Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2002:AF5426

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
28-08-2002
Datum publicatie
10-03-2003
Zaaknummer
52632 HA ZA 99-1233
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2003, 33

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK

TE ZWOLLE

Enkelvoudige civiele kamer

Zaaknr/rolnr: 52632 / HA ZA 991233

Uitspraak : 28 augustus 2002

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

[de vrouw],

wonende te Almere,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

procureur: mr. J.A. van Wijmen

en:

[de man],

wonende te Olst,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur: mr. C. Borstlap.

Partijen worden hierna aangeduid met [de vrouw] respectievelijk [de man].

PROCESGANG

In deze zaak is een tussenvonnis gewezen, dat op 21 juli 2001 is uitgesproken.

Ter uitvoering van dit tussenvonnis zijn de volgende deskundigenberichten ter griffie van de rechtbank gedeponeerd:

- een deskundigenrapport van drs. T.C.E Boringa RA op 6 december 2002;

- een deskundigenrapport van makelaar H.L. Bieze op 2 januari 2002.

Vervolgens hebben partijen nog de volgende processtukken gewisseld:

- een akte van de zijde van [de man];

- een akte na deskundigenberichten, tevens antwoordakte van de zijde van [de vrouw];

- een antwoordakte van de zijde van [de man].

Tenslotte is door partijen vonnis gevraagd.

MOTIVERING

in conventie en in reconventie

1. De rechtbank handhaaft hetgeen zij in voornoemd tussenvonnis heeft overwogen en beslist.

2. met betrekking tot de voormalige echtelijke woning

Makelaar Bieze heeft in zijn voormeld rapport de waarde van de voormalige echtelijke woning gesteld op f. 750.000,00, zijnde euro 340.335,16. Partijen hebben tegen deze waardering geen bezwaren ingebracht en zich overigens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank dienaangaande. De rechtbank ziet geen termen aanwezig om van de door Bieze vastgestelde waarde af te wijken. De rechtbank zal de woning tegen verrekening van de helft van de waarde toescheiden aan [de man], nu partijen het over toescheiding ervan aan [de man] eens zijn.

3. met betrekking tot de waarde van de aandelen in [de man] Industriële Automatisering B.V.

3.1 Accountant Boringa komt in zijn rapport tot de volgende vaststellingen:

- uitgegaan dient te worden van de intrinsieke waarde;

- als peildatum is gehanteerd 1 januari 2002;

- de waarde van de aandelen op die datum is f. 233.000,00, euro 105.731,00, waarbij is uitgegaan van een zelfde geschatte winst in 2001 als over 2000 is behaald;

- bij de waarde speelt de stamrechtverplichting geen rol; deze dient wel in de boedelscheiding te worden betrokken, zijnde een vordering van [de man] in privé op de BV; het stamrecht bedraagt per 1 januari 2002 f. 145.044,00, euro 65.818,00;

- de rekening-courantverhouding speelt bij de waardering van de aandelen evenmin een rol, doch dient wel in de boedelscheiding te worden betrokken, zijnde een schuld van [de man] in privé aan de BV; de rekening-courant bedroeg op 31 december 2000 f. 51.223,00;

- wanneer [de man] de aandelen vervreemdt, dan wel aan zichzelf dividend uitkeert, dan is hij daarover op dat moment 25% inkomstenbelasting verschuldigd conform Box 2.

3.2 Nu geen van de partijen zich tegen de intrinsieke waarde als uitgangspunt heeft verzet, zal ook de rechtbank deze als uitgangspunt hanteren. Evenmin hebben partijen bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van Boringa dat in de BV van [de man] geen stille reserve of goodwill aanwezig is.

3.3.1 [de man] heeft bezwaar gemaakt tegen de door Boringa gehanteerde peildatum 1 januari 2002, nu de toename van de waarde van de aandelen ná 1 oktober 1999, het tijdstip waarop partijen feitelijk uit elkaar zijn gegaan, uitsluitend aan de arbeidinspanningen van [de man] is de danken en niet (mede) aan de activa van de BV of enige autonome waardestijging, zoals ook blijkt uit het rapport van Boringa. [de vrouw] acht met een beroep op de vaste rechtspraak de datum 1 januari 2002 juist, zijnde de datum die het dichts bij de juridische toedeling ligt.

