Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2002:AF0550

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
04-06-2002
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
75269/FT-RK
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toelatingscriteria; saneringsgezindheid. Uit houding van verzoekster blijkt niet dat ze saneringsgezind is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank te Zwolle

Enkelvoudige kamer

X.,

Wonende te P.,

verzoekster,

heeft op 22 april 2002 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Bij brief van 24 april 2002 is de schuldenares opgeroepen om te verschijnen in de raadkamer van deze Rechtbank op 28 mei 2002.

Motivering

Ter zitting van 28 mei 2002 is de rechtbank gebleken dat verzoekster onvoldoende duidelijkheid kan verschaffen omtrent de aard en herkomst van haar schulden. Verzoekster kan de in de verklaring ex artikel 285 lid 1 onder e Fw opgenomen schulden niet toelichten. Diverse schulden, zoals de schulden aan de Gemeente Almere ad €1.830,93 en €253,14 wekken het vermoeden dat er sprake is van een fraudeschuld, zonder dat verzoekster daarover opheldering kan verschaffen.

Ten aanzien van de schuld aan het GAK ad €445,35 verklaarde verzoekster ter zitting dat het een terugvordering wegens teveel ontvangen uitkering betreft, omdat verzoekster in de Ziektewet zat en vervolgens weer aan het werk is gegaan. Bij de schuld aan de Belastingdienst Amersfoort ad €1.656,30 merkt verzoekster op dat de Belastingdienst denkt dat ze samenwoont of dat ze andere inkomsten heeft. Een duidelijke toelichting verschaft ze niet. De rechtbank acht het aannemelijk dat verzoekster van deze schulden niet te goeder trouw is.

Verzoekster erkent ter zitting dat ze niet met geld kan omgaan, maar dat ze geen butgetbegeleiding heeft. Verzoekster kan niet gaganderen dat ze alle schulden aan de Stadsbank heeft opgegeven. Uit de houding van verzoekster ter zitting blijkt niet ze saneringsgezind is. Gezien het vorenstaande acht de rechtbank de gegronde vrees aanwezig dat zij haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen en dat door de niet-saneringsgezindheid van verzoekster nieuwe schulden zullen ontstaan.

Verzoekster zal gedurende ten minste een jaar tijdens het minnelijk traject opnieuw moeten proberen de herkomst van haar schulden te achterhalen, daarnaast zal zij werk moeten zoeken en op haar schulden afbetalen, voordat een nader verzoek in heroverweging genomen zal worden.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af;

Gewezen door mr. G.J.J. Smits, lid van de genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.