.000,-- (€ 22.689,01). Tot meerdere zekerheid van de bank verklaarden, Fennek Beheer, [X], alsmede [Y] en [Z] zich hoofdelijk, naast Cartron Dronten, aansprakelijk voor de hier bedoelde schuld aan de bank.

1.4. Op 29 juni 2001 schrijft [X] aan [Z] en [Y], onder meer:

"Naar aanleiding van eerdere gesprekken betreffende samenwerking tussen Cartron Holding en Cartron Dronten en mede door het feit dat ik in voorgaande weken te kampen heb gehad met lichte attacks betreffende mijn hart heb ik besloten om mijn dienstverband als zijnde genoemd "Directeur van Cartron Dronten bv." met ingang van maandag 2 juli a.s. te beëindigen."

1.5. Op 17 juli 2001, schrijft de heer A.B. van Schaik namens Cartron Holding aan [X], ondermeer:

"Van uw ontslag met ingang van 2 juli 2001 kan geen sprake zijn.

U wordt gehouden aan de in acht te nemen wettelijke opzegtermijn van tenminste 1 maand. Uw ontslag kan derhalve pas ingaan per 1 augustus 2001.

De ontstane verschillen in de boekhouding zijn grotendeels het gevolg van ontbreken van kasstukken waarmee in- en uitgaven worden verantwoord. De kasadministratie werd gevoerd onder uw verantwoordelijkheid. Wij verzoeken en voorzover nodig sommeren u hierbij alsnog voor verantwoording zorg te dragen.

Voor de goede orde delen wij u mede dat ondergetekende slechts handelt in opdracht van Cartron Holding B.V. in het kader van zaakwaarneming bij gebreke van uw persoon."

1.6. Cartron Dronten is op het verzoek van Cartron Holding op 12 september 2001 in staat van faillissement verklaard.

1.7. Op 25 september 2001 schrijft [Z] aan [X] ondermeer:

"Op 9 juli 2001 heb je van ons een lening gekregen van fl. 2.000,- omdat je even in geldnood zou zitten (zie bijgaand kopie van ons bankafschrift).

Aangezien wij dit hebben gedaan om je toen te helpen, denken wij dat het redelijk is dat je alles terugbetaald kan hebben voor 31 oktober 2001."

1.8. Als bijlage bij deze brief is het afschrift van een bankrekening (t.n.v. Cartron B.V., rekeningnummer 3310.93.545) gevoegd waarop vermeld staat dat op 9 juli 2001 een bedrag van fl. 2.000,00 is overgemaakt aan G.J. Vos onder de vermelding: "Lening".

1.9. De bank heeft [Y] en [Z] aangesproken voor het door de bank van Cartron Dronten te vorderen bedrag, te weten € 17.487,76. Dit bedrag is op 8 januari 2002 aan de bank voldaan.

1.10. Verhaal op Cartron Dronten is onmogelijk.

1.11. [Y] en [Z] hebben hun regresvordering op [X] en/of Fennek Beheer bij akte d.d. 7 mei 2002 gecedeerd aan Cartron Holding. De cessie is op 8 mei 2002 meegedeeld aan [X] en Fennek Beheer.

2. Standpunten van partijen

Standpunt van Cartron Dronten.

De geldlening door de bank is aangegaan door Cartron Dronten. Nu Cartron Dronten niet in staat is tot terugbetaling en op haar ook geen verhaal mogelijk is voor de door [Y] en [Z] als medeschuldenaren gedane betaling hebben de laatsten een recht van regres op de overige hoofdelijk medeschuldenaren. In de onderlinge verhouding tussen die medeschuldenaren gaat de vordering van de bank uitsluitend [X] aan en het met hem te vereenzelvigen Fennek Beheer. Dit vanwege door [X] gevoerd wanbeleid.

Nu [Y] en [Z] hun regresvordering op [X] en Fennek Beheer hebben gecedeerd aan Cartron Holding, dient [X] en/of Fennek Beheer het gehele door [Y] en [Z] betaalde bedrag te betalen aan Cartron Holding.

Daarnaast heeft Cartron Holding in juli 2001 een bedrag van fl. 2000,-- (€ 907,56) geleend aan [X]. Dat bedrag dient [X] thans terug te betalen.