3.3.2 De rechtbank acht, met een beroep op de redelijkheid en billijkheid, het standpunt van [de man] correct. Na het uiteengaan van partijen heeft [de man] zijn onderneming alleen voortgezet, zoals hij voordien ook al de onderneming alleen dreef. Dit impliceert dat [de man] het ondernemersrisico liep.

Uit het rapport van Boringa volgt, dat de vermeerdering van de waarde van de aandelen ná 1 oktober 1999 uitsluitend te danken is aan de arbeidsinspanningen van [de man]. Activa van de BV van [de man] spelen hierin niet of nauwelijks een rol. Het komt de rechtbank redelijk en billijk voor, dat genoemd ondernemersrisico voor rekening van [de man] komt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking (d.w.z. ontbinding van de huwelijksgoe-derengemeenschap), ofwel 9 februari 2000. Dit betekent dat een correctie zal worden gemaakt op de door Boringa gehanteerde peildatum. De rechtbank zal de maand januari 2000 nog meenemen. Op de waarde van de aandelen per 31 december 2000 (f. 158.303,00 aldus Boringa) zal de rechtbank 11/12 van het (gemiddelde) netto resultaat over 2000 (f. 55.123,00 aldus Boringa) in mindering brengen (f. 50.529,40), zodat als waarde van de aandelen zal gelden f. 107.773,60 (euro 48.905,00) op 9 februari 2000. Het is deze waarde die tussen partijen bij helfte dient te worden verrekend, nu alle aandelen zullen worden toegedeeld aan [de man].

3.4 Zowel [de vrouw] als [de man] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de waardering door Boringa van het stamrecht in de BV op f. 145.044,00, euro 65.818,00, zodat de rechtbank deze waardering eveneens zal hanteren. Het stamrecht zal tegen verrekening aan [de man] worden toegedeeld.

3.5.1 [de man] stelt zich op het standpunt, dat zowel het stamrecht als de waarde van de aandelen moeten worden verminderd met de latente belastingen. Voor wat betreft de aandelen en/of uit te keren dividend gaat het om een latente vordering van 25%, hetgeen Boringa heeft onderschreven. Voor wat betreft het stamrecht heeft [de man] onbestreden aangevoerd, dat hij daarover 45% belasting dient te betalen. [de vrouw] heeft zich op het standpunt gesteld, dat deze belastingen niet onmiddellijk, ofwel per datum verdeling of toedeling hoeven te worden betaald, ook gelet op de defiscaliseringsregels, en dat eerst belasting hoeft te worden betaald per datum verkoop c.q. overdracht van de aandelen. Nu dat moment zich nog niet aandient, dient naar de mening van [de vrouw] met 10% van de waarde van de latente vordering rekening te worden gehouden.

3.5.2 De rechtbank overweegt, dat - uitgaande van betaling van het stamrecht in termijnen - voor wat betreft het stamrecht belasting wordt geheven op basis van de uitkeerde termijnen. De eerste termijn kan dichtbij zijn, maar de laatste termijn kan ver in de toekomst liggen, en de belastingheffing dus ook. Voor wat betreft de aandelen is gesteld noch gebleken dat deze op korte termijn zullen worden overgedragen. De rechtbank deelt niet het standpunt van [de man], dat toedeling van de aandelen aan [de man] gelijk gesteld moet worden met koop/verkoop of overdracht. In verband met defiscaliseringsregels zal voorts de belasting kunnen worden 'doorgeschoven'. De rechtbank is van oordeel dat de latente belastingen in de waarderingen behoren te worden verdisconteerd. Echter, de rechtbank acht het niet redelijk en billijk tussen partijen de volle belasting in aanmerking te nemen, nu betaling ervan door [de man] eerst op enig moment in de toekomst zal plaatsvinden. De vordering te zijner tijd is dan ook lager dan de nominale waarde van nu. Nu niet duidelijk is wanneer de belastingen zullen worden geheven, zal de rechtbank naar redelijkheid en billijkheid de latentie waarderen. De rechtbank zoekt ter indicatie aansluiting bij de forfaits in art. 4 van de (overigens per vorig jaar vervallen) Wet op de Vermogensbelasting 1964, en wel voor de stamrechten 30 % en voor de aandelen 6,25 %. Uit de stukken blijkt dat [de man] 53 jaar is. Gelet op deze leeftijd acht de rechtbank voor wat betreft de aandelen een percentage van 6,25 te gering. De rechtbank zal rekening houden met de mogelijkheid dat [de man] binnen nu en tien jaar zijn werkzaamheden staakt en de aandelen overdraagt, dividend gaat uitkeren of om andere redenen met de fiscus zal gaan afrekenen.