Standpunt [X]

De geldlening ging uitsluitend [Y] en [Z] , alsmede Cartron Holding aan. Het zijn deze betrokkenen die een goed beleid binnen Cartron Dronten onmogelijk gemaakt hebben. Voor zover [X] al iets zou moeten betalen dan is dat € 4.371,94. Dit omdat de vordering hooguit kan worden omgeslagen over vier hoofdelijk medeschuldenaren, te weten, [X], Fennek Beheer, [Y] en [Z]. In de eigendomsverhoudingen hebben [Y] en [Z], althans Cartron Holding, 51% van de aandelen. Om die reden dienen zij ook 51% van de schuld voor hun rekening te nemen.

Van een lening aan [X] was geen sprake. De betaling van fl. 2.000,-- betrof achterstallig salaris, hetgeen [X] niet hoeft terug te betalen.

3. Beoordeling van het geschil

De vordering is voor een bedrag van € 17.487,76 gebaseerd op een gesteld regresrecht en voor een bedrag van € 907,56 op een gestelde lening door Cartron Holding aan [X]. De rechtbank gaat op deze vorderingen achtereenvolgens in.

Het regresrecht

3.1. Cartron Holding baseert haar vordering op [X] en Fennek Beheer uitdrukkelijk op een regresrecht dat aan haar is gecedeerd door [Y] en [Z]. Andere rechten dan dat regresrecht liggen in die cessie niet besloten. Daaruit volgt dat het bestuurlijk handelen door [X] uitsluitend in het kader van dat regresrecht aan de orde kan komen.

3.2. Volgens Cartron Holding heeft [X], als bestuurder van Cartron Dronten, een zodanig beleid gevoerd dat uitsluitend hij draagplichtig is. Met andere woorden dat de schuld aan de bank aan [X] te wijten is.

3.3. Voor de omvang van ieders draagplicht is de onderlinge rechtsverhouding tussen de hoofdelijk medeschuldenaren bepalend. Het is voor alles Cartron Dronten die de schuld aangaat. Het krediet werd immers gesloten ten behoeve van haar bedrijfsvoering. Nu deze vennootschap geen verhaal biedt, komt de vraag aan de orde in welke mate ieder der overige medeschuldenaren de schuld aangaat.

3.4. Daarbij is vooral van belang dat de hoofdelijkheid is ontstaan als gevolg van een door alle schuldenaren bewust aangegane overeenkomst van geldlening, waarbij al die schuldenaren een economisch belang hadden. Zij participeerden allen immers, rechtstreeks dan wel middels door hen beheerste vennootschappen, in de zakelijke activiteiten van Cartron Dronten. Om die redenen oordeelt de rechtbank, behoudens bijzondere door Cartron Holding te stellen en zonodig te bewijzen omstandigheden, dat de schuld ieder der hoofdelijk schuldenaren voor gelijke delen aangaat.

3.5. In die zin kan een aan [X] gemaakt verwijt voor zijn bestuurlijk handelen in deze zaak dan ook slechts een ondergeschikte rol spelen. In de onderhavige zaak gaat het niet om een hoofdelijke verplichting tot de betaling van schade, zoals bijvoorbeeld ingeval van artikel 6:102 BW, maar om de nakoming van een door belanghebbende schuldenaren bewust aangegane contractuele verplichting.

3.6. Cartron Holding stelt, zakelijke weergeven, dat [X] de volgende verwijten treffen:

a. [X] vertrok als bestuurder zonder Cartron Holding in te lichten over de financiële situatie van Cartron Dronten. Met name betreffende schulden aan fiscus en GAK.

b. De boekhouding van Cartron Dronten was onvolledig en onoverzichtelijk.

c. [X] was dikwijls zonder reden en adequate vervanging afwezig.

d. [X] liet na jaarstukken te deponeren.

e. [X] meldde geen betalingsonmacht van Cartron Dronten bij de fiscus en het GAK.

f. [X] kocht een laptop en sloot een lease-overeenkomst inzake een bedrijfsauto, op een moment dat de financiële toestand van de onderneming dat niet meer toeliet.

g. [X] kocht op kosten van Cartron Dronten, privé een auto en een lederen overall.

3.7. [X] heeft deze stellingen gemotiveerd weersproken. De gemaakte verwijten dragen een algemeen karakter en uitsluitend de onder f. en g. genoemde verwijten zien rechtstreeks op de liquiditeitspositie van Cartron Dronten. Gezien de omvang van de daarmee redelijkerwijs te verwachten kosten valt, zonder nadere onderbouwing welke ontbreekt, niet in te zien dat [X] ten aanzien van de schuld aan de bank een bijzonder verwijt gemaakt kan worden. Een beoordeling van de overige verwijten is, in het kader van de onderhavige procedure, niet aan de orde.