In deze periode staan [de man] nog diverse fiscale mogelijkheden ter beschikking om belastingheffing in de toekomst te verminderen. De rechtbank zal daarom naar redelijkheid en billijkheid voor wat betreft de aandelen een forfaitair percentage van 15 hanteren. Voor wat betreft het stamrecht heeft [de man] onbestreden aangevoerd dat hij daarover te zijner tijd 45% belasting dient te betalen. Gelet op bovenvermelde omstandigheden acht de rechtbank daarom het forfaitair percentage van 30 redelijk en billijk.

Het voorgaande betekent, dat het stamrecht aan [de man] zal worden toegedeeld tegen verrekening van f. 101.530,80, euro 46.073,00, en de aandelen tegen verrekening van

f. 91.607,56, euro 41.570,00.

3.6 [de vrouw] heeft ingestemd met verrekening van de schuld in rekening courant van [de man] aan de BV van f. 51.223,00 (euro 23.244,00) per 31 december 2000. [de man] heeft zich dienaangaande niet meer uitgelaten in zijn antwoordakte. Nu partijen, zoals tussen hen vast staat, sinds oktober 1999 feitelijk uit elkaar zijn, en ieder financieel een eigen huishouding is gaan voeren, zal de rechtbank, gelet op het voorgaande, de rekening courantschuld aan [de man] toedelen tegen verrekening voor de helft met [de vrouw].

overige

4. In hun respectieve akten zijn partijen, bepaaldelijk [de man], wederom ingegaan op de waarde van de Saab en de oprichting van een studiefonds. De rechtbank volstaat thans met verwijzing naar rechtsoverweging 4 in voornoemd tussenvonnis van 11 juli 2001.

5. Voor wat betreft de inboedel hebben de uitlatingen van partijen ter uitvoering van het tussenvonnis van 28 februari 2001 geen nieuw licht op de zaak geworpen, behalve dat het overleg tussen [de vrouw] en [de man] kennelijk op niets is uitgelopen. De rechtbank verwijst in dit verband ten overvloede naar rechtsoverweging 3.8 van genoemd tussenvonnis. Daar kondigt zij aan, dat zij voornemens is aan [de vrouw] een vergoeding toe te kennen wegens overbedeling van [de man], bepaaldelijk voor wat betreft de grote inboedelzaken zoals meubilair. [de man] heeft zijn stelling, dat [de vrouw] in zijn afwezigheid nog inboedelzaken heeft meegenomen, gespecificeerd noch onderbouwd. [de vrouw] stelt zich op het standpunt dat de feitelijke verdeling van de inboedel reeds is geschied en dat slechts een financiële afwikkeling nog dient plaats te vinden.