3.8. Uit het vorenstaande volgt dat [X], Fennek Beheer, [Y] en [Z] voor gelijke delen intern draagplichtig zijn. Het primair gevorderde zal daarmee, voor wat betreft de regresvordering worden afgewezen. Het subsidiair gevorderde zal worden toegewezen in die zin dat [X] en Fennek Beheer ieder voor € 4.371,94 draagplichtig zijn. Indien verhaal op [X] of Fennek Beheer niet mogelijk mocht blijken dan zal de schuld worden omgeslagen over de resterende schuldenaren op welke wel verhaal mogelijk is, waarbij op [X] of Fennek Beheer dan opnieuw een evenredig deel zal worden gelegd.

De lening

3.9. Door Cartron Holding is gesteld dat aan [X] een bedrag van € 907,65 heeft geleend. [X] heeft dit betwist. Op de verwijzing door Cartron Holding naar de brief d.d. 25 september 2001 van [Z] aan [X], alsmede naar het bankafschrift waaruit het hier bedoelde bedrag is overgemaakt onder de vermelding "Lening", is door [X] echter niet meer gereageerd. De betwisting door [X] wordt door de rechtbank dan ook als onvoldoende onderbouwd verworpen. De rechtbank zal de vordering tot betaling van € 907,65 tegen [X] toewijzen.

Rente en kosten

3.10. Voor zowel de regresvordering als de lening vordert Cartron Holding rente vanaf 8 februari 2002. [X] heeft gesteld dat dit onjuist is daar de sommatie in de brief d.d. 8 februari door de advocaat van Cartron Holding ziet op de gehele schuld. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

3.11. De wettelijke rente is verschuldigd over de periode dat de schuldenaar met de nakoming van zijn verbintenis in verzuim is. In de onderhavige zaak is dat 10 dagen na 8 februari 2002 ofwel 18 februari 2002. Dat in gebreke gesteld is voor een te hoog bedrag doet daaraan niet af.

3.12. De ingebrekestelling is uitsluitend gericht tot [X]. Gesteld noch gebleken is dat ook Fennek Beheer in gebreke gesteld is. Derhalve is uitsluitend [X] in verzuim vanaf 18 februari 2002. De rechtbank zal de wettelijke rente over zowel de regresvordering als de lening tegen [X] toewijzen vanaf 18 februari 2002. Tegen Fennek Beheer zal de rechtbank de wettelijke rente over de regresvordering toewijzen vanaf de datum van dagvaarding, te weten 27 mei 2002.

3.13. Ter zake van de gevorderde incassokosten heeft [X] in zijn conclusie van antwoord gesteld dat deze slechts betrekking hebben op de ingebrekestelling d.d. 8 februari 2002. De overige werkzaamheden hebben, aldus [X], betrekking op andere geschilpunten tussen partijen. Op deze gemotiveerde betwisting is Cartron Holding bij repliek niet teruggekomen. Om die reden zal de rechtbank de incassokosten als onvoldoende onderbouwd afwijzen.

3.14. [X] en Fennek Beheer zullen, als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partijen, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

BESLISSING

1. De rechtbank veroordeelt [X] om aan Cartron Holding een bedrag van € 5.279,59 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 18 februari 2002 tot de dag van betaling.

2. De rechtbank veroordeelt Fennek Beheer om aan Cartron Holding een bedrag van € 4.371,94 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 27 mei 2002 tot de dag van betaling.

3. Indien [X] of Fennek Beheer geen verhaal mocht blijken te bieden voor hun bijdrageplicht in de schuld aan de bank, dan zal het onverhaalbare deel naar evenredigheid van het aantal van de overige hoofdelijk schuldenaren op wie wel verhaal mogelijk is, op [X] of Fennek Beheer rusten.

4. Hetgeen meer of anders is gevorderd wordt afgewezen.

5. [X] en Fennek Beheer worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten worden, voor zover tot op heden aan de zijde van Cartron Holding gevallen, bepaald op € 1.087,18.

6. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de mr. G. van Rijssen en in het openbaar uitgesproken op woensdag 19 februari 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.