Zich baserend op de door [de vrouw] in het geding gebrachte lijsten, trekt de rechtbank, gelet op het voorgaande, de conclusie dat alle grote inboedelzaken, zoals meubilair, bedden, linnengoed, keukeninrichting en stoffering, bij [de man] zijn gebleven. De ervaring leert, dat dergelijk gebruikt huisraad en stoffering van weinig waarde is. Dat daarbij nieuwe inboedelzaken of zaken van grote waarde waren, is gesteld noch gebleken. Nu [de vrouw] van de overige inboedel haar aandeel heeft gekregen, en gelet op het feit dat [de man] reeds voor de helft mede-eigenaar is van de 'grote inboedelzaken' zal de rechtbank naar redelijkheid en billijkheid aan [de vrouw] een vergoeding toekennen wegens overbedeling van [de man] van f. 7.500,00, euro 3.400,00 (afgerond).

6. Tot slot van zijn antwoordakte spreekt [de man] nog van een voorschot van f. 25.000,00 en enkele premies welke verrekend dienen te worden. Dat [de man] een voorschot van f. 25.000,00 heeft betaald, staat door hem vermeld in productie 3 bij conclusie van antwoord. [de man] concludeert tot verdeling van de gemeenschap overeenkomstig die productie (de rechtbank neemt aan, dat productie "4" in het petitum een typefout betreft, nu in de conclusie nergens van een productie 4 wordt gesproken). Dat een voorschot van f. 25.000,00 is betaald, is door [de vrouw] niet weersproken, zodat de rechtbank dit bedrag in verrekening zal brengen.

De vordering met betrekking tot de premies acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en zal zij derhalve afwijzen.

resumerend

7. Resumerend komt de rechtbank, met verwijzing naar haar tussenvonnis van 28 februari 2001, tot de volgende opstelling:

- ieder der partijen krijgt toegedeeld de gemeenschappelijk inboedel welke zij thans in haar bezit heeft; [de man] dient aan [de vrouw] f. 7.500,00 te betalen;

- polissen "Utrecht": partij [de man] krijgt de polis met nummer 0101.69649 toegedeeld; partij [de vrouw] krijgt polis met nummer 0101.69650 toegedeeld; de polissen vertegenwoordigen geen waarde;

- polis Verzekeringsunie met nummer 427982: deze wordt om niet aan [de vrouw] toegedeeld;

- de waarde van de RVS-polis: deze is door partijen gesteld op f. 10.591,-- en wordt tegen verrekening toegedeeld aan [de vrouw];

- de giro-sterrekening 993346: uitgegaan wordt van een bedrag van f. 14,58 en deze wordt tegen verrekening toegedeeld aan [de man];

- de Rabo-rekening 37.30.23.995: te verrekenen valt -/- f. 104,11, terwijl [de vrouw] aan [de man] zal vergoeden f. 900,--; de rekening is inmiddels opgeheven zodat een toedeling achterwege kan blijven;

- de Rabo-rekening 37.77.87.159: uitgegaan wordt van een bedrag van f. 1,82; de rekening wordt tegen verrekening toegedeeld aan [de vrouw];

- de Direktbank 23.30.48.987: uitgegaan wordt van een bedrag van f. 6.597,30; deze wordt tegen verrekening toegedeeld aan [de vrouw];

- het AH Vaste Klantenfonds: uitgegaan wordt van een bedrag van f. 2.707,--; het fonds wordt tegen verrekening toegedeeld aan [de man];

- het paard "Bruin": dit wordt om niet aan [de man] toegedeeld;

- de Subaru Jumbo: deze wordt tegen verrekening voor f. 2.400,00 aan [de vrouw] toegedeeld.

- de voormalige echtelijke woning wordt aan [de man] toegedeeld tegen verrekening van de getaxeerde van f. 750.000,00, euro 340.335,00.

- De hypotheekschulden Direktbank ad f. 22.643,-- en de hypotheek [de man] Ind. Autom. B.V. ad f. 100.000,-- zullen tegen verrekening aan [de man] worden toegedeeld.

- de AMEV-polissen zullen worden gesplitst;

- Rabo-rekening 38.45.06.925: het saldo van f. 53.08 dient te worden verrekend. De rekening wordt toegedeeld aan [de vrouw].

- de Direktbank 23.30.45.929: het saldo van f. 3.642,10 dient te worden verrekend. De rekening kan aan [de vrouw] worden toegedeeld.

- De Saab zal tegen verrekening van f. 12.000,00 aan [de man] worden toegedeeld.

- de levensverzekeringspremies voor 0101.69649 en 0101.69650, opstalpremie 1999, inboedelpremie 1999, nabetaling gemeentelijke belastingen, hypotheek Direktbank september 1999, kosten taxatie Eggink, motorrijtuigenbelasting Saab tot oktober 1999, inbouw gas in Saab, KPN 50% en de omroepbijdrage 1999, in totaal f. 11.554,10 zijn door [de man] betaald en dienen tussen partijen te worden verrekend;

- de stamrechten zullen aan [de man] worden toegedeeld tegen verrekening voor een waarde van f. 101.530,80, euro 46.073,00;

- de aandelen in [de man] Industriële Automatisering B.V. zullen tegen verrekening aan [de man] worden toegedeeld voor een waarde van f. 91.607,56, euro 41.570,00;

- de rekening-courantschuld van [de man] met de B.V. zal tegen verrekening aan [de man] worden toegedeeld voor een bedrag van f. 51.223,00, euro 23.244,00.

Per saldo wordt aan [de vrouw] gedeeld f. 23.285,30 en aan [de man] f. 783.994,00. Wegens verrekening of overbedeling (inboedel) dient [de man] nog aan [de vrouw] te betalen f. 7.500,00 en [de vrouw] aan [de man] (f. 900,00 + f. 52,06 + f. 5.777,05 =) f. 6.729,11. Per saldo dient [de man] dus aan [de vrouw] te betalen f. 381.125,24 ofwel euro 172.947,00 (afgerond). Op dit bedrag dient een voorschot van f. 25.000,00 ofwel euro 11.344,50 in mindering te worden gebracht. Te betalen blijft dus euro 161.602,50

De proceskosten

8. In het feit dat partijen gewezen echtgenoten zijn, ziet de rechtbank aanleiding de kosten van de procedure, zowel in conventie als in reconventie, te compenseren in dier voege, dat ieder partij haar eigen kosten zal dragen.

BESLISSING

in conventie en in reconventie

1. Deelt toe aan [de vrouw]:

die gemeenschappelijke inboedel welke zij thans in haar bezit heeft, de Utrecht-polis met nummer 0101.69650, polis Verzekeringsunie met nummer 427982, de RVS-polis, de Rabo-rekening 37.77.87.159, Rabo-rekening 38.45.06.925, de Direktbankrekening 23.30.48.987, de Direktbankrekening 23.30.45.929, de Subaru Jumbo.

Deelt toe aan [de man]:

die gemeenschappelijke inboedel welke hij thans in zijn bezit heeft, de Utrecht-polis met nummer 0101.69649, de giro-sterrekening 993346, het AH Vaste Klantenfonds, het paard "Bruin" aan partijen genoegzaam bekend, de voormalige echtelijke woning [adres en kadstrale gegevens], de hypotheekschulden Direktbank en hypotheek [de man] Industriële Automatisering B.V., de Saab 900 I met kenteken YH-64-NN, de stamrechten (lijfrente-overeenkomst) tussen [de man] en [de man] Industriële Autmatiserings B.V., alle aandelen in [de man] Industriële Automatisering B.V., de rekening-courantschuld van [de man] met [de man] Industriële automatiserings B.V..

2. Veroordeelt partijen over te gaan tot splitsing van de vijf AMEV Variabel Investerings Plan Polissen 20120327, 20087407, 20055324, 20031004 en 20164615, aan partijen overigens genoegzaam bekend, en daartoe alle redelijkerwijs noodzakelijke medewerking te verlenen.

3. Veroordeelt [de man] om aan [de vrouw] te betalen euro 161.602,50 (zegge: éénhonderdéénenzestigduizendzeshonderdtwee euro en vijftig eurocent).

4. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5. Wijst af het meer of anders gevorderde.

6. Compenseert de kosten van deze procedure, zowel de conventie als de reconventie, in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten dient te dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op WOENSDAG 28 AUGUSTUS 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.